Hong Kong: Vier dagen in een wereldstad

Scroll naar beneden

Elke zelfverklaarde globetrotter dient één keer in Hong Kong geweest te zijn. De voormalige Britse kolonie hoort sinds 1997 weer bij China maar is nog steeds één van de belangrijkste havens en financiële centra ter wereld. De levensstandaard is er hoog, de flats piepklein en de huurprijzen gigantisch. Ook met een minder goedgevulde portemonnee valt er echter meer dan genoeg te beleven. Hong Kong is een dichtbevolkte, overrompelende metropool. Onder de wildgroei van glanzende glazen wolkenkrabbers schuilt een bruisende stad als geen ander: op het eerste zicht louter een paradijs voor shopaholics, foodies en feestgangers, maar in de kleine steegjes waren nog geesten van bijna vervlogen, romantische tijden rond. Niet te missen.

  • Jonathan Ramael
    Tekst & foto'sJonathan Ramael

"You want room sir!? You want watch? You want… hashish!?" Op Nathan Road – één van de drukste verkeersaders van Kowloon – lijk ik in het midden van Delhi beland te zijn. Ik worstel met m’n koffer terwijl een dozijn Indiase en Bengalese sjacheraars mij m’n eerste Hong Kong Dollars afhandig probeert te maken. Ze laten zich alvast niet door een afwijzing ontmoedigen. Vier dagen lang zullen ze vruchteloos dezelfde drie vragen blijven stellen. Een nee heb je immers en een ja kan je krijgen, en niet duizend keer opnieuw geprobeerd is op voorhand verloren. Doch, al hun inspanningen blijken tevergeefs. Na enkele dagen staat m’n stalen, geconcentreerd op de einder gerichte blik helemaal op punt en hoor ik hen zelfs niet meer. Tsim Sha Tsui op Kowloon – een schiereiland dat door Victoria Bay gescheiden wordt van Hong Kong Central – is één van de meest levendige en cultureel diverse delen van een van de hipste en drukste steden ter wereld. Honderd meter van waar ik sta, voorbij een onophoudend bombardement van neonreclame, kijkt het trotse Peninsula Hotel – een van de absolute tophotels in Azië – uit over het water van de baai naar de kilometerslange muur van wolkenkrabbers aan de overkant. Mooi, maar budgettair voor mij wat van het goede teveel. Ik draai me om en stap voorbij het leger Indiërs het andere uiteinde van het horecaspectrum binnen.

De beruchte Chungking Mansions – mijn thuishaven in Hong Kong – bestaan uit vijf grote, half vervallen torens van zeventien verdiepingen die beneden samenkomen in een grote bazaar vol schimmige winkeltjes, geldwisselaars en etnische restaurants. Ook de torens zelf werden volledig door Nigeriaanse en Indiase hostel- en restaurantuitbaters gekoloniseerd. Het complex biedt onderdak aan meer dan 5.000 mensen en heeft een wat dubieuze reputatie. Naar schatting zijn maar liefst 20% van alle mobieltjes die in Sub-Saharisch Afrika in omloop zijn clandestien door dit gebouw gepasseerd. De kans dat binnen afzienbare tijd alles door een elektrisch defect in vlammen opgaat is niet onbestaande, maar de bedden zijn er goedkoop en mijn kleine hostel (het Guangdong Guesthouse in de B-toren) is kraaknet en muisstil. I’ll take my chances.Jammer genoeg valt er buiten Simon – de vriendelijke Chinese conciërge die met zijn hele inboedel in een piepklein kamertje woont – niemand anders te bespeuren. Een mens kan in het leven niet alles hebben.

Nachtelijk spektakel

Dit is m’n eerste bezoek aan Hong Kong. Voor iemand als ik die al meermaals in Shanghai en Peking verzeild raakte – evenzeer spectaculaire bestemmingen – voelt de trip al snel aan als een verademing. Alles loopt hier iets vlotter en efficiënter, de Great Firewall of China heeft het internet nog niet aan banden gelegd en de politie is niet zo nadrukkelijk in het straatbeeld aanwezig. Bovendien spreekt quasi iedereen vlot Engels. Hong Kong voelt veel meer aan als een internationale wereldstad en is een smeltkroes van heel wat culturen en invloeden. Dat is een luxe die in de rest van China – zelfs in Shanghai – veel minder duidelijk zichtbaar is. Mij doet Hong Kong denken aan een in een Aziatisch jasje gestoken mix van de kosmopolitische grandeur van Manhattan en de glamour van Hollywood. Wie vanop de mooie promenade langs het water in Kowloon bij valavond de torens van Hong Kong Island heeft mogen aanschouwen, zal niet snel meer onder de indruk raken van een andere skyline – inclusief die van New York. Er komt simpelweg geen enkele andere stad in de buurt.

De Tsim Sha Tsui East Promenade werd – mede wegens vlak naast de deur – al snel m’n favoriete plek in Hong Kong. Er is veel open ruimte, het is er relatief rustig overdag en er vallen verschillende interessante en goedkope musea te bezoeken. Wie echt de toerist wil uithangen kan er de Avenue of Stars afwandelen: een ode aan het rijke verleden van de lokale filmindustrie. Poseren aan het standbeeld van Bruce Lee, afgaan tijdens een outdoor karaokesessie of handjes vergelijken met de cementen afdrukken van die van Jet Li of Jackie Chan: het hoort er allemaal bij. Chan heeft trouwens verbazend grote handen voor het kleine mannetje dat hij is. Kung Fu kolenschoppen – geen mep van krijgen.

Elke avond om acht uur stipt loopt de hele promenade vol voor het spektakel van de dag. Begeleid door een vrolijk deuntje beginnen 44 wolkenkrabbers op beide oevers aan een indrukwekkende maar ecologisch volstrekt onverantwoorde laser- en lichtshow. Volledig gratis en voor niets. Geld lijkt in Hong Kong geen rol te spelen, zolang er overdonderd kan worden. Iets waar men duidelijk moeiteloos in slaagt. Ik geniet ervan met een biertje dat ik kreeg van de aangename Zuid-Afrikaan die naast me op de bank zit. Een leeg hostel en toch een vriendje gemaakt: still got it.

Het centrum van een wereldstad

De goedkoopste manier om het water over te steken is meteen ook de leukste. Met de historische schuiten van Star Ferry kan je voor het equivalent van 30 eurocent van oever naar oever varen op wat ’s werelds kortste maar voordeligste cruise moet zijn. Aankomen op Hong Kong Island is lichtelijk overweldigend. In het echte stadscentrum is het ronduit hectisch. De niet aflatende, strak in het pak zittende mensenzee werkt bijna hypnotiserend. Ook reclame is alomtegenwoordig. Alles lijkt hier om business of shoppen te draaien. Ik kan zelfs – moest ik daar zin in hebben – rechtstreeks van winkelcentrum naar winkelcentrum wandelen zonder een voet op de begane grond te zetten. De meeste hoofdstraten worden immers door overdekte voetgangersbruggen overspannen. The future is now. 

Het stadscentrum spreidt zich uit over de flank van de voor het maken van postkaartfoto’s erg geschikte Victoria Peak. Hierdoor zit er heel wat hoogteverschil in het stratenplan, wat voor lichte desoriëntatie en een boel leuke nauwe trappenstraatjes zorgt. Voor mensen die elke dag op hun werk moeten raken is de klim net iets minder leuk, maar daar werd iets op gevonden. Hoog boven de straten zigzagt de langste roltrap ter wereld zich een weg van de woontorens hoog op de heuvel tot aan de kantoren van centraal Hong Kong. Als iedereen ’s avonds weer huiswaarts keert verandert het hele mechanisme simpelweg van richting. Wie de brute pech heeft dagelijks net de tegenovergestelde beweging te moeten maken, heeft na een maand de benen van een topsprinter. Dat dan weer wel.

Wie de grote boulevards achter zich laat en de kleinere steegjes induikt, komt al snel in een andere wereld terecht. De straatjes in de buurt van Soho en Lan Kwai Fong zijn ideaal voor een avondje stappen en zijn vooral onder expats heel populair. Hier vallen tal van hippe bars, kleine dansclubs en restaurants te bezoeken, maar ook onafhankelijke galerijtjes en antiekwinkels. Elders zorgen traditionele maar half verborgen gebouwen zoals de mooie Man Mo tempel (Man en Mo zijn de goden van literatuur en oorlog) voor sfeervolle rustpunten. Een bezoek aan Hong Kong kan je zo groot- of kleinschalig maken als je zelf wil.

Er blijft ook verbazend veel groen over in het centrum. Hong Kong Park, met z’n prachtige inloopvolière (volledig gratis) zorgt voor acht hectare natuur pal in het midden van een van de drukste stedelijke gebieden van de planeet: het Chinese equivalent van Central park. Wie spektakel en lokale sfeer wil combineren in één avondje uit moet op woensdagavond de Happy Valley Racecourse bezoeken: een gigantische en wereldberoemde paardenrenbaan. De locatie – volledig door spectaculaire hoogbouw omgeven – is betoverend en het 55.000 koppen tellende publiek uitzinnig. Dat kan ook niet anders. Paardenraces en gokken zijn hier twee van de voornaamste nationale sporten.

Rustpunten in de drukte

Het futurisme en de hectiek van het hedendaagse Hong Kong kunnen soms wat drukkend overkomen. Niet wanhopen. Buiten de stad vind je – verbazend voor de minieme oppervlakte van de ex-kolonie – heel wat mooie stranden waar gezond, gezwommen of gesurft kan worden en een aantal goed bewaarde natuurparken. Door even de (overigens excellente) metro te nemen, ben je zo buiten het centrum en kan je de drukte volledig ontvluchten. Een optie waarvan heel wat inwoners gretig gebruik maken. Wie het nog wat verder zoekt, kan een boot huren en een aantal van Hong Kongs 260 eilandjes verkennen. Maar zelfs op Victoria Peak vallen leuke tuinen en wandelroutes te ontdekken. Wie liefst enkel bergaf loopt kan eerst de Peak Tram nemen, die zichzelf al 125 jaar lang ettelijke keren per dag quasi loodrecht en onvermoeibaar naar de top van de heuvel hijst.

In de stad zelf galmen op veel plaatsen nog echo’s van een ouder Hong Kong na. In Kowloon Park, dicht bij m’n hostel, volg ik een aantal oude mannetjes tijdens een intensief spelletje Chinees schaken. Wat verder doet een andere groep bejaarden aan tai chi. Wanneer ik vraag wat het verschil is met ons eigen schaakspel, zegt één van de senioren dat de regels zo goed als identiek zijn, maar Chinezen geen koningin gebruiken. "Schaken is oorlog, en oorlog is geen spel voor vrouwen", zegt hij half lachend. Het feminisme is nog niet in elke generatie even sterk doorgedrongen. Eigenaardig is dat men in Hong Kong aparte straten heeft voor erg specifieke koopwaren. Wie een boeket wil kopen, gaat naar een straat waar quasi enkel bloemenwinkels te vinden zijn, wie nood heeft aan een goudvis vindt even verderop een andere straat waar honderden van de beesten in plastieken zakjes in de etalages uithangen en wie zo nodig een papegaai wil, vindt op de vogelmarkt (en schijnbaar enkel daar) keuze te over. Geen idee of het een commercieel interessante beslissing was om honderd identieke zaken op één enkele locatie samen te proppen, maar het zorgt wel voor heel wat sfeer.

Hier en daar, meestal opnieuw in de kleine steegjes rond de grotere boulevards, vallen nog traditionele straatmarktjes te bezoeken waar je een snelle hap kan eten of een paar souvenirs kan kopen. De leukste en populairste markt is de Temple Street Night Market in Kowloon waar alle clichés van het Hong Kong uit de filmklassiekers op fantastische wijze samenkomen. Hier wordt, onder het bleke licht van een sterrenhemel aan naakte gloeilampen, zowat alle namaak die wereldwijd in omloop is verkocht. Ik kom hier dan ook niet om te shoppen maar om van de sfeer te genieten. De marktkramers zijn er extravert en over alles valt te onderhandelen, tussen de standjes verkopen kwakzalvers en vreemd uitziende waarzeggers hun nonsens, af en toe vertonen toneel- of operagezelschappen hun kunsten in de hoop ontdekt te worden en ook straatprostitutie lijkt nooit ver zoek. Achter de kraampjes ligt een hoop rommelige karaokebars en familierestaurants verborgen, waar allerlei onherkenbare en nog stuiptrekkende schaaldieren in waterbakken op de braadpan wachten. Ik hou van de kleine groezelige kantjes van Hong Kong. Overblijfsels van een rijk verleden in een stad die verder met twee voeten zelfzeker in de 21ste eeuw staat. De afstand tussen de pracht en praal van de lasershow op de Tsim Sha Tsui promenade en de ouderwetse sfeer in Temple Street is één metrostop, maar het lijken twee verschillende werelden. Het enige dat ik nog mis om de avond compleet te maken is een Bruce Lee lookalike die het – achtervolgd door een aantal Chinese maffiosi – door en over de marktkramen op een lopen zet.

Hong Kong is een parel, een stad van veel gezichten maar met één ziel. Hopelijk blijft dit nog lang zo en blijven de bemoeienissen uit China beperkt. Het massale studentenprotest van vorig jaar na wel erg restrictieve kieshervormingen laat echter het slechtste vermoeden. De gemiddelde Hongkonger voelt zich niet verbonden met de rest van China en vreest stilaan voor de eigenheid en democratische waarden van zijn/haar stad. Het uitzicht over Victoria Bay kan men vanuit het partijbureau in Peking echter niet belemmeren, en dat beste vrienden, is er één om nooit beu te worden.

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering
  • GRATIS kofferriem

abonneer