De Isles of Scilly: Brits met een tropische twist

Scroll naar beneden

Palmbomen, azuurblauw water, oneindig groene wandelpaden en ongerepte kusten. Dat zijn de Scilly-eilanden. Nee, deze eilandengroep ligt niet in de Stille Zuidzee, maar slechts op een boogscheut van de Cornische Rivièra, het meest zuidwestelijke puntje van Engeland. De eilanden worden getrotseerd door robuuste rotsen of door witte bountystranden en hebben één ding gemeen: het is een ‘area of outstanding natural beauty’.

  • Renske Vercammen
    TekstRenske Vercammen
  • Emanuel Parent
    Foto'sEmanuel Parent

Dat Groot-Brittannië over heel wat archipels beschikt, dat wisten we wel. Maar een subtropische eilandengroep zoals de Scilly-eilanden? Dat was nieuw voor ons. De eilanden zijn alleszins (voorlopig) nog een van de best bewaarde geheimen van het Verenigd Koninkrijk. Ze hebben door hun gunstige ligging in de Golfstroom, even ten zuidwesten van Cornwall, een heel mild klimaat. De Golfstroom vindt zijn oorsprong in de Golf van Mexico en zorgt voor een continue toevoer van warm water. Op de Scilly-eilanden sneeuwt of vriest het dan ook nooit. Lucky Scillonians, geen wonder dat ze zo’n olijke bevolking zijn.  

De 'subtropiek' waar we zo naar verlangden liet nog eventjes op zich wachten, want het was geen evidentie om op de eilanden te geraken. Het mag dan wel Groot-Brittannië zijn (dat valt toch onder de noemer ‘dichtbij’?), maar dan wel de meest westelijke uithoek ervan, waarbij je de vlucht naar de eilanden niet mag vergeten. Na een lange autorit door de Eurotunnel, langs Stonehenge (een mooie bonus) en geheel Zuid-Engeland (Jurassic Coast) stonden we gepakt en gezakt aan de luchthaven van Penzance. Trappelend stonden we in de minuscule vertrekhal, tot we al snel hoorden dat we niet konden opstijgen wegens het stormweer. Het gaat nog altijd over Brits grondgebied en dan kan het natuurlijk wel eens regenen. De Skybus - een microvliegtuigje waarbij je als je voorover leunt op de schouder van de piloot kan tikken - zou twee dagen niet vliegen, maar soms moet je gewoon go with the (golf)flow en er het beste van maken. Dus besloten we Lands' End te verkennen.

Zetel van de storm

Toegegeven, er zijn weinig plaatsnamen die zo definitief klinken als 'Land’s end'. Het is het meest zuidwestelijke puntje van het Engelse vasteland en de akkers eindigen hier op gigantische, steile kliffen die recht de zee in lopen. Het is er ruig en het waait er volgens de locals eigenlijk altijd. Dat mochten de Romeinen blijkbaar ook aan den lijve ondervinden, want zij doopten deze plek 'Bolerium', wat zoveel betekent als ‘Zetel van de Storm’. In het oog van deze storm zagen we in de verte de Scillies knipogen. Aangezien we al uitgewaaid waren en we zin hadden in zon, zee en strand, gingen we op aanraden van het personeel van de Skybus naar St. Ives. "It’s the light. That’s what always strikes visitors who come to St. Ives", zei de man op de luchthaven. Hashtag no filter, dus.

St. Ives 

St. Ives is (zeker bij Britten) een populaire vakantiebestemming in het verre zuidwesten van Cornwall. Het is een kleine badplaats, maar eveneens een kunstenaarskolonie die beschikt over enkele bezienswaardigheden. Een daarvan is het Tate St.Ives, een prachtig lokaal museum, een ander is het Barbara Hepworth Museum. Het strand is echter dé reden waarom mensen naar hier afzakken. Zonnebaden doe je hier op het beschutte strand Porthminster Beach en aan het fraaie Porthmeor Beach, dat uitkijkt over de Atlantisch Oceaan. Helaas waren wij er in oktober, en zelfs een subtropisch klimaat bleek niet genoeg om heerlijk te kunnen zonnebaden. Een dagje bruinbakken zat er dus niet in, maar een wandeling op het strand bij een aangename 15 graden maakte veel goed. Ons à l'improviste gekozen hotel Pedn Olva bleek een meevaller van jewelste. We kregen de kamer het dichtst bij de zee en naast ons bevond zich het verwarmde zwembad, met zicht op de oceaan en de gouden stranden van St. Ives. Plots vonden we het helemaal niet zo erg meer dat de storm ons hier vasthield. De Cornische Rivièra bood ons een prachtige troost. 

Wanneer je er dan toch bent, bezoek dan zeker ook The Lizard. Dat is een beetje zoals Lands’ end, maar een stuk minder toeristisch. De rit ernaartoe is fantastisch en het landschap verandert volledig. De vreemde geologie van het gebied creëert een haven voor exceptionele planten en bloemen. Rond de kustlijn vind je vishavens met grote, granieten muren als bescherming tegen de soms woeste Atlantische oceaan. De met rieten huisjes versierde dorpjes zijn prachtig, op zee passeren vissersbootjes die net krab en kreeft gevangen hebben en in de pubs spelen ze folkmuziek en hoor je traditionele Cornische gezangen. St. Ives wist ons danig te verrassen, maar toch trippelden onze benen de volgende dag al voor de Scillies. We zagen een blauwe hemel, mochten we vliegen? Yes! 

Met de vliegende bus

De Skybus is een propellervliegtuig met plaats voor zes personen, die ons van Penzance naar het hoofdeiland St. Mary’s zou brengen. We vreesden een beetje voor de windgevoeligheid van het toestel, zeker gezien er dagenlang een storm gewoed had. De Cornische sympathie en deskundigheid van onze piloot Emily stelden ons gelukkig meteen gerust. Na een vluchtje van vijftien minuten vol “waauws” en “amaaais” hadden we de archipel eindelijk in het vizier. Van de storm was niets meer te merken, de Scillies lagen daar te schitteren. De Scillies (zeg nooit Scilly Islands, maar altijd Isles of Scilly want de bevolking houdt niet van de 'silly'-connotatie) zijn een verzameling van vijf bewoonde en 140(!) onbewoonde eilanden. We landen op St. Mary’s, het eiland waar het meest te beleven zou zijn. 

De eerste indruk is surreëel: het eiland is fantastisch mooi en vooral onwezenlijk vredig. Zeker in contrast met het ‘drukke’ vasteland, zo vinden de Scillonians toch. Voor de lokale bewoners is de landelijke uithoek van Cornwall al druk genoeg, en zij noemen plaatsen als Penzance in één adem met Londen. Dat laatste is nogal lichtjes overdreven, maar de Scillies zijn dan ook een 'area of outstanding natural beauty', waar het enige geluid dat je hoort ronkende boten of overvliegende vogels zijn. Deze laatste zijn hier trouwens in overvloed. Niet onlogisch, want het is dan ook de eerste eilandengroep die vogels tegenkomen wanneer ze uit het zuiden komen aangevlogen. Ornithologen en birdwatchers kom je hier dan ook frequent tegen. In de bus van de luchthaven moesten we bijvoorbeeld plots zonodig stoppen omdat de passagiers een 'orphean warbler' gespot hadden. Een wat? Een orphean warbler zou een uiterst zeldzame vogelsoort zijn en dit impliceerde een stante pede exit uit de bus met collectief uithalen van de verrekijker. Wij zaten erbij en keken ernaar. 

Op St. Mary’s zie je veel kleuren en contrasten. Het eiland vormt daarnaast de toegangspoort tot de andere eilanden en het vasteland. We merkten al snel dat je op deze eilanden geen snelheidsbeperking hebt. Misschien niet zo heel gek, want veel auto’s vind je hier niet. Verkeerslichten en rotondes zijn hier dan ook niet. Alles op de Scillies gebeurt in een andere dimensie: tijd is hier blijven stilstaan, en dat schrijf ik zonder disrespect voor de bewoners. De rust en het eilandgevoel overvielen ons meteen. We nemen plaats in The Mermaid Inn, een authentieke pub met een hoog nautisch gevoel waar je uiteraard terecht kan voor fish & chips en lekkere Cornische monkfish. Na een heerlijke lunch was het tijd om ons hotel te ontdekken, maar het zouden de Scillies niet zijn als we hiervoor niet eerst een boot moesten nemen. Op naar St. Martins!  

KARMA HOTEL

Van onze bootkompanen, mensen uit Cambridge die nog nooit op de Scillies geweest waren, vernamen we dat de kans bestond dat we een grijze zeehond zouden tegenkomen. Alright! Maar het werd nog beter: dolfijnen zwemmen hier ook! Vanaf dat moment weken onze ogen niet meer van het water af. Onze boot stopte aan de stijger van het majestueuze Karma Hotel, het enige hotel op St. Martin’s. Het hotel is een prachtig gelegen pand met zeer mooie kamers. Wij hadden zelfs een erkertje met uitzicht op de dobberende bootjes voor het raam. Het viersterrenhotel heeft met Cloudesley Shovell een uitstekend restaurant met een gezellige open haard in huis. Het restaurant is genoemd naar Captain Cloudesley Shovell, een kapitein die eeuwen geleden verdronk door een schipbreuk. Iets wat trouwens ongelooflijk vaak gebeurde nabij de Scillies. Hier mag de Golfstroom dan wel heer en meester zijn, het blijft de woeste Atlantische oceaan. Een van de meest frequente eilandgebeden klonk lang geleden dan ook als volgt: 'We pray thee Oh Lord, not that shipwrecks should happen, but if that wrecks do happen, Thou wilt guide them into the Scilly Isles for the benefit of the poor inhabitants.'

St. Martin's

Alles is afhankelijk van de getijden op de Scillies. Er zijn op St. Martin’s maar twee stijgers. Wil je naar een ander eiland varen, kan het zijn dat je letterlijk naar de andere stijger aan de andere kant van dit eiland moet stappen om de juiste getijde te pakken te krijgen. Dit deden we dan ook. Met plezier, want we hadden een bolletje eilandijs in de hand. Op ons pad kruisten we Henry, geboren en getogen op St. Martin’s. Wanneer we hem vragen of mensen soms in de zee zwemmen, krijgen we een lachende repliek: "ja, maar ze komen er met knikkende knieën uit." Zo vertelt hij ons ook dat er op de Scillies geen politiediensten zijn, omdat misdaad er quasi onbestaande is. Deuren worden niet afgesloten, kinderen kunnen buiten slapen en handtassen worden spontaan achtergelaten op cafétafels. Van Henry kregen we een geweldige anekdote mee over een lokale bobby die slechts één criminele ervaring heeft meegemaakt in al zijn jaren dienst op de Scillies. Het te pakken krijgen van een dronkenlap die zich met een quad op het eiland Bryher verplaatste, mondde uit in een heuse achtervolging per boot, met de fiets en te voet. Het leverde de bobby eeuwige roem en duizenden Instagramvolgers op. 

Overal op St. Martin’s staan kraampjes met bloemen, planten en fruit, maar een verkoper valt er niet te bekennen. Hier geldt immers selfservice, en je deponeert het verschuldigde bedrag in een potje. Een soort honesty bar in het groot, dus. Tijdens een wandeling op St. Martins kan je simpelweg niet verdwalen. De paar bewoners die je tegenkomt, spreken je dan ook laconiek toe met “don’t get lost!" We namen het eerst serieus en haalden al ons kompas en de landkaart tevoorschijn, maar al snel bleek het ironie troef omdat je werkelijk silly moet zijn om op de Scillies verdwaald te geraken. Een Brits telefoonhokje met wat deed ons er ook even aan herinneren dat we nog op een Brits eiland rondliepen. Na een zalige strandwandeling langs Great and Little Bay hadden we eventjes het gevoel verdwaald te zijn, tot we vanuit het struikgewas plots lachende mannen hoorden en we terechtkwamen in de Seven Stones Inn, de énige echte Inn van het eiland. Tijd voor een Sharp’s Atlantic Ale met bounty-uitzicht. 

Op St. Martin’s heb je alvast één zeer lekkere eetplek: Adam’s Fish and Chips. Adam vangt de witte koolvis aan de lijn, in een boot die hij zelf bouwde. Gedurende de dag frituurt hij de vis 'the ancient way'. De chips maakt hij met organische aardappelen, die door de broers van Adam gekweekt werden. Authentieke plekken zoals deze doen de Scillies draaien.

De Scillies gaven ons rust zoals nooit eerder ervaren. We lieten ons werkelijk leiden door de getijden. Niet alleen omdat dat fijn is, maar omdat het gewoon móét. Ze trakteerden ons eveneens op non-stop vertier voor de ogen, heerlijke ales en machtige monkfishes, waanzinnige wandelroutes en een ongelofelijk vriendelijke bevolking! Lieve Scillies, de dolfijnen en de zeehonden hield je nog voor ons verborgen, maar deze lagen hopelijk ergens anders rustig te dobberen, met zicht op jouw wondermooie archipel.

Praktisch

Staan de Isles of Scilly op je to-do lijst? Plan je reis bij voorkeur in april, mei, juni, september of oktober. In juli en augustus is het vanwege de schoolvakanties een stuk drukker. De eilandengroep kun je het beste bereiken met de Skybus, die je binnen een kwartiertje van het zuidwestelijkste puntje van het vasteland van Engeland naar St. Mary’s brengt. Je kan ook met de ferry gaan, maar de ervaring van de Skybus is uiteraard een pak leuker. Alle informatie over jouw reis naar de Isles of Scilly vind je via www.visitislesofscilly.com.

 

Onze favoriete adresjes

- Hotel Pedn Olva op St. Ives: www.pednolva.co.uk
- Pub The Mermaid Inn op St. Mary's: www.mermaidscilly.co.uk
- Adam's Fish & Chips op St. Martin's: www.adamsfishandchips.co.uk
- St. Martin's Vineyard: www.stmartinsvineyard.co.uk

 

De overige Scillies in een notendop

Naast de grootste eilanden St. Mary’s en St. Martin’s tellen de Isles of Scilly nog drie noemenswaardige eilanden.

Tresco vormt een verfijnde locatie dankzij de mooie eetgelegenheden en het kuuroord. Een hoogtepunt van het eiland is de subtropische Tresco Abbey Garden, waar je zo’n 20.000 plantensoorten uit tachtig verschillende landen kunt bewonderen.

Bryher is een grillig gevormd eiland, waar zo’n 92 mensen wonen. Het ligt ten westen van het eiland Tresco. Daar wordt het gescheiden door het Tresco Channel, dat in de tijd van de grote zeilschepen bij westelijke stormen een bekende veilige ankerplaats was. Ten zuiden van Bryher ligt het onbewoonde eiland Samson.

Samson is het grootste onbewoonde eiland van de Scillies. In de 17de eeuw woonde er één familie op het eiland. Augustus Smith, die de Scilly-eilanden vanaf 1834 in erfpacht had van het graafschap Cornwall, liet al deze mensen evacueren. Hij liet op Samson reeën uit, die als voedsel voor de bewoners van de Scillies moesten dienen. Maar de herten hielden niet van het eiland en vluchtten. Hoe de dieren juist van een eiland vluchtten, werd ons evenwel niet verteld.

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord