Indonesië, langs kolonialen en varanen

Scroll naar beneden

Overnachten in houten villa’s, koffiedrinken op de plantage zelf, de mooiste tempels van Indonesië bezoeken, een ritje maken langs de vulkanen met een stoomtrein en als dessert even naar het echte Jurassic Park. Met het meesterwerk ‘Max Havelaar’ in de hand wordt een reis door koloniaal Java en Komodo een oefening in historische charme.

  • Gerrit Op de Beeck
    Tekst & foto'sGerrit Op de Beeck

Je kan je geen betere locatie dromen om een reis door koloniaal Java aan te vatten dan de ommuurde tuin van het Majapahit Hotel in Surabaya. Dit voormalige ‘Oranje’ Hotel uit 1910 etaleert perfect de sfeer van destijds. Gebouwd door de Iraanse broers Sarkies werd deze grande dame jarenlang gerund door de Aziatische Mandarin-keten. Maar sinds 2006 is het hotel opnieuw in privéhanden en werden er enkele koloniale accenten in ere hersteld. Zo staat er niet alleen weer een geüniformeerde piccolo aan de spierwitte art-decogevel, maar werd in de bar ook het schilderij ‘Schreeuw naar onafhankelijkheid’ weer opgehangen. Daarop wordt het blauw van de Nederlandse vlag afgescheurd en zo de nog steeds gehanteerde wit-rode Indonesische vlag, de merah putih, geboren. Ik nestel me in de uit tropisch hout en riet opgetrokken terrasstoel, bestel een Bellini-cocktail - de huisspecialiteit-  en blader in wat door kenners als een der beste romans uit de Nederlandse literatuur wordt omschreven: ‘Max Havelaar’. Steengoed leesvoer, vooral ook omdat het na meer dan anderhalve eeuw nog steeds actueel is. In dit lijvig werk schreef Multatuli, de schrijversnaam van Eduard Douwes Dekker, over de mishandeling van de Javaan. Het is een boek dat begint als een roman en eindigt als pure, rauwe documentaire. De trouwe ambtenaar nam namelijk na een overmeesterend gewetensconflict ontslag uit ’s lands dienst. Dekker werd als zonderling en excentriek omschreven, maar op termijn groeide z’n roman wel uit tot een zeer gewaardeerde klassieker. Ook al werd het - pikant detail - pas na meer dan een eeuw vertaald naar het Indonesisch. Ik heb me voorgenomen alle dagen enkele hoofdstukken te lezen, als rode draad en ruggensteun voor deze reis.

Blijf gezond, rook een sigaret!

Er was des morgens te tien ure een ongewone beweging op de grote weg. Zo staat het op pagina 35 als eerste zin van het vyfde hoofdstuk en zo is het meer dan honderd jaar later nog steeds. Erger nog. M’n stoïcijnse chauffeur Pudi - half mens, half robot - en Nederlandstalige gids Cipto banen zich wild claxonerend een weg door de ochtendspits van de tweede grootste stad van Java. Ons doel is de ‘House of Sampoerna’, een voormalig weeshuis uit 1862 waar nu een sigarettenfabriek ondergebracht is. Roken is een nationale sport in Indonesië, vooral dan de kretek-sigaret, genoemd naar haar knetterende hoofdingrediënt (kretek is Indonesisch voor kruidnagel). Het levende museum Sampoerna biedt niet alleen een rijk geïllustreerd overzicht van de rookwarengeschiedenis, maar ook letterlijk een venster op dit arbeidsintensieve ambacht. Op de eerste verdieping krijg je achter panoramische ruiten een mooie inkijk op de fabriekshal, waar drieduizend vrouwen, netjes in het uniform van de lokale merknaam, als gekken snijden, kleven, tellen en verpakken. De besten rollen 325 kretek-sigaretten per uur. “Er heerst hier nog een andere perceptie op roken", zegt gidse Pamelo Ryanto. “Het is een genots- en statussymbool. En het is nog overal toegelaten, in tegenstelling tot bij jullie in Europa, waar het massaal ontmoedigd en gebannen wordt.” Indonesië behoort tot de vijf grootste sigarettenmarkten ter wereld. Opmerkelijk detail: The House of Sampoerna zelf is integraal rookvrij. Hoezo? “Dat heeft enkel en alleen te maken met het historische karakter”, lacht gids Cipto. “Het gebouw is volledig van hout en werd geklasseerd als monument.”

Modderstroom als bezienswaardigheid

De tocht naar Malang, waar mijn bed voor de nacht staat in het historische Tugu-hotel, duurt in principe twee uur. Maar ondanks al z’n kwaliteiten heeft Pudi het moeilijk. Het verkeer is hels. Duizenden scooters, dikwijls beladen met een vierkoppig gezin, gunnen elkaar geen centimeter. Cipto stelt voor om te stoppen in de buurt waar tien jaar geleden een modderstroom drieduizend huizen wegspoelde en 11.000 locals dakloos maakte. Een dubieus bedrijf – nota bene eigendom van een minister - was iets te slordig te werk gegaan tijdens het opboren van een gasbel. Met alle gevolgen van dien. “Sindsdien is dit moddermoeras een halve attractie geworden”, lacht Cipto verlegen. “Ramptoerisme, want er mag omwille van de juridische strijd niets aan veranderd worden. Maar we kunnen ook stoppen in Waroeng Bamboo, een restaurantje in het naburige dorp.” Dat lijkt me een beter idee. Leed als postkaart is m’n ding niet. Cipto kent z’n adresjes. We eten een rijsttafel met kipsaté en kokoskroketten, geëscorteerd door een halve liter ijskoud Bintang-bier, voor amper zeven euro per persoon. En na afloop biedt de familie ons nog graag een koffie aan. Van het huis en met de glimlach.

Slapen bij de antiquair

“Wij conserveren het verleden, want wat moeten we anders aan onze kinderen vertellen?” Met die indringende woorden word ik door gastvrouw Yudha welkom geheten in het Tugu Hotel Malang, een van de vier locaties van de gelijknamige miniketen, eigendom van een Indonesische antiekhandelaar. Tugu-hotels zijn eigenlijk riante gasthuizen met tropische tuinen, waar authenticiteit hoog in het vaandel gedragen wordt. ‘Wij zijn het hart, de ziel en de romantiek van Indonesië’ is het credo van de hotelgroep en persoonlijk vind ik dat zelfs nog een understatement. Weinig hotels ter wereld kunnen zoveel sfeer presenteren, of kunnen een vergeten periode - in dit geval het romantische Java - zo tot leven brengen. In de Warong Shanghai-bar uit 1920 bestel ik een Cherry Brandy van Bols, en ’s avonds eet ik samen met Cipto onder een grote palm in het Melati Pavillion. Een gecapitonneerd bed met ouderwetse doorhangmatras en handgestreken lakens sluit de dag stijlvol af. Terwijl buiten twee langstaartaapjes in de bomen spelen, lees ik onder het gedempte licht van een handgeblazen nachtlampje een laatste paragraaf. Ik klaag over het stelsel van misbruik en gezag, van roof en moord waaronder de arme Javaan gebukt gaat, schrijft de ambtenaar na een conflict met zijn directe meerderen.

Roomsoesjes en hagelslag

Naast het kleine zwembad in de tuin ontbijt ik met pancakes, warme chocoladesaus en zwarte koffie gepresenteerd in een Delfts servies. De in wit linnen gehulde ober wijkt niet van m’n zijde. Ook dat hebben ze overgehouden aan de kolonisatie: een bijna té onderdanige attitude. Als ik de lieve man duidelijk maak dat ik alles heb om gelukkig te zijn, lacht hij vriendelijk, maar blijft staan. De Javaan, schreef Multatuli, heeft een aangeboren hoffelijkheid – zelfs de geringe Javaan is veel beleefder dan zijn Europesche standgenoot. Nog voor de grote hitte bezoeken we de katholieke kathedraal van Malang. In tegenstelling tot de monsterlijke, op industrieel elan uitgebreide metropool Surabaya, straalt Malang eerder iets provinciaals uit. Hier geen juxtapositie met de koloniale sfeer, maar eerder grandeur en relatieve rust. “De eigenlyke heirbaan met zyn vele zytakken, die de maarschalk Daendels met grote opoffering van volk deed aanleggen is inderdaad een prachtig stuk werks,” staat er in 'Max Havelaar' te lezen. Malang, met z’n brede villawijklanen, wordt dan ook het Parijs van Oost-Java genoemd. Vooral de aanwezige zin voor orde en netheid zet de charme van dit door heuvels omringde kleine stadje extra in de verf. Gids Cipto, met wie ik enkele jaren geleden naar het mythische nirwana Borobudur in Centraal-Java trok, herinnert zich nog m’n voorliefde voor zoetigheid. “De beste patisserie van Malang vinden we bij Toko Oen”, zegt hij. “Een huis van vertrouwen sinds 1930, bekend voor z’n roomsoesjes.” Zoiets moet men mij maar eenmaal zeggen. Hier tweemaal daagsch versch brood, koek en banket lees ik op het gegalvaniseerde gevelbord. Vakkundige bediening, staat daar nog onder. 

Geboortestad van de president

In tegenstelling tot de grote tempels van Midden-Java, die indruk maken door hun massieve voorkomen, ligt de nadruk in Panataran op de weidsheid. De zon staat al laag wanneer we het domein van deze twaalfde-eeuwse hindoetempel oprijden. Er zijn drie grote binnenplaatsen, met elkaar verbonden door rijkversierde poorten die almaar dichter bij de berg liggen. Een half uurtje later bollen we een opmerkelijk verlaten Blitar binnen. In de Sri Lestari-residentie, een gouverneurswoning uit 1850, huist nu het Tugu Hotel. We blijken de enige gasten te zijn, dus worden we door het overvloedige personeel in de watten gelegd. Ik krijg een schitterende suite toegewezen in het centrale hoofdgebouw, met een antiek, oversized bed. "Blitar is niet alleen de thuishaven van de belangrijkste hindoetempels van Java, het is ook de geboortestad van Soekarno, de eerste president en ‘founding father’ van Indonesië”, vertelt de barman me ’s avonds bij kaarslicht. Meteen krijgt het immense sepiakleurige portretschilderij achter me een betekenis. Als ik bij het uitchecken nog even de officiële prijslijst van het hotel gadesla, blijkt er ook een mogelijkheid te bestaan om hier ‘in een kamer zonder warm water’ te logeren. “Dat is voor de chauffeurs en gidsen”, zegt het baliemeisje zonder verpinken.

De ziel van Java

Java stond vroeger synoniem voor koffie. Maar toen een schimmel aan het einde van de negentiende eeuw bijna alle planten uitroeide, een ware catastrofe, werd het eiland definitief door Zuid-Amerika van de troon gestoten. In het licht van al die tragiek doet het bijna emotioneel aan om in een nog werkende plantage te logeren. Losari, genesteld tussen vulkanen in het Javaanse centrale hoogland, produceert nog steeds twintig ton per jaar en mag beroemde merken als Illy en Lavazza tot haar klanten rekenen. Al zijn het in eerste instantie de hotelgasten die van de versgebrande bonen genieten. De koffie wordt geserveerd op het terras van het oude plantagehuis uit 1828, nu een bar annex bibliotheek. Vanuit de hangmat zie ik de ochtendmist optrekken en de zon langs de vulkaankraters doorbreken, met een perfecte koffie in de hand terwijl de butler koekjes brengt. Is dit echt? Hoe dan ook, ik voel me vooral als een acteur in een koloniale film. Gastheer Sugeng verstoort de dagdroom. Of ik soms de branderij wil bezoeken? Absoluut. ’s Avonds eten de schaarse gasten op het overdekte terras terwijl tussen de vulkanen het klassieke, dagdagelijkse onweer lelijk huishoudt. Water valt met bakken uit de lucht. Maar wij horen vooral de live pianomuziek. Jongens, jongens, wat een sfeer! Tientallen kaarsen verlichten de weelderige schommelstoelen, er gaat jenever en vers gebrande robustakoffie rond.

Slow travel met stoomfluit

Als afsluiter van de Java-tocht heeft Cipto nog een verrassing in petto. In het naburige station van Magelang wordt op tijd en stond een stoomtrein uit 1902 vanonder het stof gehaald. Vandaag is zo’n 'old world style'-dag en m’n trouwe gids heeft twee tickets kunnen bemachtigen. En zo sporen we in de namiddag aan een wel bijzonder lage snelheid door de groene landschappen tussen de vulkanen. De sleetse wagons zitten barstensvol uitgelaten kinderen die joelen als gek wanneer de stoomfluit weer eens aangetrokken wordt. Cipto en ik staan recht in de gang, en wanneer een oudere man teken doet dat ik op zijn plaats mag zitten, overvalt me een zekere schaamte. Ik moet denken aan het hoofdstuk dat ik gisterenavond las. De Europeaan zy wel opgevoed en kies, hy gedrage zich met vriendelyke waardigheid. Dus bedank ik uiteraard voor de geste, en bied hem een dun sigaartje aan. De man steekt het zuinig tussen duim en wijsvinger, haalt voorzichtig in, en geeft me dan een glimlach die boekdelen spreekt.

Naar het echte Jurassic Park

Het schroefvliegtuig zet met een weidse boog de landing in op de korte piste van Labuan Bajo, de belangrijkste stad van westelijk Flores, een eiland in het oosten van Indonesië. Iedereen die hier voet aan grond zet, heeft één reisdoel voor ogen: het Komodo Nationaal Park, thuishaven van de grootste nog levende hagedis. “Zeg maar Bona”, zegt Bonaventure, een jonge knaap met citroengeel t-shirt op flipflops die constant z’n verzorgd gebit blootlacht. De zon klimt net boven de horizon wanneer de volgende ochtend een kleine speedboot met twee bemanningsleden en één passagier koers zet naar het eiland Komodo. Met de lokale houten vissersboten doe je er minimum vier uur over, wij zouden het op anderhalf uur moeten klaren. “Tenminste, als de zee niet te wild is”, zegt onze kettingrokende schipper. In ‘De nare varaan’, een stripverhaal uit de Suske en Wiske-reeks, probeert Lambik een Komodovaraan als ideale man te koppelen aan tante Sidonia. Ze krijgt een zenuwinzinking. Ik net niet wanneer ik in de late voormiddag, na een uurtje zoeken, plots oog in oog kom te staan met een exemplaar van twee meter. “Niet bewegen”, roept gids Usman. De getaande local heeft alleen maar een stok bij, maar onderweg heeft hij ons meermaals duidelijk gemaakt dat dit – in principe - voldoende is. In principe. In juni 2007 werd hier een negenjarig kind gedood door een Komodovaraan. Het dier viel de kleine Mansur aan, beet hem, schudde hem heen en weer, en liet pas los toe n de toegestroomde dorpelingen met stenen begonnen te gooien. Omdat het eiland niet over een medische post beschikt, overleed de jongen kort na de aanval. Het bekendst is de verdwijning van een Zwitserse baron in 1974. Alleen zijn hoed, camera en met bloed besmeurde schoen werden teruggevonden. De man kreeg een gedenksteen, naast de aanlegsteiger, om alle bezoekers op de gevaren te wijzen. Maar Usman blijft bij z’n standpunt: blijven staan, afstand bewaren en er kan weinig gebeuren. Gespierde en behendige als deze oversized hagedissen zijn, het zijn absoluut geen afstammelingen van de dinosauriërs. En in tegenstelling tot wat weleens wordt beweerd, is er geen enkele directe relatie tussen varanen en krokodilachtigen. Toch zijn we er niet gerust in. Tenslotte: hoewel een varaan voor een belangrijk deel van aas leeft, zal hij niet aarzelen prooien te doden, als de kans zich voordoet. Doorgaans slaan varanen – elk een brok van soms wel honderd kilo spieren – totaal onverwachts toe, met een kort sprintje van twintig kilometer per uur. Ze staan dan ook bekend als zeer vraatzuchtig. In één enkele maaltijd tachtig procent van het eigen lichaamsgewicht naar binnen werken, is zeer gewoon.

Een zoo zonder hekken

Om te bekomen van onze eerste ontmoeting, nodigt Usman ons uit op mierzoete koffie en koekjes in het ranger station. “Een aantal eigenschappen van de Komodovaraan worden vaak sterk overdreven, zoals de lengte en het gewicht”, steekt Usman van wal. “Het allerlangste exemplaar dat is beschreven, was 3,13 meter lang en woog 166 kilo, inclusief eventuele verzwolgen prooien. De meeste exemplaren blijven echter kleiner, gemiddeld 2,6 meter, en bereiken een gewicht van ongeveer zeventig kilo. En er zijn meer eigenschappen die als feit worden gepresenteerd maar in de praktijk niet kloppen. De hardnekkigste? In tegenstelling tot haaien gaan varanen niet af op de geur van bloed, maar pikken ze de rottingslucht op van karkassen. Ondanks hun vrij recente ontdekking – de eerste werd pas beschreven in 1910 - is er veel onderzoek gedaan naar Komodovaranen, vooral hier in het Nationaal Park, waardoor er ondertussen veel bekend is over de levenswijze en de voortplanting. Jonge varanen leven voornamelijk van insecten zoals sprinkhanen, kevers en andere geleedpotigen. Ook worden kleine gewervelden als gekko's, kleine vogels en kleine zoogdieren gegeten, aangevuld met eieren van verschillende dieren. Maar als ze opgroeien, worden dat dwergolifanten (die ondertussen trouwens compleet zijn uitgestorven), wilde zwijnen, herten, waterbuffels, slangen, honden, geiten en vogels. En een occasionele toerist. Ha ha. Hoe een varaan z’n buit binnenhaalt? Hij probeert een prooi direct te doden, wat niet altijd lukt, zodat het slachtoffer in eerste instantie ontsnapt. Maar het doodvonnis is dan reeds getekend, want door de bacteriën in de bek van de varaan loopt die prooi meteen een gevaarlijke infectie op waaraan het snel bezwijkt. Het rottende karkas wordt vervolgens door de varanen opgespoord via hun uitstekende reukzin, en alsnog opgegeten. Varanen eten trouwens, in tegenstelling tot bijvoorbeeld leeuwen, ook de botten, hoeven, huid en ingewanden van de prooi op.

Een monsterlijke verschijning

“Wat denken jullie, gaan we er nog wat spotten?” De woorden van Usman zijn nog niet koud, of we lopen er twee tegen het lijf langs de branding. Met een stukje rottend vlees heeft een andere ranger de zaken wat bespoedigd. Zijn Russische gasten, geveld door de hitte en de vochtigheid, vonden dat het na dertig minuten lopen stilaan tijd werd dat een van de duizenden beesten zich liet zien. Dan maar de grote middelen, dacht de begeleider, een politiek waar Usman niet van moet weten. “Zo gebeuren er ongevallen, want de volgende stap is steeds dichter proberen te komen voor de ultieme foto.” Het beeld van het duo op het strand is alvast machtig. Met hun langwerpige lichaam, lange staart (langer dan het lichaam, trouwens), vier gebogen poten en een brede, platte kop lijken ze zo weggelopen uit een sciencefictionfilm. De matte huid is niet alleen bedekt met schubben maar bevat een groot aantal zogenaamde osteodermen, insluitingen die bestaan uit keratine. Deze dienen als bepantsering, en niet om te aaien zoals in het Suske en Wiske-album, waarin ze zelfs overgaan tot een bloedtransfusie met het bloed van tante Sidonia. “Ik ken die tekenaar, Paul Geerts”, zegt Usman. “Hij heeft in de jaren zeventig reeds dit eiland bezocht en massa’s foto’s gemaakt. Zelfs z’n toemalige gids Djaja figureert in het album.”

Bedreiging en bescherming

Met de teller op zeven in de vroege namiddag, besluiten we onze wandeling te staken. Bij een frisse pint in het lokale dorp willen we nog één ding weten: “Is de varaan met uitsterven bedreigd?” Usman haalt diep adem. “De Komodovaraan heeft volgens schattingen een levensverwachting van ongeveer 50 jaar”, zegt hij. “En wordt inderdaad beschouwd als een kwetsbare soort. Van bedreiging spreken we hier liever niet. De eventuele problematiek wordt voornamelijk veroorzaakt door het relatief kleine leefgebied en niet in eerste instantie door toedoen van de mens, zoals stroperij of het vangen voor de handel in exotische dieren. In feite is de Komodovaraan sinds de ontdekking vanaf het begin streng beschermd, omdat men al direct inzag dat de soort niet erg talrijk in aantal was. De toenmalige Nederlandse bezetter verbood bijvoorbeeld meteen de sportieve jacht op de eilanden, en de uitvoer van exemplaren voor wetenschappelijke studie werd strikt gereguleerd. Ook de toegang tot de kleinere leefgebieden op de buureilandjes wordt enorm beperkt. Toch is de huidige populatie van ruw geschat vijfduizend exemplaren sinds zijn ontdekking sterk afgenomen. Dus komen reizigers van over de hele wereld naar dit gelijknamige eiland om het megareptiel in de vrije natuur te bewonderen. Fantastisch hé?”

Praktisch

Java is het dertiende grootste eiland in de wereld en het vijfde grootste van Indonesië. Een keten van vulkanische bergen vormen een oost-westas doorheen het eiland. Op Java bevindt zich ook de hoofdstad Jakarta (die vroeger Batavia heette). Die was niet alleen de kern van het voormalige koloniale Nederlands-Indië, maar speelt ook nu nog een dominante rol in het economische en politieke leven. Er worden drie belangrijke talen gesproken, hoewel het Javaans dominant is en de moedertaal vormt van zowat zestig miljoen mensen. De meerderheid van de Javanen zijn moslims, maar Java wordt niettemin gekenmerkt door een gevarieerde mengeling van religieuze overtuigingen en culturen.

Het eiland Komodo is een van de drie hoofdeilanden van het gelijknamige Nationaal Park, gelegen tussen de eilanden Sumbawa en Flores. Het eiland meet zo'n 390 km² en heeft ongeveer 2000 inwoners, die deels afstammen van naar het eiland verbannen gevangenen. 

Zelf rijden is sterk af te raden, en een wagen mét chauffeur annex gids is geen aderlating.

Klimaat

De beste reistijd is van april tot en met oktober. November is wisselvallig, vanaf december begint het vochtige en weinig gezellige regenseizoen. Topperiode: mei en juni. Het is dan droog, zonnig en er staat nog veel water in de rivieren, wat de eilanden groen kleurt.

Goodbye reisde met dé Azië-specialist, Asia Tours. Deze trip werd à la carte uitgetekend. Asia Tours is dan ook dé topper voor individuele reizen op maat. De riante brochure is enkel rechtstreeks bij de touroperator verkrijgbaar. www.asiatours.be, telefoon +32 (0) 51/70 81 72, info@asiatours.be

Documenten

Geen visum. Lokale munt is de rupiah (1 euro = +/- 15.000 rupee).

Goodbye reisde met Singapore Airlines, dat dagelijks vanuit Amsterdam per nieuwe Airbus 350 (maar ook vanuit Londen Heathrow, Frankfurt of Parijs per B777 of A380 dubbeldekker) non-stop naar Singapore vliegt. Verwacht je aan de beste economyclass ter wereld, een riante catering, gratis open bar en video on demand. Vanuit Singapore reis je met dochtercarrier SilkAir vlotjes naar talrijke Indonesische eilanden door.

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord