Op afspraak met de Big Five in Zuid-Afrika

Scroll naar beneden

Genieten van een oogstrelende Afro-chic designvilla met privé-zwembad. En bij zonsopgang en -ondergang cruisen in je Land Rover door de jungle, een gin-tonic in de hand. Met de driehoekscombinatie Royal Malewane, Singita Sweni en Londolozi beleef je dé Zuid-Afrikaanse droomsafari.

  • Gerrit Op de Beeck
    Tekst & foto'sGerrit Op de Beeck

Een sandwich en een koffie geleden vertoefden we nog in de wereldstad Johannesburg. Nu staan we met de voeten in het mulle zand naast een mosgroene Land Rover Defender, het werkpaard van de Royal Malewane Lodge. Vijf personeelsleden staan ons in spierwit uniform zwaaiend op te wachten. Ja, dit is echt royal. Royal Malewane is met amper zeven kamers dan ook niet het eerste het beste kamp. Bono, Elton John, allemaal kiezen ze deze stek voor hun jaarlijks uitje naar de bush. “De enige plaats ter wereld waar de CEO van Microsoft zijn smartphone uitschakelt”, luidt het verhaal. En niet alleen omdat deze toplodge één van de grootste suites in de savanne herbergt, of gemiddeld acht personeelsleden per kamer voorziet. Maar vooral omdat Royal Malewane zo puur is, de perfecte Out of Africa-sfeer, Robert Redford en Meryl Streep net niet inbegrepen. Nicolas Sarkozy en Carla Bruni brachten hier trouwens begin 2008 hun wittebroodsweken door. “Wij proberen inderdaad de perfecte safari te creëren”, zegt de Britse -every inch a lady- hotelmanager. “En daar gaan we soms ver in. Vorige week wilde een wat malle Australische gast 's morgens gaan joggen. Hij deed dat elke ochtend, hij zou dat ook nu doen. Geen probleem. Maar ik heb wel een jeep met een gewapende ranger achter hem laten rijden...” De gastvrouw stelt ons meteen voor aan de nieuwe vrienden: de potige ranger Juan en de stille tracker Wilson. “Thee om half vier, om vier uur zijn we weg”, zegt Juan op een toon die duidelijk geen twijfelachtig gezag uitstraalt. “En vergeet de warme kleren niet, het belooft koud te worden na zonsondergang.” 

Baviaan met purperen onderbroek

De volgende twee dagen vullen we volgens een vast stramien. Opstaan om half zes, vertrekken bij zonsopgang rond zes uur. Koffie om acht uur en toeren tot half tien. Dan ontbijten en luieren. Lunchen. Als de middagduivel toeslaat een hazenslaapje doen en terug vertrekken omstreeks vier uur wanneer de hitte razendsnel afneemt. Rijden tot half acht, diner rond acht uur, om tien uur onder de wol. Voor de laatste avond verbroederen gasten en rangers rond een immens kampvuur. “Je mag alles vragen, ook als je blond bent”, grapt een koloniale reiziger die net niet een eigen tv-show heeft gehaald. Het ijs is gebroken. En zoals dat gaat: hoe later op de avond, hoe spectaculairder de verhalen. Neem nu die baviaan die een kamer was binnengedrongen en even later op een boom zat te pronken met een reispaspoort in zijn hand én een vuurrode string op zijn hoofd. Ja, ja, safari's…

Bewaken van het respectvol toerisme

“Het slechte nieuws is dat er steeds meer lodges de deuren openen”, zegt hoofdranger Marlon du Toit van Singita Sweni, onze tweede stopplaats. Hij is perfect gekleed in safarihemd, shorts en bruine lederen laarzen. Vanochtend heeft een sportvliegtuigje van Federal Air Taxi ons stijlvol overgevlogen, vertrokken vanop niet meer dan een streepje verharde landweg. Geen gebouw, niets. Alleen een windzak en een rekje met twee brandblussers. Maar wel veel stof, een weidse steppe en een verschroeiende hitte. “Het goede nieuws is dat er ter compensatie steeds meer terreinen als 'game reserve' geklasseerd worden en oude jachtgebieden omgevormd worden tot foto-safari-locatie. In principe blijft dus alles -relatief- bij het oude”, vervolledigt hij. We krijgen meteen een uitgebreid antwoord op onze spontane opmerking ‘dat het druk is’. Wij doelden op de situatie dat ons vliegtuigje tweemaal de landing moest inzetten wegens giraffen op de piste bij de eerste nadering. Maar de lieve man interpreteerde het anders. “Ik ga niet te snel rijden”, roept Marlon in de Land Rover. “Olifanten steken altijd zonder kijken de rijweg over. Ze leren het nooit…”

Onderweg legt hij met schorre stem en grote gebaren de hoofdregels van het huis uit. Na zonsondergang (dat is al rond 17 uur in de wintermaanden) mag je niet alleen rondwandelen. Wie zich dan wil verplaatsen, moet een (gewapende) ranger bellen. Vooral dat onthouden, is de boodschap. Bij een fris glaasje chenin blanc buigen we ons ’s avonds onder de olielamp over de landkaart. Singita Sweni en buurhotel Singita Lebombo liggen in een privépark van vijftienduizend hectare, net naast een oostelijke uithoek van het Kruger Park, aan de grens met Mozambique. Het verschil met Kruger is dat dit park niet door de regering, maar met privékapitaal geëxploiteerd wordt en bijgevolg alleen toegankelijk is voor wie er logeert. Met andere woorden: je kunt hier uren rondrijden zonder een andere wagen tegen te komen, in tegenstelling tot de publieke parken waar elk dier dat zich in de buurt van een weg ophoudt, als het ware bestormd wordt. En dan hebben we het nog niet over die -weliswaar uitzonderlijke momenten- dat de dieren de rollen omdraaien. Op YouTube vind je er een hele voorraad van.

Liefdesnest tussen de bomen

Een safari kan, net zoals alle andere soorten reizen, van budget tot super-de-luxe. Van koloniale tenten tot oogverblindende lodges getekend door hippe designers. Net als Royal Malewane behoort ook de Singita Sweni Lodge zonder fout tot de top. “Toen de architecten deze lodges tekenden, hadden ze één opdracht: creëer een nec plus ultra all-in concept”, vertelt sommelier Henrico van Lill. Singita is zijn walhalla én grote speeltuin. Want beneden, ingegraven in de grond, bevindt zich een spectaculaire wijnkelder met 15.000 flessen van het beste dat de wereld -en vooral de Kaap- te bieden heeft. Singita Sweni is een oase met amper zes suites waar de privacy van de gasten absolute prioriteit geniet.

Zen is het toverwoord. Wij kennen alvast weinig hotels die zó juist zijn. Ons wordt suite 6 toegewezen, een centrale woning met uitzicht op de rivier, omgeven door zevenhonderd jaar oude bomen. De architectuur is op zijn minst gezegd verrassend en geraffineerd. En heeft niets meer te maken met de veredelde campingtenten die vroeger de dienst uitmaakten in deze contreien. “Dit hotel is een antwoord op de nieuwste safaritrend”, vertelt de gastheer ons de volgende dag bij de koffie. “Twintig jaar geleden telden alleen de dieren. De accommodatie en de maaltijden waren bijzaak. Net als de praktische voorzieningen: als je naar het toilet wilde, moest je gewoon naar de dichtstbijzijnde boom. Dat is veranderd. Wie dit kan en wil betalen, eist een totaalervaring. Knappe kamers en een topkeuken maken daar deel van uit.” 

Greater Kruger Area, groot wild

Opnieuw tijd voor actie. Iedere villa beschikt over een eigen Land Rover, een chauffeur-gids en een tracker, een sporenzoeker. ‘Land Rover Jockeys’ is hun bijnaam. In ons geval heten ze Mike en Glass. Samen hebben ze meer dan dertig jaar ervaring en vormen ze een hecht team. Mike bestuurt de open Land Rover met één hand, de blik permanent gericht op de omgeving en de rechterhand van tracker Glass, die via kordate aanwijzingen de richting bepaalt. “We hebben hier een netwerk van meer dan honderd kilometer zandwegen, waarbij ik de meeste met m'n ogen dicht zou kunnen berijden”, zegt Mike zonder ook maar een zweem van pretentie. Op onze stoel ligt een fleecedeken en een warmwaterkruik klaar. Glass zit ongeduldig op de tracker seat, muts ver over de oren, dikke handschoenen en twee jassen. Gaspedaal, een zwarte wolk, we zijn weer weg.

Glass werkt volgens het gekende principe: sporen lezen (dikwijls uitwerpselen), vorderen, observeren. “Hima, Hima (stop)”, wenkt hij. Hij heeft olifanten en zebra’s gezien in de verte. Ja? Of toch niet? We zien een grote kudde, alleen olifantenkoeien en hun kalveren. Een klein exemplaar staat nog wankel op de poten. Zo piepjong hebben we ze nog nooit gezien. “Hoe oud schat je hem?” vraag ik fluisterend. “Nog geen vier weken”, antwoordt Mike. Het kalfje ziet er tekenfilm-mollig uit. Rubberachtig ook. “Olifanten zijn als walvissen, maar dan anders”, treedt Glass ons bij. “Zachtaardig, krachtig en intelligent.” We rijden verder en passeren meteen een hele zoo: zebra's, nijlpaarden, impala's, apen. “Iedere reiziger wil de Big Five zien; leeuw, neushoorn, buffel, luipaard en olifant”, zegt Mike. “En dat is in principe geen probleem. De enige die wat moeilijker te vinden is, is het luipaard. Vooral omdat het een nachtdier is.”

Onze eerste dag was alvast een schot in de roos, al is schot niet echt het juiste woord in een natuurgebied waar men er alles aan doet om de populatie op peil te houden. ’s Middags strijken we neer aan ons zwembadje en genieten we van de gedoseerde winterzon. Een paar uur later staan we weer klaar voor de namiddagrit. Ook nu zijn de dieren talrijk aanwezig. En dat is redelijk ongewoon. “De werkelijke bush-oppervlakte is veel groter dan pakweg twintig jaar geleden, dus moet men langer zoeken. En dat levert hardnekkige geruchten op”, zegt Mike. “Maar dat er globaal minder dieren zijn dan in de begindagen, is een fabel. Er zijn weliswaar dieren in (groot) gevaar gekomen, zoals de neushoorn, maar voor de rest blijft de populatie constant.”

Bij zonsondergang kiezen we een grote, dikke boom uit en stoppen we voor een gin-tonic. Glass spreidt z’n tafeltje: wit linnen, kristallen glazen, een olielamp aan de laagste tak. We eten wat oude kaas en toast, niemand zegt iets. We genieten van elkaar, het gouden avondlicht en de stilte van de weidse savanne. Dit is het pure, wilde Afrika. “Het leven is zo mooi in Kruger Park,” mijmert Mike. “Ik zou voor geen geld ergens anders willen leven.” 

Voorrang van overal

Op de terugweg -het is ondertussen pikdonker- gebeurt wat iedereen altijd hoopt. We stoten op een groep jagende leeuwen. Mike stopt meteen de motor, meldt de confrontatie via de boordradio aan de lodge en dooft de lichten. Het is pikdonker en muisstil. We zijn nu alleen met de oorsprong van ons bestaan, de circle of life. Plots ruist er iets in het struikgewas. Tien mannetjes en acht vrouwtjes komen langs de Land Rover geslopen. Ze trekken langzaam door het verdroogde hoge gras. “Omdat ze opgegroeid zijn met onze wagens, zien ze ons niet als een bedreiging,” fluistert Glass, die zijn vooruitgeschoven zitje veiligheidshalve ruilt voor een plaats in de terreinwagen. “En ook op flitslicht zullen ze niet reageren. Alleen als je het voertuig verlaat, zul je aandacht krijgen. Maar pas vooral op voor olifanten die plots hun oren spreiden; dan is het menens. Maak dan maar dat je weg bent.” Een half uurtje later roept de lodge ons op. “Alles oké, Mike?” We bevestigen. “Right, dan moet de chef niet wachten! Het is barbecue in de ‘boma’.” Dat staat voor ‘British Officers Mess Area’, een ronde, beveiligde eetplek met in het midden een groot kampvuur. Op het menu: verse springbok (legaal gejaagd) met vers geplukte tomaatjes, limoen en zoete aardappelen. Alles overgoten met een flesje Springfield Wild Yeast chardonnay uit 2010 en Adi Badenhorsts gegeerde RWT rode blend uit 2011. Beestig baie lekker!

Minimale impact veiligstellen 

Tijdens het diner raken we aan de babbel met John, een ecologist uit Durban. “Opmerkelijk aan deze lodge is de minimale impact op de natuur”, legt hij ons uit. “De suites zijn riante paalwoningen van hout en staal, maar lijken niettemin alsof ze uit een helikopter op hun plaats gedropt werden. Geen enkele leiding en nutsvoorziening werd ingegraven, maar alles werd netjes verstopt tussen het struikgewas. Als het zou moeten, kunnen ze hier binnen de 24 uur vertrekken zonder dat iemand nog ziet dat er hier ooit een hotel gestaan heeft. They touch the earth likely, you know!”

Ranger Mike vervoegt het gezelschap. En hij heeft een mooi verhaal. Over die dorstige buffel die een slok zwembadwater probeerde te nemen, maar met zijn hoofd niet diep genoeg over de rand kon. Hij nam een aanloop, plonsde met zijn zevenhonderd kilo het zwembad in, spetterde alles onder, leste zijn dorst en stapte via de trapjes in het ondiepe deel terug de bush in. Zelfs Glass, die het verhaal misschien al honderd keer gehoord heeft, blijft erom lachen. Voor het slapengaan heeft de barman nog een belangrijke mededeling: “Vergeet jullie thermo-poncho niet, het belooft koud te worden voor de morning drive. En vergeet ook jullie kamer niet op slot te doen.” Ja, de apen.

Giraf hindert opnieuw vliegtuig

“Avuxeni!” zegt Glass, goedemorgen!” Het is alweer berekoud in de Land Rover en dat zal nog twee uur zo blijven. Pas wanneer de zon boven de horizon klimt, zullen we ons kunnen opwarmen. Dat kwaliteitstoerisme in Zuid-Afrika –met meer dan zeven miljoen bezoekers per jaar- geen holle woorden zijn, bewijzen deze jongens dagelijks. De tracker heeft een leeg pakje sigaretten zien liggen. Daarvoor wordt gestopt, het wordt opgeraapt en meegenomen. Ook buiten de geijkte paden rijden wordt tot het minimum beperkt. Wanneer ze beiden plots, na een ernstig bericht uit de boordradio, in een bulderlach schieten, weten we niet echt waarom. “Een bushpiloot vraagt assistentie omdat er alweer giraffen op de landingspiste staan, we moeten even politieman gaan spelen. Wanneer vliegen jullie naar Londolozi? Morgenochtend? Oké, we zullen het de giraffen meteen zeggen. Dat bespaart ons werk…” 

Loos alarm

Overdag laat de lodge nog even zien wat echte luxe betekent. In de late voormiddag krijgen we een kleine wine tasting aangeboden, lunchen doen we tête-à-tête op een rots boven de rivier en daarna worden we gemasseerd met lokale oliën in het spacenter. Wat een leven… Wanneer de zon weer oranje kleurt, gaan we voor de laatste keer op tocht. Het laatste aperitief drinken we aan de rand van de rivier. Alles is vredig stil. Toch. “De gevaarlijkste is de hyena”, zegt Glass. “Die staat met stip in de top drie. De leeuw staat op één, maar wat de hyena zo gevaarlijk maakt, is dat hij zo geniepig en stil is.”

Onderweg naar de lodge wordt ons een indrukwekkend laatste schouwspel gegund. Een luipaard ligt lui (what’s in a name) op een tak in de diepgrijze schaduw van een lage boom. De vacht is smetteloos, honingkleurig. Zijn neus is roze, zijn buik ivoorkleurig. Deze uit de kluiten gewassen kat voelt zich volkomen op zijn gemak. We rijden iets dichter, stellen allen onze respectievelijke camera’s in en fotograferen. Plots kijken zijn gifgroene ogen ons doordringend aan. Zijn blik lijkt ons te doorboren. Hij geeuwt en rust verder. Loos alarm. Oef. 

Een soepje van geroosterde rode pepers, gevolgd door haasbiefstuk van impala gegrild boven de smeulende kolen van meidoornhout… Dat is ons afscheidsdiner. We drinken er een dieprode merlot bij en luisteren naar het nijlpaardengebrom in de rivier. We beseffen weer van kop tot teen wat the call of Africa inhoudt.

Londolozi , favoriet van Nelson Mandela

Kwaliteitstoerisme is voor Zuid-Afrika de allerhoogste prioriteit. “De regering doet echt wel enorme inspanningen”, zegt de goedlachse ranger Richard in onze derde en laatste korte stop: Londolozi. Het is een familiebedrijf sinds 1926 en was steeds de favoriet van wijlen Nelson Mandela. De cluster van lodges –ze zijn er in vijf verschillende stijlen en evenveel prijsklassen- werpt zich steeds meer op als de perfecte ecosafari. ‘Protector of all living things’ is het credo, de letterlijke betekenis van Londolozi. Om dat kracht bij te zetten wordt er zelfs geëxperimenteerd met elektrische terreinwagens. Tracker Oxide geeft grif toe dat Zuid-Afrika niet die superwildernis is zoals Tanzania bijvoorbeeld, maar quoteert de safari's dan toch weer beter dan die andere grote naam, Kenia. Deze omschrijft hij als ouderwets, vooral dan wat accommodatie betreft. “Maar het moet gezegd: het succes van de Zuid-Afrikaanse safari's hebben we vooral te danken aan de reiziger zelf”, zegt ranger Richard. “Ja, jullie moeten niet schrikken. Ik bemerk toch wel dat er hoe langer hoe respectvoller wordt omgesprongen met de omgeving. En gelukkig wordt er nu met een camera geschoten en niet langer met een geweer.”

Bij het slapengaan vinden we in onze Tree Camp-villa een mooi kaartje op het hoofdkussen. “Londolozi is always looking for a fusion between Ancient African Wisdom, Modern Technology and Nature.  In the words of Dave Varty:“The age of restoration will be born from the age of information.” Dankie.

Praktisch

Dat Zuid-Afrika een knappe reisbestemming is, zal niemand tegenspreken en het aantal bezoekers is de afgelopen jaren dan ook spectaculair gegroeid. Voor vele reizigers klinkt het Kruger Park als hét safarigebied, maar de minder bekende en rustigere privéreservaten zijn zeker zo interessant! Deze lodges zijn duurder, maar daar staan vele troeven tegenover: all-in, gepersonaliseerd en rustig. Zuid-Afrika, het meest zuidelijke land van het Afrikaanse continent, telt 41 miljoen inwoners, is vlot bereikbaar en een culinaire hemel. Bovendien staat de munt, de rand, historisch laag.

Klimaat

Wie in Zuid-Afrika op safari gaat, heeft twee mogelijkheden. Ofwel kies je voor de zomer (onze winter) en geniet je van hoge temperaturen maar ook een hoge vochtigheid en muggen. In de wintermaanden (onze zomer) is het overdag 25 graden maar gaat de zon vroeg onder en zit je met (zeer) koude nachten. Je bent dan wel zo goed als verlost van muggen.

Vervoer

Goodbye vloog met Etihad Airways van Brussel naar Johannesburg via Abu Dhabi, waar je zowel op de heenreis als de retour een naadloze overstap maakt, of de reis mag onderbreken. Emiratencarrier Etihad Airways is een full service maatschappij waar grandeur geen ijdel begrip is, in alle reisklassen.Vanuit Brussel biedt Etihad Airways acht vluchten per week naar haar knooppunt Abu Dhabi. 

Accommodatie

Deze reis werd à la carte uitgetekend door Africa Tours, specialist voor safari’s in alle prijsklassen. De brochures zijn enkel rechtstreeks bij de touroperator verkrijgbaar. Meer info via www.africatours.be of 051 708 171.

Meenemen

Fleece, muts, sjaal en een zaklamp zijn geen overbodige luxe. Zonnemelk, zonnehoed, lippenbalsem en antimuggenmedicatie zijn eveneens zeer sterk aangeraden. 

Formaliteiten & gezondheid

Zuid-Afrika verlangt alleen een internationaal paspoort, geen visum.

Alhoewel deze regio zich etaleert als malariavrij, neemt de rationele reiziger liever geen risico’s. Al een tijdje is Malarone op de markt, een relatief nieuw geneesmiddel dat bijna geen noemenswaardige bijwerkingen activeert –in tegenstelling tot de oude malariatabletten. Bovendien moet je Malarone slechts vanaf een dag voor vertrek nemen tot zeven dagen na thuiskomst, naar rato van een pilletje per dag. Dit middel is alleen op doktersvoorschrift te verkrijgen. 

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • reisreportages over de mooiste vakantiebestemmingen
  • de knapste logeeradressen en lekkerste adresjes
  • tientallen tips voor een vakantie dichtbij of ver weg

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord