Tasmanië: gesofisticeerde isolatie

Scroll naar beneden

Hoe ver is ver? En is héél ver té ver? Op zoek naar het antwoord op deze vragen - en vanuit de drang de laatste pure plekjes op aarde te bereizen - komen steeds meer reizigers terecht bij het geïsoleerde eiland Tasmanië: de groene long van Australië met de zuiverste lucht ter wereld en regenwater in flessen.

  • Gerrit Op de Beeck
    Tekst & foto'sGerrit Op de Beeck

"Misschien maakt het feit dat Tasmanië een eiland naast een eiland is - en het laatste regenwoud voor Antarctica -  het nog meer geïsoleerd dan haar moederland Australië. Tasmanië, dat is in Australië blijven zitten en pas de volgende halte uitstappen.”

'Three gummy and chips', roept een zwaar bebaarde arbeider met ruitjeshemd de uitbater van 'Flippers' toe. Aan de kade van Hobart (hoofdstad, belangrijkste stad en meest populaire aanvlieghaven van Tasmanië) staan geen frietkoten, maar drijven er viskoten. Hier bestel je geen saté, vleeskroket of curryworst, maar 'bluefin tuna', 'trevally' of 'king dory', indien gewenst geëscorteerd door dikke frieten, gefrituurde uienringen of gewoon een homp brood. De vijf verankerde viswinkels, broederlijk naast elkaar dobberend, zijn geopend van negen in de ochtend tot zes 's avonds. We bestellen een bakje tijgergarnalen, zoeken een bankje op en genieten van het historische uitzicht. We kijken naar de uitvarende visserssloepen, de zeemeeuwen kijken naar ons bakje lekkers. Hobart ontvangt ons ondertussen met open armen: een stevige noordwestenbries, wild gekruid met flarden gouden zonlicht. Maar om zes uur gaat de kaars uit. Het is herfst in Tasmanië (onze lente) en het daglicht is relatief beperkt. De zon verdwijnt met een rotvaart, de temperatuur daalt aan fleecesnelheid. Onder het gele licht van de maritieme gaslantaarns zoeken we ons hotel op. Henry Jones Art Hotel was in 2004 het eerste designhotel in Tasmanië en heeft 11 jaar later nog niets van zijn pluimen verloren. Deze voormalige confituurfabriek uit 1820 huisvest nu 56 gezellige kamers en een picobello restaurant. En een wijnbar, joepie!

Whisky die Schotland de baard afdoet

Overweldigende natuur, fantastische slingerwegen, grillige wolken. Wat we over Tasmanië wisten - maar vooral ook wat we verwacht hadden - klopt als een bus. Dit zijn de highlands van down-under: geïsoleerd, ruw en vooral helemaal anders dan de rest van Australië, net zoals de Schotten geen Britten zijn. Bewust omgaan met de schatten van de natuur is in Tasmanië geen holle slogan. Anderhalf miljoen hectaren Unesco-werelderfgoed, goed voor meer dan twintig procent van de oppervlakte, daar moet je fier op zijn. Tasmanië 's werelds laatste wildernis noemen, is te clichématig. Maar hier vind je wel unieke, drieduizend jaar oude wouden, meren en valleien. We worden verwacht in Sullivans Cove, een kleinschalige distilleerderij die het in 2014 klaarspeelde de beste single malt whisky ter wereld te produceren. Jawel, het gaf de dominante Schotten en de ijverige copy-paste-Japanners het nakijken. De dat jaar amper 516 geproduceerde flessen werden plotsklaps gegeerde collector’s items. Lage wolken hebben miezerige motregen aangevoerd, maar dat kan eigenaar en professionele neus Patrick Maguire weinig schelen. Sinds de World Whiskies Award kan zijn geluk niet op. De van opleiding wetenschapper zette zijn eerste voorzichtige stappen in 1994, toen de regering 3 jaar eerder had beslist dat whisky maken officieel toegelaten werd in Australië. Tien jaar later behaalde hij een eerste award. Klein is fijn was altijd zijn credo, maar sinds de titel ’s werelds beste, moest hij wel uitbreiden.

“Vorig jaar hebben we meteen beslist te verhuizen en een kleine bezoekersruimte in te richten”, vertelt Patrick terwijl hij intens aan een glaasje Double Cask ‘the breakfast whisky of champions’ snuift. “Alleen maar om de interesse vanuit de hele wereld de baas te kunnen. Plots stonden ze hier allemaal, terwijl wij nog nooit één dollar aan advertentieruimte besteed hadden.” In principe zal Sullivans Cove dit jaar zo’n 18.000 flessen op de markt brengen, opgesplitst in 3 labels. In 2016 willen ze ook een gin lanceren, gestookt op basis van vergeten Australische kruiden. “Niet zo lang geleden kreeg ik geen fles verkocht aan de locals”, lacht Patrick. “De Aussies dronken uitsluitend Schotse whisky en hadden absoluut geen vertrouwen in ons spul. Ze noemden het gepruts in de marge. Nu blijft 80% van de totale productie binnen de landsgrenzen.” Hoe Patrick Maguire de toekomst ziet? “Vooral klein blijven, artisanaal en manueel blijven werken en uitsluitend met binnenlandse producten. Want misschien zijn ze ons binnen 2 jaar alweer vergeten, mate.”

De succulente landschappen van de Midlands

We verlaten Hobart in noordelijke richting via de A3 Tasman Highway. De rit voert ons door kilometerslange, in Engelse stijl uitgevoerde weidelandschappen en koloniale boerendorpjes van zachtrode zandsteen. Nu en dan breekt het zonlicht door het lage wolkendek en zet het een kudde grazende schapen in een betoverend goudgeel hemellicht. Zijn we in Nieuw-Zeeland? We bediscussiëren de zaak, dikwijls op onze woorden terugkomend omdat de Tasmaanse landschappen op een kleine afstand grote verschillen vertonen. Het ene moment de tuinen van Wales, het andere moment ruiger en wilder als het Zuidereiland van de kiwi's. "If this place reminds you of the rest of the world, so do the people", pende reisjournalist P.F.Kluge neer in zijn 'At the edge of the world'-verhaal. De bochtige rit over een smalle tweebaansweg (we denken nu weer aan The Big Sur in Californië) voert ons via Sorell, Triabunna en Swansea tot Llandaff. Hier bevestigt een houten bord ons dat we nog dertig kilometer verwijderd zijn van de eindbestemming: Freycinet National Park. 

Dit schiereiland aan de oostkust van Tasmanië is een langgerekte en smalle strook land die wordt beheerst door de granieten bergen van de Hazard Mountain Range. De regio, genoemd naar haar Franse ontdekker-cartograaf die hier tweehonderd jaar geleden neerstreek, bestaat uit paradijselijke stranden en beschutte baaien. Wanneer de zon definitief de overhand heeft genomen, rijden we de parking van de Saffire Freycinet Lodge op, in reisgidsen steevast omschreven als 'een wel heel speciale plaats'. 

Wakker worden in de wildernis

Gebouwd in de vorm van een adelaar en met amper 20 suites, is Saffire een bestemming op zich. Dat heeft alles te maken met de unieke locatie, de architectuur en de service van dit hotel, één van de beste van Australië trouwens. Wanneer we via de spectaculaire loopbrug de centrale inkomhal binnenstappen, worden we van onze sokken geblazen: dit is onwezenlijk mooi. Glazen muren tot op de grond en een uitzicht van 180 graden op de Great Oyster Bay en de Hazards bergpieken. En wetende dat dit stukje grond ooit een camping was. Na een glas bubbels als verwelkoming, een korte rondleiding en het innemen van onze XXL-kamer (er zijn kamers, er zijn suites, en er is Saffire…) zijn we compleet van de kaart. Hoeveel luxe kan een mens verdragen? Wie hier logeert, kan niet anders dan zich in superlatieven uitdrukken: adembenemend, spectaculair, exclusief, uniek… Je kiest het maar. De X-factor is inderdaad torenhoog en de decoratie zen, luxueus.

Wandeling naar een wijnglas

We vatten de koe bij de horens en beginnen de volgende ochtend, na een meesterlijk ontbijt, met de wandeling der wandelingen. Deze populaire trek via een korte, doch nijdige klim, brengt ons naar Wineglass Bay. Inderdaad - en gelukkig: de baai heeft de vorm van een wijnglas. Onderweg hadden we er ons het hoofd over gebroken, een mens moet iets doen als hij zich in het zweet wandelt. Terug in de lodge nestelen we ons voor het haardvuur en laten ons het menu en de wijnen van de dag voorlezen. Riesling of pinot noir, oesters of entrecote? 

De duivel is ziek

Tasmanië is voor vele Europeanen een blinde vlek op de wereldkaart. De kennis reikt meestal niet verder dan de Bugs Bunny-cartoons waarin een gemeen ogende Tasmaanse duivel lelijk huishoudt. Ken je hem nog? De lelijke carnivoor raast door het decor en verslindt alles met huid en haar. Zijn naam dankt het beestje vooral aan zijn nachtelijk, door merg en been snijdend gehuil. Onterecht, want al bij al is deze wandelende vuilnisemmer een belangrijk onderdeel van het Tasmaanse ecosysteem, leren we de volgende ochtend. “In 1986 werd de Tasmaanse tijger officieel als uitgestorven diersoort beschouwd”, vertelt verzorger Kim terwijl we onderweg zijn naar een grote afgebakende zone in het bos, een kweek- en beschermingsprogramma, opgezet door het hotel en onder controle van de regering. “Dat was een buidelwolf waarvan het laatste exemplaar in gevangenschap bewaard werd. Over het dier bestonden vele misverstanden, net zoals de Tasmaanse duivel, een zeer schuw beestje dat trouwens gegarandeerd nooit de mens zal opzoeken.” Terwijl we de gangster, kleiner dan een hond maar met de beet van een krokodil, van op afstand gadeslaan, vertelt Kim over de actuele problemen. “Wat in 1986 gebeurde, is ook nu weer bittere ernst. Toen waren er nog 150.000 duivels, nu schatten we op 30.000. De reden is een niets ontziende woekerende kanker. Als het zo doorgaat, vrezen we een definitief uitsterven.” Dat Tasmanië wel meer beestenverhalen rijk is - er lopen ook vele dieren rond die je nergens anders ter wereld tegenkomt, blijkt met de kangoeroes. “Je zal overal lezen dat er geen roos op dit eiland leven, maar ook dat klopt niet”, zegt Kim. “Je zal ze in principe niet zien, het zijn er niet veel, maar ze zijn er wel.”

Lekkere wijn en het zuiverste water

Tasmanië (de Aussies spreken van Tassie) is maar een druppel in de oceaan van de Australische wijnwereld, maar wél een lekkere! Opgewonden omwille van de Europese interesse, staat ze ons op te wachten. Jenny is een jong Duits meisje dat ooit besliste de wereld in te trekken en hier, in het hol van Pluto in Tasmanië, bleef hangen. Per ongeluk. Ze zocht geluk en ze vond het in de wijn van Claudio Radenti, bezieler van Freycinet Vineyard. “Hij bood me kost en inwoon als ik de gasten ontving”, vertelt Jenny. “Faire deal, ik zou drie maanden blijven, maar ik ben er nog steeds, binnenkort een jaar.” Claudio, een Aussie uit Melbourne met Italiaanse ouders, vestigde het eerste wijnhuis aan de oostkust en ondertussen is het één van de beste op het eiland. Het optrekje is simpel maar rigoureus, zijn verhaal - sinds 1980 - nog eerlijker. "Omwille van de kleinschaligheid plukken we hier de druiven met de hand", zegt Jenny. “Uit liefde voor de wijn. Het familiebedrijf vormt daarin geen uitzondering. "Hierboven in Crocodile Dundee-country (ze bedoelt mainland Australië) zeggen ze dat we achter lopen, maar wij denken daar anders over. Wij springen gewoon veel nobeler om met de materie. Daar is het big business, hier een artisanale bezigheid." Om haar woorden kracht bij te zetten, trekt Jenny de beste fles van de 10 labels open, een vintage pinot noir die door de wijngids Decanter een 97/100 toebedeeld kreeg. We proeven finesse, niet de stereotiepe Australische zware wijnen, 'jammy' genoemd.

Belg verkoopt regenwater in flessen

Dat onze Aussie-tegenvoeters de zuiverste lucht ter wereld hebben, danken ze vooral aan het Tasmaanse eiland. Hier, driehonderd kilometer ten zuiden van Melbourne gescheiden door de Straat Bass, wordt het woord ‘puur’ met een hoofdletter geschreven. En dat heeft commerciële consequenties. Antwerpenaar Paul de Moor, ondertussen Australisch staatsburger, was er als de kippen bij. In zijn Kreglinger Groep - een bundeling van talrijke wijnhuizen gaande van grootproducenten voor de supermarktverkoop tot boetieklabels - huisvest ook Ninth Island. Daarin resulteert een lievelingsproduct van de Antwerpenaar: gebotteld regenwater. “Tasmanië is zonder twijfel de enige plek ter wereld die zich de luxe kan veroorloven om regenwater te bottelen”, zegt de gastheer van het wijnhuis net ten noorden van Launceston. Hij  omschrijft het ook steevast als hemelwater, te verkrijgen in twee gedaanten: spuitwater en plat water. Dat het product in elitaire glazen flessen terechtkomt, geeft aan welke zorg er wordt besteed aan de verpakking… En de marketing. Cloud Nine (CL9UD) verwijst naar de wijngaard, maar ook naar de uitdrukking ‘on cloud nine’ wat zoveel betekent als ‘in de zevende hemel’. Het gebottelde water is afkomstig van de wolken die worden aangevoerd vanaf de Zuidpool en zich uitstorten boven het noordwestelijke deel van Tasmanië, een zeer vochtige streek aangezien het er 364 dagen per jaar regent. Deze westelijke kustlijn wordt gezien als een gebied met de zuiverste lucht en het zuiverste water ter wereld. Maar Paul de Moor vult alleen wanneer nul-contaminatie wordt vastgesteld door de officiële weerkundige dienst. Op die dagen gaan de paraplu’s open, wordt het water gefilterd en extra onderworpen aan ozonfiltering. Het finale flesje heeft de status van een glas 'sparkling wine', champagne dus.

Cradle Mountain in de sneeuw

De volgende etappe leidt ons naar het Cradle Mountain National Park, uitgegroeid tot het internationaal symbool van de rijke natuur van Tasmanië. De op één na hoogste berg van dit eiland is 1560 meter hoog en ligt aan de noordkant van een 161.000 ha groot beschermd gebied. Het gecapitonneerde Lake St.Clair is het diepste zoetwatermeer van Australië. Reeds in 1922 werd deze regio geklasseerd als het eerste nationaal park van Tasmanië. Initiatiefnemer was de Oostenrijkse diplomaat Gustav Weindorfer. De herinnering aan hem leeft voort in zijn chalet Waldheim in Weindorfer's Forest. Hier is ook het registratiepunt voor de veelgeroemde Overland Track, een wandelroute door het regenwoud, de heidegebieden, grasvlakten en valleien van het park. Voor deze tocht moet je vijf dagen uittrekken, overnachten is mogelijk in een tent of in de voorziene hutten. De trek, net als de Freycinet Experience van het exclusieve Bay of Fires-hotel, behoort tot het clubje waardige alternatieven voor de Nieuw-Zeelandse Milford Track, door Gore Tex-fanatici jaren erkend als de mooiste wandelroute ter wereld.   

Tijdens een weekdag onderweg naar Cradle Mountain valt het ons op hoe verlaten de wegen in Tasmanië zijn. Met uitzondering van enkele cruciale verbindingsassen, rij je hier alleen. De baantjes worden smaller, de landschappen steeds ruwer, het einddoel is duidelijk niet veraf. Cradle Mountain is een zoektocht naar leegte. Het gelijknamige hotelcomplex is bijzonder discreet aan een bergstroom ingeplant, bijna verstopt tussen het struikgewas en de hoge bomen. Cradle is zo afgelegen dat het ontroerend wordt, ook al schuilt er achter de klassieke houten gevel van de boswoning een top lodge met zeer gezellige kamers voorzien van terras en haardvuur. In het centrale gebouw wordt van 's morgens tot 's avonds de pannen van het dak gekookt, terwijl vele gasten zich laten onderwerpen aan een totale watertherapie: 'Serenade of the Tasman Sea', de specialiteit van het Spa center. Mij lijkt het allemaal veel show (en veel water), maar luidens de dienstdoende spierwitte engel Kim zal de mineraalrijke Vichy-regendouche iedereen een herboren gevoel geven. Dat doet de natuur spontaan wanneer we een uur later in het park getrakteerd worden op alweer een staaltje ruw klimaat. Sneeuw met bakken uit de lucht van de ene minuut op de andere. Tasmanië toont zich op zijn best. Gelukkig hebben we een vierwielaangedreven Japanner bij en kunnen we zonder problemen de aftocht aanvatten.

Onderweg naar Hobart Airport bedenken we: Tasmanië, jawel, al is het maar om te beseffen wat de woorden ‘puur’ en ‘natuur’ echt betekenen… 

Praktisch

Het natuurwonder Tasmanië is - in tegenstelling tot wat vele Europeanen denken - geen separaat land maar de zevende staat van Australië. Eén vijfde van dit eiland, dat 2,6 maal zo groot is als België - zeg maar iets kleiner dan Nederland en België samen - maar amper een half miljoen inwoners telt, is geklasseerd als werelderfgoed. Het eiland is kouder, natter en groener dan het vasteland. Kortom, een geheel andere wereld.

Erheen

Wij reisden met Cathay Pacific vanuit Amsterdam via Hongkong tot Melbourne per nagelnieuwe Boeing 777 in grote klasse. Want hoe anders moet je de keuze uit drie maaltijden, gratis drankjes (ook alcoholisch) en een state-of-the-art on demand-videosysteem in Economy Class omschrijven? Weetje: je mag de reis kosteloos onderbreken in Hongkong. Dat breekt de jetlag en levert je nog een extra citytrip op.

Voor de binnenlandse vlucht naar Tasmanië opteerden wij voor Qantas omwille van de fullservicepolitiek, het ideale vluchtschema en het feit dat het een logische Oneworld partner is. 

Tip: vanuit Europa is Melbourne, de ‘style and food capital’ van Australië, de meest logische stad voor een stopover. Melbourne is zowel kosmopolitisch als chilled-out, gepassioneerd en easy-going, elegant maar met een vlotte dosis onbezonnenheid. Kortom een plek die na 22 uur vliegen op flink wat bijval kan rekenen.

Klimaat

De beste reistijd is onze winter, van oktober tot april, wanneer het zomer is in Australië (vanwege de ligging op het zuidelijk halfrond zijn de seizoenen ginder tegengesteld aan die van ons). Zo vermijd je winterse omstandigheden met veel regen, schrale wind en sneeuw, … of je moest dit net beogen natuurlijk. In Tasmanië is het nooit echt warm. Ideaal reisweer dus. 

Autohuur

Wij huurden een 4x4 bij Europcar, geen overdreven luxe wanneer je naar Cradle Mountain wil in de tussenseizoenen.

Documenten

Een internationale reispas (geldig tot drie maanden na de reis) en een elektronisch visum. Dit laatste wordt echter door de touroperator in orde gebracht wanneer je de vluchten boekt. Je hoeft dus niet naar ambassades of consulaten te lopen. Gezondheid: geen enkele vaccinatie is vereist. 

Hebbeding

Aanrader als wegenkaart is de Hema Touring Atlas, heel Australië in één boek. Je kan deze kaarten ook individueel en gedetailleerd per regio aankopen.

Reserveren

Wij reisden met touroperator Aussie Tours, de specialist voor groeps- en individuele reizen down-under. Deze specialist regelt à la carte de vliegtuigtickets, de huurwagen, de hotels als de excursies, met het visum als toetje. 

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord