Lombok: kunst, ziel en verleiding

Scroll naar beneden

Lombok, de buur van het Indonesische godeneiland Bali, is letterlijk en figuurlijk een evergreen. Het is er nog altijd yesteryear, zoals men dat hier zegt. Een eiland met karakter waar de reiziger een diepe, paradijselijke, bijna historisch hypnotiserende ervaring wacht.

  • Gerrit Op de Beeck
    Tekst & foto'sGerrit Op de Beeck

De striphelden Suske en Wiske hadden het tijdens hun ‘De Mompelende Mummie’-avonturen ook al begrepen: wie naar Indonesië reist en een unieke ervaring verlangt, doet beroep op Belg Marc Jacobs, zaakvoerder van een reiskantoor met Belgische verankering. En uitzonderlijk gepassioneerd gids voor speciale klanten en oude vrienden. Marcus Jacobus (want zo heet hij in album 225) staat ons glunderend op te wachten op de schamele luchthaven van Lombok, het kleine eiland ten oosten van Bali. De zon schijnt, er staat een zachte bries, kortom: de omstandigheden zijn perfect voor een driedaagse eilandtour. “Lombok is minder ontwikkeld en vooral rustiger”, zegt hij onderweg in de airco-gekoelde Japanner. “Wat mij betreft de ideale opwarmer – letterlijk en figuurlijk – voor het drukke én populairdere Bali.” Gelukkig heeft Marc z’n beste chauffeur geëngageerd, want we zijn de parking van de nieuwe luchthaven nog niet uit, of we worden ei zo na geramd door een cidomo, het lokale paardenspan met vier zitplaatsen in de koets. Ook twee koeien, twintig kippen en enkele honden maken onze chauffeur het leven moeilijk, maar de lieve man blijft er stoïcijns bij. Lombok is van noord naar zuid zeventig kilometer lang en Marc beoogt een cirkeltour in tegenwijzerzin, een dagtochtje naar de snorkelspots van de Gili-eilanden en als bekroning een verblijf in het paradijselijke Tugu Hotel. De Gunung Rinjani, de lokale berg, zal ons overal vergezellen.

Het is laatnamiddag wanneer we, na een schitterende rit door het diepgroene hinterland van West-Lombok, het vissersgehucht Sekotong Barat binnenrijden. Marc wil een bootje huren om de vlottende visserswoningen van de Gili Tangkong-baai te bezoeken. Dat is geen enkel probleem, zo blijkt. Keuze genoeg, en tien minuten later dobberen we over het staalblauwe water. Ook aan visplatformen geen gebrek, al is het actieve leven beperkt tot goedendag zeggen; vissen doen ze hier ‘s nachts.

Twee werelden op één eiland

Eeuwenlang was Lombok het domein van de Sasaks, een volk dat vanuit Azië via Java en Bali naar Lombok afzakte. Ze waren animisten die geloofden dat alle levende wezens en alle niet-levende dingen om hen heen bezield waren. In de loop ter tijden evolueerde het eiland naar een aangepaste vorm van de islam, al wint vandaag de dag de orthodoxe islam aan invloed. Ook in Lombok – net als in de rest van de wereld – zie je steeds meer moskeeën met koepels en arabeske booggalerijen. Ook populair, maar van een heel ander geloof, zijn de Sukarno-T-shirts – de eerste president van Indonesië. Typisch toch hoe zulke landen politici blijven vereren. Zie je al een Belg met een Verhofstadt-polo of een Dehaene-truitje rondhossen?

Lombok is een aaneenschakeling van dorpjes die bekend staan om hun traditionele ambachten. Vlechtwerk, textiel, aardewerk, houtsnijwerk. Noem het, en er is een dorp voor. Zo komen we de volgende ochtend, na een prima strandbarbecue en weelderige nacht in Kuta Beach, terecht in een authentieke zoutmijn. Het aanwezige personeel is bezig met de voorbereiding van de droogbekkens en stuurt ons naar het nabije Keruak, waar de productie volop gestart is. Zo staan we wat later voor de grootste lookalike-ijsroomhorentjes die we ooit gezien hebben. Let wel: geen vanille, maar zout. Iets minder verfrissend, maar des te spectaculairder. Voor het donker – en dat gaat snel in de tropen – wil Marc het guesthouse bereiken, en daar zijn verschillende redenen voor. Enerzijds is ‘s nachts rijden hier geen pretje, anderzijds is het zicht op de majestueuze Gunung Rinjani (3726 meter) bij valavond bloedmooi. De vulkaan is nog altijd actief, al is er meer dan honderd jaar geen grote uitbarsting geweest. Talrijke reizigers maken pelgrimages naar het kratermeer en de warmwaterbronnen van deze heilige berg. De tocht is zwaar, dikwijls onderschat en af te raden voor gelegenheidsklimmers. Wie niet minimaal getraind is, laat het best zo. Bij het laatste streepje vuurrode daglicht rijden we de parking van het bergbeklimmershol op. We omarmen de eenvoud, de sfeer heeft iets scouts-avontuurlijks. Onder een spaarlampje van veertig watt eten getaande struise jongens immense borden nasi die vakkundig doorgespoeld worden met halveliterflessen Bintang-bier. Er wordt gediscussieerd over gidsen en rugzakken, waterzuiveringstabletten en ingehuurde dragers. Om negen uur loopt het hotel leeg. Bedtijd, zo blijkt. Want morgen is voor velen de grote dag, en die begint rond vier uur ’s nachts. Willen of niet.

Wij echter… hebben lang uitgeslapen, in alle rust lekker ontbeten met zoet brood en franke thee, genoten van de zonsopgang op de bergtop en zitten ondertussen comfortabel ergens onderweg naar de noordelijke kustlijn. Salontoeristen dus. Klimmen? Nee, dat zat er niet in. En wel hierom. Drie dagen onderweg, twee nachten in een tentje... Te veel van het goede voor een ongetraind exemplaar. “Verstandig”, zegt Marc. “De Rinjani is een verraderlijk beest. Profs only.”

Tolong mister!

De noordkust en het hinterland van Lombok zijn vergeven van de rijstvelden, sacrale landschappen in verschillende schakeringen groen en verlicht door de reflectie van het zonlicht. We zien honderden rieten hoedjes, vooral vrouwen die met een engelengeduld irrigeren en planten. De terrassen vergen immers veel onderhoud en de plant- en oogstrituelen liggen sinds eeuwen vast. Wie moe is van de intensieve job – wieden of oogsten, je staat constant dubbelgevouwen en alles gebeurt met de handen – legt zich even te rusten in een kleine schuilhut. Lombok en Bali worden dikwijls de rijstschuur van Indonesië genoemd omdat er twee- tot driemaal per jaar geoogst wordt. 

De rit is relaxerend. Als in een oude film zoeven we over de landwegen, langs baaien en inhammen. Verkeer is er wel, maar het tempo is ontspannen. Kinderen zwaaien met beide handjes of proberen ons tijdens een van de talrijke fotostops één liter benzine (verpakt in een limonadefles) of snoepjes te verkopen. “Tolong, Mister”. Ze smeken, maar met de glimlach. 

Slapen bij de antiquair

Apotheose van onze Lombok-tour zijn drie nachtjes in het unieke Tugu Hotel. Dit uitgestrekt domein aan het mooiste zandstrand van het eiland wordt jaar na jaar in allerlei tophotellijstjes gelauwerd voor zijn verbluffende architectuur en sfeer. “Wij conserveren het verleden, want wat moeten we anders aan onze kinderen vertellen? Welkom in de tijd van de oude koninkrijken en duizend jaar oude legenden.” Met die indringende woorden worden we door gastvrouw Sharon Dhillon welkom geheten. Lombok is een van de vier locaties van de gelijknamige familiale miniketen, eigendom van een 75-jarige Indonesische advocaat die ook een flinke portie ondernemersbloed in zijn aderen heeft. Gepassioneerd door antiek en de bijhorende verhalen stampte hij Tugu (letterlijk: monument) uit de grond. Het succes was zo frappant dat hij met de jaren ook enkele historische bars opende, en een cateringbedrijf. Tugu-hotels zijn eigenlijk riante gasthuizen met tropische tuinen waar authenticiteit hoog in het vaandel gedragen wordt. Alle decoratie komt uit de privécollectie van de familie. En pater familias Anhar Setjadibrata komt zich nog regelmatig vergewissen van het reilen en zeilen van zijn hotels. “Wij zijn het hart, de ziel en de romantiek van Indonesië”, is het credo van de hotelgroep en persoonlijk vinden wij dat zelfs nog een understatement. Weinig hotels ter wereld kunnen zoveel sfeer presenteren, zijn zo echt, of kunnen een vergeten periode – in dit geval het romantische Java, gemixt met de specifieke Lomboksfeer – zo tot leven brengen.

’s Avonds bestellen we in de hotelbar, gebouwd met onderdelen van een oud plantagehuis, een whisky sour en raken aan de praat met de ravissante gastvrouw. “Dit hotel bevindt zich exact op de plaats waar de Nederlandse spionnen destijds aan land kwamen met de bedoeling het eiland – net als Java – te koloniseren. De zaak opende in 2010 en is de recentste aanwinst van de keten”, vertelt Sharon. Geboren in Maleisië als kind van globetrottende ouders, kan Sharon al terugkijken op 28 verschillende woonadressen over de hele wereld. De gastvrijheidsindustrie (managers noemen dit ietwat koeler ‘de hotelsector’) is haar grote passie en na onder meer een loopbaan bij de Four Seasons-keten en 22 jaar hotellerie-ervaring in totaal, kwam ze op vraag van de twee dochters van de eigenaar hier aan boord.  “Persoonlijk was ik al jaren een grote fan van Tugu”, zegt Sharon. “Het was dan ook een eer toen Lucienne en Annette me vroegen dit pareltje in goede banen te leiden.” Of Lombok haar niet wat té rustig is? “Lombok is het verhaal van de trage ontdekking”, lacht Sharon. “Er beweegt wel wat, maar niet op de schaal van buureiland Bali. Ik heb altijd al geopteerd voor kleinschaligheid en boetiekhotels. Ook dit 35-kamershotel bevestigt weer mijn voorkeur. Wat mij betreft hoeft het eiland zich niet overdreven te ontwikkelen. Net dat sfeertje van toen maakt het apart.” 

Een gecapitonneerd bed met ouderwetse doorhangmatras en handgestreken lakens sluiten de dag stijlvol af. Terwijl buiten twee langstaartaapjes in de bomen spelen – zo vermoeden we tenminste – lees ik onder het gedempte licht van een handgeblazen nachtlampje het eerste hoofdstuk van Max Havelaar, door literatuurkenners steevast omschreven als een der beste Nederlandstalige romans ooit. In dit lijvig werk schreef Multatuli, de schrijversnaam van Eduard Douwes Dekker, over de mishandeling van de Javaan. Het is een boek dat in het begin aanvoelt als fictie, maar eindigt als puur, rauw werkelijkheidsdocument. Dekker was immers een trouwe koloniale ambtenaar die na een overweldigend gewetensconflict ontslag nam uit ‘s lands dienst. De man werd als zonderling en excentriek weggezet, maar op termijn groeide z’n roman wel uit tot een donderende aanklacht tegen het kolonialisme én tot literaire klassieker. Ook al werd het – pikant detail – nooit in het Indonesisch vertaald. Ik heb me voorgenomen alle dagen enkele hoofdstukken te lezen, als rode draad en ruggensteun voor deze reis.

Naar de Gili’s

We ontbijten met pancakes, warme chocoladesaus en zwarte koffie, gepresenteerd in een Delfts servies naast het panoramisch zwembad in de tuin. De in wit linnen gehulde ober wijkt niet van onze zijde. Dat hebben ze overgehouden van de koloniale tijd: een bijna té onderdanige attitude. Als we de lieve man duidelijk maken dat we alles hebben om gelukkig te zijn, lacht hij vriendelijk, maar blijft staan. ‘Javanen (het eiland ten westen van Bali) hebben een aangeboren hoffelijkheid, veel beleefder dan zijn Europese standgenoot’, schreef Multatuli daarover. Nog voor de grote hitte scheept gids Zulfikar, die vanaf nu Marc vervangt, ons in op een long tail-boot en verlaten we het paradijselijke strand van Tugu. Bestemming: de Gili’s, drie tropische eilanden op een halfuurtje varen ten noordwesten van Lombok. Gili betekent letterlijk klein eiland, en de afgelegen ‘bounty’-stranden winnen jaar na jaar aan populariteit. Om de tijd te doden, geeft Zulfikar ons onderweg nog wat Indonesische taallessen. Het Nederlands heeft duidelijk invloed gehad. Knalpot blijft knalpot, politie wordt polisi, en toilet wordt hier formeel kakhuis genoemd. Maar vooral de Babylonische spraakverwarring rond foutieve taaloverlevering is grappig. Zo noemde men lang de Nederlandse Van Nelle-sigaretten ‘Warning’, naar de waarschuwing op het pakje. “De modale Indonesiër sprak destijds namelijk geen Engels, en men dacht dus dat dit de merknaam was”, lacht Zulfikar. Eerste stop is Gili Trawangan waar we uitgebreid op snorkeltocht gaan. Laat voormiddag halen we het anker in en varen we uit lunchen naar Scallywags, een ‘organic’ beach club op Gili Air. De sfeer doet wat aan Ibiza denken. Er hangen mooie mensen rond, eten doe je met de voeten in het zand, en op het strand wordt er geflirt en geshowd alsof straks de wereld vergaat. 

’s Avonds wordt ons diner op het strand geserveerd en vinden we op de Robinson Crusoë-tafel omgeven door kaarslicht een palmblad met daarop de tekst ‘Good evening Miss Ilse and Mister Gerrit. Have a nice dinner’ geschilderd. Niet minder dan drie gedienstige jongens zijn druk in de weer met ons menu. Hadden ze het hen niet nauwgezet aangeleerd, ze zouden lopen met de borden. We zouden maar eens iets te kort moeten komen…

Onze laatste dag is er een van totale overgave. Wat doet een mens zoal in een resort? We duiken met de regelmaat van een klok in het panoramische spiegelzwembad, eten satés en spring rolls onder de palmen, laten ons van kop tot teen inoliën en masseren, dineren andermaal op het strand onder de sterren en hangen te hangen in de hangmatten die met hibiscusbloemen besprenkeld werden.

Langs aapjes en scooters

De zon is nog niet onder, de wegen herademen van de dagdrukte, en dat maakt dat onze geweldige chauffeur – een zekere empathie is me niet vreemd – nog redelijk snelheid kan maken voor onze laatste rit richting luchthaven. En hij heeft er zin in. Je zou voor minder, als je alle dagen moet leven met duizenden slingerende scooters die uitsluitend strak vooruit kijken en laveren op half afgewerkte hoofdwegen. Het afscheid is intens en welgemeend. Ik moet denken aan het hoofdstuk dat ik gisterenavond in Multatuli las. ‘De Europeaan zy wel opgevoed en kies, hy gedrage zich met vriendelyke waardigheid.’ Dus bedanken we gids Zulfikar uitvoerig voor de gastvrijheid, en bied ik de chauffeur een dun sigaartje Zino Relax Brasil uit de eigen reiscollectie aan. De man steekt het zuinig tussen duim en wijsvinger, brengt zuinig vuur in, haalt voorzichtig in, en geeft me dan een glimlach die boekdelen spreekt.

Multatuli en de koloniale geschiedenis van Indonesië

Op 23 juni 1596 bereikten de eerste Nederlandse handelsschepen de haven van Banten. Halverwege de zeventiende eeuw, na de fusie van de Nederlandse handelsondernemingen in de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), slaagde Nederland erin uit te groeien tot het voornaamste handelsland van Europa. Maar door verkeerd management en corruptie ging de VOC in 1799 ten onder. De Nederlandse regering nam de macht over door het gehele machtsgebied van de VOC (Java en enkele andere eilanden van de archipel) prompt tot haar kolonie te verklaren. Vanaf 1908 begonnen de Indonesische nationalisten zich meer gestructureerd te organiseren, en verschillende politieke groeperingen, partijen en personen drongen zich steeds meer op de voorgrond. Na twee politionele acties in 1947 en 1948 waarbij Java en Sumatra werden aangevallen, werd de Nederlandse bezetting onder druk van de Verenigde Naties en de Verenigde Staten opgeheven. Op 27 december 1949 droeg Nederland de soevereiniteit over aan een vrij en onafhankelijk Indonesië. De centrale regering van Indonesië zou vanuit Java het gezag blijven uitoefenen over alle delen van de archipel.    

Praktisch

De republiek Indonesië (honderdentienmaal België en tachtigmaal Nederland) omvat een archipel van zeventienduizend eilanden op de grens van de Indische en de Grote Oceaan. Bali, commercieel ontdekt door de hippies en globetrotters in de jaren zeventig en sinds de jaren tachtig herdoopt tot een Aziatische parel, is een van de kleinere eilanden, amper 5623 vierkante kilometer groot, met 3,5 miljoen inwoners. Maar het is met z’n zes miljoen bezoekers per jaar wel de belangrijkste toeristische bestemming binnen de natie. Lombok is het oostelijke buureiland van Bali, kleiner en dunnerbevolkt. Op een heldere dag kan je van het ene eiland de kusten en bergen van het andere eiland zien. De afstand bedraagt twintig minuten vliegen of vier uur varen met een klassieke ferry. Dikwijls wordt het buureiland Lombok gepromoot als het nieuwe Bali, maar dat is een verkeerd beeld. Want de landschappen, de mensen, hun cultuur én religie zijn geheel verschillend. Bali is immers de laatste hindoeïstische enclave in een steeds meer door de – weliswaar tolerante – islam beheerst Indonesië. Hier kunnen vrouwen immers vooraanstaande posities innemen en kan je overal alcohol kopen en consumeren.

Beste reistijd

Van april tot en met oktober. November is wisselvallig, vanaf december begint het vochtige en weinig gezellige regenseizoen. Topperiode: mei en juni. Het is dan droog, zonnig en er staat nog veel water in de rivieren, wat het eiland groen kleurt.

Erheen

Goodbye reisde met Singapore Airlines – recent verkozen tot één van de beste luchtvaartmaatschappijen ter wereld – dat dagelijks vanuit Amsterdam (en Londen Heathrow, Frankfurt of Parijs) non-stop naar Singapore vliegt. Verwacht je aan de beste economy class ter wereld, een riante catering, gratis open bar en video on demand. Vanuit Singapore reis je met dochtercarrier SilkAir meermaals per week non-stop naar Lombok door. De totale reistijd bedraagt zestien uur. Info en tarieven via www.singaporeair.com of de reisagent. 

Documenten

Geen visum. Lokale munt is de rupiah (1 euro = 15.000 rupiah). 

Weetjes 

Lombok is zachtgeprijsd wat eten en drinken betreft. Zelf rijden is sterk af te raden, en een wagen mét chauffeur is geen aderlating. 

Goodbye reisde met reisorganisatie Indonesia Travel Plan. Dit kantoor (in België én Bali), biedt een uitgebreide online catalogus die uitsluitend gaat over reizen naar Indonesië in de breedste betekenis van het woord. A la carte-trips voor individuele reizigers en groepen, hotels, excursies, exploratietochten naar eilanden, die ver buiten de begane paden liggen, het behoort allemaal tot de mogelijkheden. Zowel het reisbureau dat de reizen verkoopt in België als het kantoor dat reizigers ontvangt in Indonesië, werd opgericht door twee Vlamingen die sinds jaar en dag Bali hun thuis noemen. Meer info via www.indonesiatravelplan.com.

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord