Australie: Great Deep South, Mate!

Scroll naar beneden

Via misschien wel de mooiste kustweg ter wereld, de Great Ocean Road, van Melbourne naar het hinterland van Adelaide en Kangaroo Island. Duizend kilometer door zuidelijk Australië langs mosgroene heuvels, goudkleurige rotsen, verlaten stranden en charmante hotels. G’day!

  • Gerrit Op de Beeck
    Tekst & foto'sGerrit Op de Beeck

Eindelijk kunnen we onze zonnebrillen bovenhalen en als de invalsweg dan ook nog eens "Surf Coast Highway" heet, dan weet je exact wat te verwachten: het onnavolgbare Australische strandleven, de kunst van het relaxen. Vanochtend in Melbourne hingen de wolken er nog teleurstellend donker bij. Maar hier, negentig minuten verder rijden langs de kustlijn van de Straat van Bass, heeft een stevige zeebries al het grijs verdreven. Torquay is niet alleen een populaire surfstad, maar ook het officiële vertrekpunt van een der mooiste autoroutes ter wereld: de Great Ocean Road. Deze 250 kilometer lange, bijzonder indrukwekkende kustroute slingert zich via angstaanjagende haarspeldbochten, beboste heuvels, vergeten stranden en regenwouden een weg tot Warrnambool. Na de Eerste Wereldoorlog besloot de regering deze weg aan te leggen om drieduizend Australische soldaten werk te kunnen geven en hun gesneuvelde makkers te eren. Dat maakt deze weg dan ook tot het grootste oorlogsmonument ter wereld. De werken werden aangevat in 1919 en duurden tot 1932: toen pas was de smalle rotsweg voltooid. De staalblauwe lucht drijft ons naar het terras van Growlers, een bar en restaurant waar de surfers thuis zijn. De keet doet zijn reputatie van ‘sun, sea, sand and surf’ alle eer aan: jongeren in een tot hun middel afgestroopte wetsuit eten er gemarineerde kip van de grill, geëscorteerd met mango en avocado. En de VB’s -Victoria Bitter, het populaire Australische biertje- komen ijsgekoeld op tafel.

Een kraal van scheepswrakken

Zonnebaden zit er niet in, want we hebben een afspraak met vuurtorenwachter Virgina, een getaande dame die reeds jaren verantwoordelijk is voor de Split Point Lightstation in Aireys Inlet. Meermaals per dag beklimt ze de uitgesleten treden van de 32 meter hoge, spierwitte vuurtoren, om daar de geïnteresseerden te vergasten op de heroïsche verhalen van deze grillige kustlijn. Split Point werd in 1891 gebouwd als onderdeel van het vuurtorennetwerk op de 36.700 kilometer lange Australische kustlijn. “Dat belette overigens niet dat, ondanks de dertig vuurtorens die alleen al in de staat Victoria gebouwd werden, hier sindsdien al meer dan tweehonderd schepen op de klippen liepen”, vertelt Virgina. “Ondanks de intrede van gps en gedetailleerde zeekaarten houdt de Australische regering de vuurtorens ook in dit nieuwe millennium operationeel. 228 in totaal, om precies te zijn. Uiteraard verloopt alles automatisch, en dat reeds sinds 1919. Dit exemplaar stuurt elke twintig seconden viermaal een halogeen flitslicht van duizend watt uit, een lichtbundel die tot dertig kilometer ver te zien is.”

Met de handen gebouwd 

Net voor Lorne, een kustdorp dat bijzonder populair is onder de rugzaktoeristen, bevindt zich de oude tolpoort van de Great Ocean Road. Toen het originele bouwwerk in 1983 in vlammen opging, werd niet alleen beslist om het te herbouwen, maar ook om het als historisch monument te etaleren. Vandaag de dag rijden er zowat één miljoen voertuigen per jaar over de Great Ocean Road, maar van 1932 tot 1936, de periode dat er effectief tol werd geheven, waren dat er amper enkele duizenden. Opmerkelijk is dat deze weg met de handen aangelegd werd. Jarenlang hakten duizenden werknemers met niet meer dan een houweel continu stukken uit de solide rotsen. Straks staat hét hoogtepunt van de Great Ocean Road op het programma: de Twaalf Apostelen, een majestueuze klif- en rotsformatie in de Zuidelijke Oceaan, ontstaan door twintig miljoen jaar erosie. Maar eerst gaan we lunchen in La Bimba, het beste adresje van Apollo Bay.

En dan trekken we naar de Apostelen van Jezus, een levend landschap. De rotsen veranderen immers ook nu nog constant van vorm doordat de oceaan en stormen die over het ijskoude water ten noorden van Antarctica komen aanrazen, non-stop de zachte kalksteen aanvreten. Bovendien zijn de Apostelen anno 2016 nog maar met acht; in 2009 stortte namelijk opnieuw een blok van 45 meter hoog in zee. Hoe dan ook, de ‘Apostles’ behoren tot de grote natuurwonderen van Australië. Ze zijn een uithangbord, een postkaart waardig. Er brak dan ook even paniek uit toen nummer negen het begaf en instortte. Hoe lang zullen ze er nog staan? De site, onderdeel van het Port Campbell Nationaal Park, werd meteen zo’n gegeerde trekpleister dat enige organisatie zich opdrong. Dat leidde tot een bezoekersparking en een netjes afgelijnde wandelweg. Ook een nieuwe helihaven zag het daglicht. Je kan er voor tien minuten de lucht in om dit kunststukje van een kustlijn te bewonderen. ‘The only thing better than the view from the ground is the view from the air’ lezen we op het promobord. De zon staat nog hard wanneer we in de vroege avond de panoramische wandelterrassen naar de rotsformatie oplopen. Ondanks de wisselvallige lucht is het uitzicht betoverend, al nemen we ons voor om morgenochtend bij zonsopgang toch nog eens terug te komen.

De liefdesrots

Even verder volgen de loodrechte, duizelingwekkende rotswanden van de Loch Ard Gorge. Dit is de locatie van het tragische ongeluk van het gelijknamige Britse schip: in 1878 sloeg het hier op de riffen te pletter. Slechts twee van de 54 passagiers overleefden het: scheepsjongen Tom Pearce en jonkvrouw Eva Carmichael, die met haar welgestelde familie van Ierland op weg naar Australië was. De reis duurde drie maanden, de laatste dag ging het fout. Loch Ard is de Australische versie van Titanic, met Tom en Eva als de Leonardo DiCaprio en Kate Winslet van die tijd. Ze waren achttien jaar oud, vochten voor hun leven, keerden terug naar Engeland en zagen elkaar nooit meer terug. Tenminste, zo gaat het verhaal. ’s Avonds eten we in het Sails hotel vis van de grill, laten we een flesje sauvignon blanc aanrukken, en mijmeren we over het tweede deel van de reis: het groene binnenland van de Grampians.

De groene long

Via oneindig weidse, saffraangele landschappen met windmolens en zwart-witgeblokte koeien rijden we in de late voormiddag het wijndomein Halls Gap Estate op. Het is een rust- en lunchpunt op de lange tocht langs de goudzoekersholen van de ‘Great Western’. De ranken zijn van 1969 en hun syrah, verfijnd door de hoogte en dus koelte, gereputeerd. Net als hun kaasschotels. Dan klimt de weg langzaam omhoog, helemaal tot Halls Gap, de toegang tot het Grampians Nationaal Park. De heuvelruggen zijn de westelijke uitlopers -maar nog altijd hoger dan duizend meter- van de Great Dividing Range, het Groot Australisch Scheidingsgebergte, dat langs de hele oostkust van Australië loopt. Het landschap doet ons denken aan de Luberon in Frankrijk, een heuvelachtig stukje Provence met afgeplatte bergen en wild kronkelende riviertjes. Maar hier dan met kangoeroes. We bezoeken de heilige drievuldigheid: de Boroka Lookout, de Reed Lookout en de MacKenzie-watervallen. Laatnamiddag sturen we onze Nissan Pathfinder opnieuw in zuidelijke richting, door de vallei, want er wacht ons nog een topper…

Licht uit, maan aan

Bij het gouden avondlicht rijden we de parking op van het zestig kilometer zuidelijker gelegen Royal Mail Hotel. Dat typisch warme licht was ook een rode draad in de speelfilm Australia, waarin de in Sydney geboren Nicole Kidman en ruige jongen Hugh Jackman het mooie weer maakten. Het Royal Mail is een aparte plaats. Hier bliezen de jonge chef Dan Hunter en zijn echtgenote Julianne een historisch postkoetshotel uit 1855 op spectaculaire wijze nieuw leven in. Ondertussen is de keuken in handen van hoofdchef Dylan Kemp, een wonderkind. We nemen onze intrek in het aanpalende boetiekstijlhotel en laten ons ’s avonds verwennen in het restaurant waar Dylan de pannen van het dak kookt. Wanneer we onder een afgekoelde open sterrenhemel met maanlicht zo sterk als een led onze kamers opzoeken, springen twee kangoeroes verschrikt over de parking. We groeten hen: “Good night, gentlemen!”  

Wining & dining

Vandaag rijden we van Dunkeld naar Robe, en omdat het nog te vroeg is om te lunchen, gaan we een wijntje proeven bij Highbank Wines. Het is een van de kleinere wijnhuizen in Coonawarra, een wijngebied op onze weg dat zichzelf op de kaart zet als een regio met ‘terra rossa soil’. ’s Werelds meest invloedrijke wijncriticus Robert Parker bedacht producent Highbank enkele jaren geleden met een score van 94 op 100, en omschreef het als ‘een bastion van prijs-kwaliteit’. Omdat we onze interesse telefonisch lieten blijken –want enkel te bezoeken op afspraak– staat eigenaar en wijnmaker Dennis Vice ons al aan de deur op te wachten: een beetje sjofel maar goedlachs en extreem gastvrij, een echte Aussie dus. Vice is een koppigaard, een uitzondering, een nicheproducent. Hij exploiteert een organische wijngaard, wat wil zeggen dat er geen insecticiden gebruikt worden en de druiven met de hand geplukt worden. Die principes leveren hem de helft minder rendement op dan de concurrentie, maar daar ligt hij absoluut niet wakker van. “Ik heb me altijd voorgenomen om goede wijn te maken, niet om veel wijn te maken”, lacht hij. We proeven zijn viognier én de specialiteit van het huis: een blend van cabernet sauvignon, merlot en cabernet franc. Beide wijnen zijn imponerend lekker. Bovendien biedt de laatste een extraatje: hij kan bewaard worden, en dat is hier niet echt de gewoonte. Australische wijnen moeten bijna altijd jong geconsumeerd worden. In het iets verderop gelegen ‘Upstairs at Hollick’-restaurant eten we een carpaccio van kangoeroefilet en berekenen we onze laatste rit: Robe blijkt slechts anderhalf uur verder te zijn.

Paardenkoers en stout

Robe is een vakantiedorpje met frontaal uitzicht op de Southern Ocean. ‘A famous Australian Holiday Resort’, staat op het veelkleurige bord geschilderd, daar waar de bush overgaat in de bewoonde wereld. In de lokale pub staat de tv veel te luid, maar dat heeft alles te maken met een groepje stout-hijsende mannen dat de paardenkoersen volgt, een traditie op zaterdagnamiddag. Dan is het veel rustiger achter de hoek bij Ann’s Place, een pico bello B&B waar een voormalige veeboer de voorbeeldige rol van gastheer op zich neemt. Terwijl zijn echtgenote Carolyn koffie zet, reserveert Andrew onze tafel bij Sails (zowat alles heeft hier een maritieme naam), het enige verfijnde restaurant van het dorp. “Jullie zijn vanavond onze enige gasten en wij worden verwacht op een feestje”, zegt Andrew. “Dus geniet van ons huis, hier zijn de sleutels.” We worden er weer eens aan herinnerd: het Aussie relaxte sfeertje is geen marketing, maar bestaat echt! Na een voortreffelijk ontbijt, waarbij we Carolyn inwijden in de geheimen van een ‘Hungry Aucklander’ (French toast met bacon), beginnen we aan onze laatste dag. We volgen de zee via de Princes Highway –let op: het is slechts een eenvoudige tweevaksbaan- en strijken na de gratis rivierferry in Wellington neer in de gelijknamige bar waar ook de Adelaide Ford Club een stop maakt. De parking staat vol met de mooiste vintage-modellen van de voorbije 40 jaar, genre eerst opblinken dan rijden. Juweeltjes zijn het. De bende heeft hier een barbecue besteld, maar ze vinden het niet erg dat we een hoekje van hun tafels gebruiken om te lunchen. No worries, mate! Langs de mooiste wegen van het schiereiland bollen we twee uur later Victor Harbor binnen, onze stopover voor de tocht naar Kangaroo Island morgen. De kamers van de McCracken Country Club geven uit op een betoverend landschap, badend in gouden zonlicht. En we weten dat het morgen nog beter wordt.   

De antipode van Galapagos 

Amper een uurtje varen met de ferry vanuit Cape Jervis scheidt de metropool Adelaide van Kangaroo Island, 4500 vierkante kilometer groot en thuisbasis van evenveel inwoners. Dit paradijs van onbezoedelde landschappen en zeldzame dieren is voor een derde geklasseerd als Nationaal Park. Ooit was Kangaroo Island een openluchtslagerij waar hongerige zeelui na drie maanden varen op zoek gingen naar vers vlees. Dat vonden ze in de gedaante van kangoeroes, die ze dan ook massaal neerschoten. Het groene eiland met z’n typische microklimaat, exact op 13 kilometer van het Zuid-Australische vasteland gelegen, groeide met de jaren uit tot een landbouwgebied. Maar het instorten van de wolindustrie in de jaren tachtig van de vorige eeuw dreef de landbouwers tot wanhoop. Sommigen zetten alles in op honing, anderen gingen zelfs hun schapen melken, velen trokken weg. Van al die sociale armoede van destijds is weinig te merken wanneer we die ochtend in Penneshaw met onze terreinwagen van de ferry rijden. Kangaroo Island heeft zich het voorbije decennia heruitgevonden. Naast de overweldigende natuurpracht met natuurlijke stranden, historische rotsformaties en een rijke wildlife, heeft het eiland zich geprofileerd als een ‘Food and Wine Destination’. Toen het ondernemende hoteliersgeslacht James en Hayley Baillie –de eigenaars van de gegeerde Capella Lodge op Lord Howe Island- er in 2008 een oogverblindende ecolodge neerpootten, was het hek van de dam. Sindsdien, en elk jaar steeds meer, is Kangaroo Island a place to be geworden.   

Geïsoleerde klasse

Anderhalf uur later, na een schitterende tocht over onverharde wegen en lanen vol eucalyptusbomen, rijden we de zeer discreet aangegeven toegangslaan tot de Southern Ocean Lodge op; een uniek hotel gelegen bovenop een rots, met panoramische uitzichten en dito kamers. Wanneer de in kaki geklede staf de imposante deuren van de ecolodge opent, heet het sensationele uitzicht ons welkom. Het is zoals op de boeg van een schip staan, alleen water en lucht omringen ons. Kangaroo Island, ook wel het Galapagos van Australië genoemd, is de gedroomde locatie voor dit afgelegen resort bovenop Hanson Bay, dat volledig in kalksteen, staal, beton en glas is opgetrokken. Als een langgerekte zeilboot in glas, in een rij van 21 suites genoemd naar lokale scheepswrakken, ligt het op de kustlijn. Machtig, wijds en oogstrelend. De centrale ruimtes herbergen niet alleen een toprestaurant, maar ook riante salons die je continu een 'Imax view' garanderen. Ook de formule, zo leren we tijdens de lunch, is uniek. Overdag organiseert een team van gidsen allerlei excursies; van soft aperitieven met de kangoeroes en koala’s tot avontuurlijke trektochten. En ’s avonds is het genieten geblazen met de betere maaltijd en een heerlijk glas Australische wijn uit de goedgevulde wijnkelder, waar je zelf je flesje mag kiezen. Na een heerlijke hap betreden we een wereld van verwennerij en luxe: panoramische suite 19 ‘Stormy Petrel’. Zonder tv, maar met open badkamer en zithoek. Er zijn ramen tot op de grond, waardoor het contact met de zee continu is: de wow-factor is de oceaan, de regendouche is een XL-instapmodel en het kingsize bed vooral kingsize. Maar God schuilt in de details. Over elk item, elk materiaal is nagedacht en alles bij voorkeur gemaakt door Australische designers.

Vijfsterren ecotoerisme

“Ons resort is het allereerste luxehotel op het eiland en hoopt zodoende deze vergeten natuurparel de aandacht te kunnen geven die het verdient”, zegt gastheer en hotelmanager John Hird. De lieve Aussie heeft zichzelf een glas syrah ingeschonken en doet tijdens het aperitiefuurtje ’s avonds de toer van de nieuwe gasten. “Voorheen werd dit eiland doodgewoon overgeslagen”, vertelt John ons ’s avonds bij het haardvuur met zicht op de oceaan. “Het was te veraf, te moeilijk bereikbaar, de wegen waren in slechte staat en buiten enkele guest houses was de accommodatie zeer beperkt. Tot overmaat van ramp werd in december 2007 ruim een vierde van het eiland door bosbranden verwoest. Nu hebben we de rollen omgekeerd. Door een uniek hotel te bouwen zijn we een bestemming op zich geworden. Trok dit eiland 20 jaar geleden amper 85.000 bezoekers, dan zijn dat er nu meer dan 200.000. Maar we waken natuurlijk over de kwaliteit. Alles moet zo veel mogelijk blijven zoals het was en elke ingreep moet een minimale impact hebben. Daarom is deze lodge gebouwd volgens de strengste econormen. Al ons water is gefilterd regenwater en we maken onze eigen elektriciteit, liefst met zonnepanelen. “

Reservaat zonder omheining

Kangaroo Island werd in 1802 ontdekt door kapitein Matthew Flinders, die van de Britse regering de zuidelijke kustlijn van Terra Australis in kaart moest brengen. Het eiland is duizenden jaren lang relatief onaangetast gebleven, en daardoor nog steeds een ongerepte microkosmos. We klimmen al vroeg in de terreinwagen om de mooiste plekjes van Kangaroo Island te ontdekken. Gids Mary woont en werkt op het eiland. Deze plek is haar leven. Ze is professioneel Park Ranger en vrijwillig brandweervrouw. Als dagtaak neemt ze de gasten uit de lodge op sleeptouw naar de betere hoeken van het eiland. De rit naar het westelijke punt van het eiland, integraal geklasseerd als Flinders Chase National Park, lijkt zo uit Jurassic Park te komen. Links en rechts hangen koala’s aan de bomen en kangoeroes hoppen over de paden. “Omdat dit eiland gevrijwaard is gebleven van Europese ziekten en geïntroduceerde dier- en plantensoorten die het ecosysteem konden verstoren, hebben de inheemse dieren en planten kunnen overleven”, legt Mary uit. “Daarom vind je hier de mierenegel, het vogelbekdier, opossums, kangoeroes, wallaby’s, koala’s, pinguïns en zeeleeuwen. Langs de kust zwemmen meer dan 200 unieke vissoorten en walvissen, onderweg naar Antarctica. En omdat hier geen vossen en konijnen zijn, blijft alles hier leven en kweken.” Onze eerste stop is Cape du Couedic, een vuurtorencommune waar zich op en onder de rotsen pelsrobben ophouden. Admirals Arch is hun favoriete stek. Dan trekken we door naar de rotsformaties, gewoonweg ‘Remarkable Rocks’ genaamd. En dat heeft alles te maken met de eigenaardige vormen. “Zijn het enorme beelden van Dali of uitvergrote schelpen?” vraagt Mary zich luidop af. Hoe dan ook, niet alleen de vorm maar vooral ook de inplanting is spectaculair. Eilanden zijn altijd een uitnodiging om de wereld anders te bekijken, maar deze door erosie van de Zuidelijke Oceaan gesleten giganten spannen toch wel de kroon. 

Een bedje van strandzand

Na alweer een exquise lunch trekken we in de namiddag 65 kilometer oostwaarts, richting Seal Bay. De Australische zeeleeuw is een uitstervend ras. Biologen vermoeden dat er nog zo’n 3000 exemplaren leven. Hier, langs een idyllisch strand op de zuidflank van het eiland, leven er 600. Niet zo lang geleden kon je hier met de jeep tot op het strand rijden, gratis naar de beesten loeren en zelfs nog een barbecue aansteken of een kampvuurtje stoken. Sinds de overheid zich bewust werd van de situatie, is de zone geklasseerd en beschermd. Het Seal Bay Aquatic Reserve Park laat nu slechts 100 bezoekers per dag toe die de site uitsluitend onder begeleiding van een gids kunnen bezoeken. Wij worden opgewacht door Helen die zich uitgedost heeft met poncho en laarzen. Seal Bay ontvangt ons immers in een Schotse sfeer, met wolken en regen, maar de felle wind blaast de hemel regelmatig open zodat hard zonlicht voor een welgekomen afwisseling zorgt. “Wie ruige streken wil bezoeken, moet het ruige weer erbij nemen”, lacht Helen. De wandeling over uiterst verzorgde houten paden eindigt op het strand waar meters verder groepjes zeeleeuwen zich uitstrekken en van het deugddoende zonlicht genieten. Voyeurisme, zoals liefde, is all about timing. Fijn om te zien is wanneer enkele mannetjes in een soort kussengevecht verzeild geraken, maar dan zonder kussens. “Het strand is hun slaapkamer”, zegt Helen. “En daar moeten mannetjes altijd wat stoer doen.”

Laatnamiddag net voor valavond, en als afsluiter van de dag, worden we op sleeptouw genomen voor wat officieel ‘Kangaroos & Canapés’ heet, maar door ober Sam steevast als ‘Roos & Booze’ wordt omschreven. En dat blijkt geen grapje te zijn. Terwijl we op ons picknickdekentje een glas sparkling - de Aussie champagne - drinken, schuiven de kangoeroes bijna letterlijk mee aan. Boven de Zuidelijke Oceaan gaat de zon onder, in de lodge op de heuvel zien we de lichten aangaan en we weten dat er straks weer een fantastisch diner wacht. Awesome.     

Praktisch

Klimaat: Zuid-Australië is mild en relatief droog, uitgezonderd in onze zomermaanden, wanneer het daar winter is. Ideaal is dus het schouderseizoen van maart tot en met mei, oktober en november. De eindejaarsperiode is zeer aangenaam, maar druk en duurder.

Tip: Maak op je reis door Zuid-Australië niet de fout om een bezoek aan Kangaroo Island te willen (over)combineren en maar één dag te blijven. Daarvoor is de transfer te lang, het eiland te mooi en de lodge te goed. 

Goodbye reisde met Etihad Airways. Deze luxe carrier biedt uitstekende verbindingen aan naar Sydney en Melbourne. De maatschappij zet op haar Down Under-vluchten de nieuwe A380 in. De aansluitingen met Brussel zijn zeer goed en het inflight-comfort behoort tot het beste ter wereld. Wie in business class vliegt wordt extreem in de watten gelegd. Als je dat wenst, kan je je reis onderbreken in Abu Dhabi. 

Deze reis werd à la carte uitgetekend door de gespecialiseerde touroperator Aussie Tours, de specialist voor Down Under-tochten in alle prijsklassen. De brochures zijn enkel rechtstreeks bij de touroperator verkrijgbaar, via bestoftravel.be/aussietours.

Aanbevolen hotels:

De Southern Ocean Lodge, lid van de Luxury Lodges of Australia, is een oogverblindend ecohotel met topkamers en échte luxe, zoals ruimte, privacy, à la carte-maaltijden en een wijnkelder om u tegen te zeggen. Je logeert op een all-inbasis, dus inclusief alle eten, drinken en excursies. 

Parkroyal Melbourne Airport: recent gemoderniseerd transithotel op de luchthaven voor wie geen behoefte heeft de taxirit naar de stad te maken. Goed restaurant en gezellige bar.

Waves, Port Campbell: ongegeneerd ‘edgy on the surface’-vakantiehotel met zeer ruime kamers en aanbevolen bistro. Simpel maar goed, het beste hotel in de regio.

Royal Mail Hotel, Dunkeld: een juweeltje, hotel in ‘nieuwe stijl’ met smaakvolle kamers en een zeer goed restaurant. Luxeadres voor foodies en levensgenieters.

Ann’s Place, Robe: moderne, ruime kamers aan zee voor wie de rit door het hinterland richting Adelaide wil onderbreken. Enorme gastvrijheid, zeer goed ontbijt.

McCracken Country Club: ideaal topadresje met fijne kamers voor wie de volgende ochtend per ferry naar Kangaroo Island trekt.

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord