Interview: Bent Van Looy over zijn unieke manier van reizen

Scroll naar beneden

'Heb de moed om de deur uit te gaan en een tram te nemen die je nog nooit hebt genomen', lezen we in de perstekst van zijn vorige tournee bij de release van zijn tweede soloalbum ‘Pyjama Days’. Nochtans kreeg zanger, muzikant, componist, schilder en sporadisch radio- en tv-maker Bent Van Looy het reizen niet met de paplepel ingegeven. Intussen woonde hij tien jaar in Parijs, zag hij een stuk van de wereld en reisde hij naar Los Angeles om zijn recentste plaat – Yours Truly – op te nemen. Bent ontvangt ons in hartje Antwerpen en vertelt ons over reizen met een excuus, de geneugtes van het verdwalen en het rustgevende effect van luchthavens.

  • François  Cauliez
    TekstFrançois Cauliez
  • Marc Wallican
    Foto'sMarc Wallican

“We gingen heel weinig op reis met het gezin,” herinnert Bent zich. “Als wij ergens naartoe gingen, dan was het naar Zeeland, waar mijn oma een huis had. En anders gingen we naar de Ardennen. Dat was het zowat. Mijn eerste reisherinnering moet dus wel Zeeland zijn, denk ik. Een klein dorpje aan de Oosterschelde. Zowel in de zomer als in de winter. IJskoude wandelingen over zeer platte weilanden (lacht). De eerste exotische bestemmingen zijn pas heel laat gekomen. Mijn eerste palmboom heb ik pas gezien toen ik 18 was en dat was in Engeland." (lacht)

Reizen inspireert tot werken

Intussen heeft Bent die late start wel goedgemaakt en misschien heeft dat gebrek aan verre bestemmingen hem wel extra doen dromen van verre reizen, bedenkt hij. Maar zomaar reizen om te reizen, dat zit er nog steeds niet in. Bent: “Ik ben iemand die graag met een excuus ergens naartoe gaat, die graag het nuttige aan het aangename verbindt. Ik hou enorm van Japan, maar als toerist is dat echt heel duur. Ik zorg er dus altijd voor dat ik werk heb in Japan en dan blijf ik vaak nog een week of twee. Dat doe ik heel vaak, ook met andere bestemmingen. Mijn plaat (Yours Truly, nvdr) heb ik bijvoorbeeld in LA opgenomen. Dat is natuurlijk werken, maar er zijn ook dagen dat er niet gewerkt wordt en dat is voor mij het leukste. Omdat ik me dan ook niet voel als iemand die gewoon komt kijken maar als iemand die aan het werken is. Dat vind ik het aangenaamste, om op die manier onder te duiken in een stad. Natuurlijk is het leuk om ook echt als toerist te gaan, maar dat doe ik eerder zelden.”

Ook als hij naar Parijs gaat, waar hij tien jaar gewoond heeft, is Bent eerder een werkmens dan een toerist. “Ik ga er natuurlijk nog af en toe naartoe, maar als ik in Parijs ben, schiet ik meteen in werkmodus. Ik schrijf in Parijs al mijn dingen op straat omdat de stad heel erg uitnodigt tot lange wandelingen. Als ik daar ben, maak ik bijna altijd iets. Ik neem me dan voor om eens te gaan ontspannen of zo, maar dat lukt niet echt. Reizen inspireert me ook tot werken. De laatste keer dat we echt op reis zijn gegaan, was met het gezin, twee jaar geleden naar Thailand. Dat had ik bijna nog nooit gedaan en dat was ook niet eenvoudig voor mij. Het eerste luik op de eilanden was echt heel moeilijk. Maar Bangkok was natuurlijk wel weer heel inspirerend en wonderbaarlijk. Vakantie vind ik niet evident.”

Parijs staat stil

We keren even terug naar Parijs. Ook hier kwam hij met een ‘excuus’ terecht. Bent: “Parijs was vooral een heel praktische keuze. Mijn vriendin werkte in de mode en ik ben haar achterna gereisd. Want daarvoor, als toerist, was ik nooit een fan van Parijs, ook niet op tournee of zo. Ik heb van Parijs leren houden door er echt te wonen en er het dagelijkse leven mee te maken. Als toerist vond ik er nooit mijn draai, dan had ik het meer voor Londen of Berlijn. Wat Parijs heel bijzonder maakt, is dat het een stad is die blijft stilstaan. Parijs van nu is hetzelfde als het Parijs van de jaren ’50 of Parijs over 40 jaar. En dat is ook de reden waarom mensen ernaartoe gaan, omdat ze Parijs willen en Parijs zal altijd Parijs zijn, heel conservatief. Als je in een huis woont, dan is daar een conciërge en die moet van de staat – of van de stad, daar wil ik vanaf zijn – elke maand het koperen plaatje aan de voordeur poetsen. En dat doen ze ook. In die zin wordt heel erg in het oog gehouden dat er zeker niets verandert. Dat is mooi, omdat je in een soort van tijdloze zone stapt, maar na tien jaar is dat ook een van de redenen geweest waarom we zijn weggegaan. We dachten ‘wat gaat er volgend jaar anders zijn dan dit jaar?’.”

Voelde Parijs dan op een bepaald moment als ‘thuis’ aan of bleef het toch reizen? Bent: “Parijs voelde echt als thuis, maar de kunst is wel – en daar moet ik mezelf hier ook op wijzen – om je ogen op de juiste manier te openen, waar je ook bent. Dat je altijd verbaasd of verwonderd kunt zijn over die of die gevel… Dat is eigenlijk wat we op reis doen. Omdat het allemaal echt nieuw is, zien we alles met een nieuwe blik of onder een nieuw en mooier licht. De kunst is om dat ook gewoon in je eigen straat te doen. Dat is moeilijk. Maar als je dat kunt, dan ben je altijd op reis. Hoe je dat kan doen? Door echt te proberen te zien wat je ziet en niet te denken dat je al weet waar je bent. Om bijvoorbeeld te zien hoe hier regenpijpen aan de huizen bevestigd worden. Dat zijn dingen waar je op let als je op reis bent. Dat kunnen zien in je eigen straat, is een goeie zaak, denk ik.”

Het Beloofde Land

In het begin van ons gesprek verklaarde Bent al zijn liefde voor Japan. Wij wilden van hem weten wat hem daar precies aantrekt. “Nog voor ik er was geweest, was het al een soort abstracte droom,” vertelt hij. “Een land waar op een heel aandachtige manier met de kleinste dingen wordt omgegaan. Een land waar het meest futuristische naast een heel oude tempel kan bestaan. Waar je je echt in een soort van Blade Runner waant, maar zodra je een klein achterafstraatje neemt, word je terug gekatapulteerd naar de 19e eeuw, toen nog geen enkele buitenlander in Japan was geweest. Die contrasten zijn heel wonderbaarlijk. Maar ik word vooral ook aangetrokken door het feit dat als mensen iets doen, dan doen ze het heel goed. Dat is mooi voor de bezoeker natuurlijk, maar het legt wel heel veel druk op de Japanners. Ik denk dat het een heel moeilijke maatschappij is om in te leven. Maar het werkt wel. Voor mij is dat toch een soort van beloofde land. Als ik daar ben, ben ik heel gelukkig.”

Of er nog andere plekken zijn die hem weten te bekoren of die een grote indruk op hem gemaakt hebben, vragen we. Bent: “Ik was dit jaar voor het eerst in Hongkong en dat was heel indrukwekkend. Ik heb ook jaren gedroomd van wat Amerika was. Daar ben ik pas heel laat naartoe gegaan, rond mijn 28e denk ik. En dan nog omdat mijn beste vriend toen in New York woonde. Snap je, ik ga nooit zeggen: 'ik ga nu eens een week kijken naar New York'. Het is altijd ergens aan verbonden. Ik hou echt van steden: New York, LA, Tokyo, Hongkong, Moskou... De echte megasteden vind ik het indrukwekkendst.”

Dat betekent evenwel niet dat Bent zijn neus ophaalt voor een natuurreis, integendeel. “Ik ben echt wel een natuurmens”, bekent hij. “De natuur is ook zeer belangrijk voor mij, maar die vind ik toch vooral in Europa: Schotland, Zweden, Zwitserland, waar mijn vrouw vandaan komt. Engeland is mijn lievelingsland op het gebied van natuur.”

Het grote verschil met de steden is dat hij in de natuur minder de drang voelt om te werken. Bent: “In de natuur kan ik echt wel stoppen. Steden inspireren mij, de natuur is gas terugnemen.”

In de tussenzone

De platgetreden paden zijn niet aan Bent besteed en dat neemt hij heel letterlijk, zoals blijkt uit het perstekstfragment aan het begin van dit artikel. “De deur uitgaan en iets doen wat je nooit eerder deed, vind ik inderdaad heel leuk. Verdwalen en het ook echt opzoeken. Want het is tegenwoordig gemakkelijk om met de telefoon te volgen waar je precies bent, maar niets is zo leuk als ergens verkeerd lopen en dan ineens gedwongen worden om je ogen te openen en daar dan wonderlijke dingen te ontdekken.”

Het wordt ons intussen steeds duidelijker dat Bent niet van het sedentaire type is. Onderweg zijn is zijn grootste passie. “Onderweg zijn is een plaats waar heel veel mogelijk is,” legt hij ons uit. “Je hebt één iets verlaten dat je kent en je bent nog niet op de plaats waar je naartoe moet of waar je van droomt. Je bent in een soort tussenzone en in die tussenzone denk je heel anders dan wanneer je gewoon thuis of op je bestemming bent. Het is een soort abstract niets waarin je toch heel goed kunt nadenken over alles en daar ook toe gedwongen wordt. Als je niet aan het lezen bent, maar als je gewoon wacht en het laat gebeuren, is dat een van de meest interessante momenten. Onderweg zijn is voor mij echt het mooiste en vat nog meer de essentie van reizen samen dan ergens zijn. Dat vacuüm vind ik een heel leuke plek om in te zijn. Totaal los van alles, niemand weet waar je bent, want je zit tussen twee dingen, niet bereikbaar, dat is heel bijzonder en het gebeurt ook heel zelden.”

Je kan op veel manieren onderweg zijn: met de auto, het vliegtuig, of op een schip. Bent houdt echter het meest van de trein. “De trein heeft iets romantisch. Vroeger waren er nachttreinen. Zo ging ik altijd naar Zwitserland en toen kwam ik altijd de meest bijzondere mensen tegen. Dat is op de dagtreinen vreemd genoeg minder het geval. Ik herinner me dat ik eens in een donkere coupé een hele nacht met een rare Italiaanse man heb zitten praten. Dat zijn dingen die je nooit vergeet en die deze manier van reizen wel uitlokt.”

Onderweg zijn is ook synoniem voor een zekere hunkering van wat komen zal. Die hunkering kan beloond worden, maar kan ook uitmonden in een ontgoocheling. En die heeft Bent intussen ook wel al ervaren. Daarvoor moeten we terug naar Thailand. Bent: “Ik had erover gelezen en ik dacht ‘dat is een prachtig exotisch land’. En dat is ook wel zo, maar de realiteit is ook dat het extreem bereisd is, door miljoenen mensen op ieder moment van de dag. Geen enkele toerist vindt het leuk om in de buurt van andere toeristen te zijn, dat is inherent aan de toerist. Die wil altijd het meest oorspronkelijke en unieke, maar dat kan niet. Je wil ervan overtuigd zijn dat jij de enige authentieke ervaring hebt, maar dat is natuurlijk onzin. Maar die illusie willen we allemaal wel. In Thailand werd ik heel erg met mijn neus op de feiten gedrukt dat dat niet kan. Ook het feit dat er een soort van roofbouw wordt gepleegd op een cultuur, op een land, ter vermaak van het toerisme, vond ik moeilijk.”

Meedrijven als een kwal

Tijdens onze research voor het interview lazen we dat “op een luchthaven rondlopen, of in een trein zitten, in een niemandsland vertoeven” hem de ultieme ontspanning biedt. Of hij wel beseft dat die dingen voor veel mensen net een onoverkomelijke bron van stress zijn, vragen we hem. Bent: (lacht) "Ik snap dat zeer goed, maar de kunst is om daar de controle op te geven en niet te proberen om het beter te doen, om een slimmere manier te vinden om van punt A naar de andere gate te gaan. Je moet echt alle controle opgeven en als een soort van kwal meedrijven op de stroom, waar die ‘zee’ je ook brengt. Op dat moment hou je bijna op van mens te zijn en dat is super ontspannend. Stoppen met nadenken en gewoon zijn. Laat maar gebeuren, daar zijn die plaatsen ook echt voor gemaakt.”

Op Bents website staat een vintage fototoestel afgebeeld, wat ons doet vermoeden dat hij – ook op reis – een fervent fotograaf is. En dat beaamt hij: “In de tijd van de analoge toestellen heb ik het veel geprobeerd, maar dat was altijd moeilijk omdat ik het beeld niet zag. Ik ben opgeleid als schilder en ben zeker heel erg bezig met beeld. Sinds de schermpjes op fototoestellen of telefoons ben ik een heel gretig fotograaf geworden, omdat de compositie meteen duidelijk is. Je kan echt een beeld maken. Vroeger was het altijd van ‘als we het binnen twee weken ontwikkelen, zullen we wel zien’ en dat was altijd een ontgoocheling. Ik vond het heel moeilijk om wat ik door die zoeker zag te vertalen naar een tweedimensionaal beeld en dat is nu veel makkelijker.”

Een andere Bent

Behalve foto’s bewaart Bent ook andere tastbare herinneringen van zijn reizen. “Ik neem van alle reizen iets mee en meestal zijn dat heel kleine, banale dingen. Een bierkaartje of een klein briefje dat je uit een tempel haalt, een onderlegger, een visitekaartje van iemand… Ik koop ook graag kleren en bijna al mijn kledingstukken hebben zo’n soort connectie. Dit komt van die stad of daar precies op dat moment heb ik dat gekocht en op die manier ben je eigenlijk ook altijd omringd door je reizen.”

Afsluitend willen we van Bent weten wat reizen hem geleerd heeft. Na een korte denkpauze antwoordt hij: “Je bent een ander mens afhankelijk van het decor waarin je je voortbeweegt. De omgeving bepaalt heel erg wie je bent en daar kun je tegen vechten of je kan het laten gebeuren. Ik vind dat niet onaangenaam, maar wel confronterend. In LA ben ik een andere Bent dan in Berlijn. Dat is heel moeilijk uit te leggen, maar de stad wordt toch een deel van je persoonlijkheid, zeker als je er langere tijd bent.”

Dit interview verscheen eerder in Goodbye #16, met ook reportages over onder meer de Aveyron, Oostenrijk, Rotterdam, Zimbabwe, de Kimberley en de Isles of Scilly. Bestel jouw exemplaar via BOL.com!

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord