Vancouver Island: het tofste bos van Canada

Scroll naar beneden

Unieke natuurbestemmingen liggen zelden bij de deur en Vancouver Island is geen uitzondering. Reken vanuit België op tien tot twaalf uur vliegen, honderdtwintig minuten ferry en uren over slingerwegen met de wagen. Maar het resultaat zal niet teleurstellen, want het eiland is een parel. Welkom in het Californië van Canada!

  • Gerrit Op de Beeck
    Tekst & foto'sGerrit Op de Beeck

Het is ochtend, maar nog donker, berekoud (what's in a name) en het giet hemelwater wanneer we na een roadtrip door de Canadese Rockies in Prince Rupert aankomen. Hier schepen we in aan boord van de Nordic Adventure, de veerboot van BC Ferries die ons in 22 uur overnight naar het vijfhonderd kilometer zuidelijker gelegen Port Hardy zal varen, op Vancouver Island. Omdat we in het laagseizoen reizen, maakt de ferry enkele stops onderweg. De route leidt dwars door de Inside Passage, een mooie zeeweg met een gevarieerd landschap: de fjorden doen aan Noorwegen denken, de rotsen aan Nova Scotia en de afgeplatte bergen aan Patagonië. Na enkele uren varen klaart het weer op, gaat de wind liggen en breekt de zon door de dunne wolken. Eensklaps krijgt de ferry de allure van een (goedkoop) cruiseschip: in alle hoekjes en kantjes zit men te zonnebaden en te lezen. Een fleecedekentje en wollen muts beschermen tegen de zeebries, een zonnebril tegen het verblindende licht. Exact volgens schema, om negen uur de volgende ochtend, varen we onder een optrekkende ochtendmist en begeleid door een luidruchtige misthoorn de veerhaven van Port Hardy binnen.

Honderd tinten groen

Vancouver Island is het vijfhonderd kilometer lange eiland langs de westkust van Canada met een verbluffende kustlijn, waar bij laagtij de mosselen, krabben en oesters voor het grijpen liggen. Niet zo lang geleden was het een verwaarloosde, om niet te zeggen vergeten, bestemming. Dat beeld werd de laatste jaren enorm bijgesteld, niet in het minst door een resem fantastische ecolodges die de aandacht voor het eiland aanwakkerden. Anno 2017 is Vancouver Island helemaal in. "En daar is maar één reden voor", zegt Sean, de manager van het Sonora Resort. "We zijn zeer authentiek, puur natuur, en die plaatsen worden zeldzaam in de wereld." Vanuit Campbell River zijn we vanmiddag per watertaxi naar Sonora getransfereerd. Dat gereputeerd resort staat synoniem voor natuurlijke schoonheid en ruig avontuur. Menig reiziger heeft het op zijn bucket list staan en we beseffen al snel waarom. Sonora is gebouwd op een uithoek van het gelijknamige eiland en bestaat uit een cluster van cederhouten lodges die op de flanken van de rotsen werden ingeplant. De eerste indruk is overweldigend en die wordt alleen maar versterkt wanneer de staff de voorzieningen en excursies toelicht. Ze hebben hier zelfs een privébioscoop met 20 zitjes. Al speelt het echte theater zich voor de deur af: zeeleeuwen hangen op de rotsen voor de pier, arenden scheren over onze hoofden met vers gevangen vis tussen de poten, een vloot spierwitte, pico bello onderhouden vissersjachten ligt uitnodigend te dobberen – bijna smekend om er op uit te trekken. En de keukenbrigade staat klaar om aan alle culinaire wensen te voldoen. ’s Avonds zien we vanuit de jacuzzi naast onze oversized kamer met gashaard de zon zakken in de zee, ondertussen door de bijgeleverde verrekijkers de laatste watervliegtuigen van de dag spottend. Het hotel is eigendom van de familie Louie, een groep gebouwd rond Mister Tong, een geïmmigreerde Chinees die de buurtwinkel van zijn vader uitbouwde tot een supermarktketen. De groep weet duidelijk hoe het moet. Niet te verwonderen dat dit resort op het eind van de wereld jaarlijks hoge ogen gooit in talrijke toeristische polls.

Tegen de stroom in

Al sinds 1981 bezorgt David Faulkner reizigers een dagje plezier op het water door hen langs de spectaculaire fjorden naar de betere visgronden te varen. Vandaag is hij met zijn ‘Anadromous’ (Grieks voor ‘Tegen de stroom in’) onze kapitein. De klok wijst acht in de ochtend wanneer hij de trossen losgooit en langzaamaan de tweehonderd pk aanjaagt. “Ik neem jullie mee naar een stil hoekje in een baai”, roept David vanachter zijn gitzwarte zonnebril. In de uitlopers staat er immers te veel wind en zou het vissen erg woelig worden. Een half uur later gooien we in Thurston Bay onze twee lijnen uit tot 40 meter diep. Beide zijn voorzien van een plastic octopusje, voorafgegaan door een roterend spiegeltje. Volgens ervaringsdeskundige David is dit dé manier om op coastal chinook salmon te vissen. We dobberen rond in wat op de zeekaarten aangeduid staat als Zone 13, een topgebied waar het aantal zalmvangsten per boot gemiddeld 1,2 per dag bedraagt. Maar vandaag bijten ze niet, dus trekken we in de voormiddag naar een andere baai, waar zich lingcod ophoudt. In tegenstelling tot zalm trekt die straalvinnige vis uit de familie van de groenlingen niet rond. En inderdaad, een half uurtje later hebben we prijs. Na een afmattend gevecht van tien minuten halen we een 67 centimeter lang exemplaar binnen. Theoretisch groot genoeg om straks op de bbq te gooien, maar omdat deze beesten tot anderhalve meter kunnen uitgroeien, besluiten we ‘m na de obligate stoere foto’s terug te gooien. ’s Middags eten we dan maar een gerookte zalm uit de stock van het hotel. Een mens kan tenslotte niet alles hebben. 

Waar de bergen de wolken raken

De retourtocht van de taxiboot uit Sonora naar Campbell River is aan een vaste uurregeling gebonden. Daardoor missen we de logische verbinding van Campbell River terug naar de westkust, al snel een halve dag rijden. Dan lassen we maar een transitnacht in het Tsa-Kwa-Luten Resort in. Tsa-Kwa-Luten is een ‘native’ lodge – Winnetou had er zo van de trappen kunnen komen – op het populaire Quadra Island: 320 vierkante kilometer vakantiegroen met uitzicht op de drukke Discovery Passage, de snelweg van de cruiseschepen die naar Alaska trekken. De volgende ochtend schuiven we tijdig aan voor de korte ferry-overtocht, bollen 125 kilometer langs de oostelijke kustlijn om dan in Qualicum Beach de panoramische Highway 4 te kiezen, dwars door de bergen naar de westkust. Bestemming: Tofino, een schilderachtig vissersdorp aan de desolate westkust van Vancouver Island. Tot 1959 was er zelfs geen weg naar deze uithoek en kon je de plaats alleen per watervliegtuig of boot bereiken. Verplichte stop onderweg is de Cathedral Trail, onderdeel van het MacMillan Provincial Park. De toegang voor deze bonte verzameling bomen – de hoogste is 76 meter, de oudste 800 jaar – is gratis. Een netjes uitgestippeld parcours levert je een wandeling op met uitzicht op de meest memorabele exemplaren. Het is geen wereldwonder, maar een ideale benenstrekker richting de Pacific Rim National Reserve, over een slingerweg met duizend bochten waar de gemiddelde snelheid verrassend laag komt te liggen.

Waar ze de stormen hebben uitgevonden

In Tofino, goed voor zo’n 2.000 inwoners, stopt de wereld. Dit is het eindpunt van Highway 4, het meest westelijke dorp van Canada, met een unieke inplanting op het eind van het langgerekte Esowista schiereiland. Ondanks het sterk oprukkende toerisme heeft het dorp overduidelijk zijn authenticiteit kunnen bewaren. Wanneer we laatnamiddag onder een opfleurend zonlicht de hoofdstraat binnenrijden, zien we surfers op fietsen, Volkswagenbusjes met drogende wetsuits op het dak, een bonte verzameling van terrasjes en hippe restaurants. Boten van allerlei slag en formaat doorkruisen de wateren van de natuurlijke haven, boven ons hoofd scheren watervliegtuigen en meeuwen.  

Het Long Beach Lodge Resort, opgetrokken in hout en gelegen op een privéschiereiland, is een uniek adres en moeilijk te plaatsen op de kaart van de internationale hotellerie. Het is geen klassiek hotel, geen resort en evenmin een B&B of inn. Het is een verblijfsconcept en een lifestylebestemming. Het is ook onze thuisbasis voor het ontbijt, op tien minuten strandwandelen van ons bed voor de nacht in het Pacific Sands Resort, prima appartementjes met frontaal zeezicht. Het begint al met de inplanting van dit hotel: slechts te bereiken via die smalle en spectaculaire Highway 4 bergweg, ook bekend als de Pacific Rim Highway (al is de titel 'snelweg' wel een eufemisme). Het hotel staat ook letterlijk op het strand, en dat kan tellen, want de natuur is hier niet lief.  "Dit is het enige hotel ter wereld waar de klanten nooit hopen op een weersverbetering", lacht ober Michael terwijl hij andermaal de koffiebekers bijtopt, "Hoe ruwer de zee, hoe liever de gasten het hebben. Daarom hebben we panoramische vensters en grote haardvuren. Bij rotweer hier een glas wijn drinken met uitzicht op de perfecte storm terwijl de golven tegen de fundamenten beuken, dat geeft een onbeschrijfelijk gevoel". Vancouver Island, met gemiddeld vier meter regen per jaar, is inderdaad een geval apart. Winter en zomer wordt de kust geteisterd door stormen met hoge windsnelheden. De regio is dan ook een notoir scheepskerkhof. Iets romantischer gaat het eraan toe in de Clayoquot Sound Region, door de National Geographic omschreven als een zeldzaam natuurlijk amfitheater. De regio is de buffer tussen het gematigd regenwoud en de onstuimige Grote Oceaan.  De bossen zijn er zo oud, stil, groen en nat als een bos maar zijn kan. "Protestacties in de jaren '80 en een finale strijd in 1993, toen 850 betogers werden opgepakt,  hebben er uiteindelijk toe geleid dat 350.000 hectare als nationaal park en Unesco Biosphere Reserve beschermd wordt", vat Sean die overwinning samen. Sean is een van de gidsen met wie we morgen op stap gaan en nu reeds even het programma doorlopen. "Maar we zijn wel driekwart van het oerbos kwijt. Dat is de voorbije tweehonderd jaar gekapt toen Vancouver Island nog een amper bewoonde wildernis was."

Zes beren en drie adelaars

De afspraak was half negen stipt en de twaalf deelnemers hebben de instructie netjes opgevolgd. Nadat we ons in thermische overlevingspakken gehesen hebben, inclusief handschoenen en wollen muts, schepen we in aan boord van de Titan Zodiac. “Dat pak beschermt je niet alleen tegen de koude en het opspattende water, maar bezit ook een ingebouwde reddingsvest,” roept Sean ons toe. En dan zijn we weg. De Zodiac snijdt met een behoorlijke snelheid door het Fortune-kanaal. Nog geen tien minuten nadat we Tofino zijn uitgevaren, bevinden we ons in onbewoond gebied, een park waar de mens geen rol speelt. De enige inwoners zijn zwarte beren. “Gemiddeld zien we er drie per vaart”, vertelt Sean terwijl iedereen de muts steeds dieper over de oren trekt, verrast door de koude wind, “Maar het kunnen er ook nul zijn, of acht, mijn persoonlijk record.” Sean vaart langs de populaire spottersbaaien en na minder dan een uur op het water hebben we prijs: we zien een mannetje en een vrouwtje. Die zijn eenvoudig uit elkaar te houden: de pels van de vrouwtjes ziet er netter uit – mensen en dieren, soms lijken ze op mekaar. Het berenkoppel is op het strand op zoek naar krabben, hun favoriete ontbijt. Handig verplaatsen ze met één poot de rotsen, de andere grijpklaar om de opschrikkende diertjes te vangen. Sean volgt de reglementeringen nauwgezet. Er wordt niet gebabbeld wanneer we spotten, de Zodiac wordt op een correcte afstand gehouden. In totaal bezoeken we zo’n tien locaties en wanneer we net voor het middaguur Tofino binnenvaren, staat de teller op zes beren en twee zeearenden. Not bad at all, folks.

Lunchen met zicht op een scheepskerkhof

Die fijne ervaring wordt gevierd in het restaurant The Pointe, onderdeel van het Wickaninnish Inn Resort. Een exclusief hotel – lid van de Relais & Chateaux-groep – dat de interesse voor de desolate westkust van Vancouver-Island flink aanwakkerde. Velen zien de ‘WickInn’, zoals het hier genoemd wordt, zelfs als de motor die Tofino op de internationale kaart zette. Deze gangmaker en trendsetter werd ondertussen met awards overladen en is uitgegroeid tot een instituut. “Wij maakten in 1996 van een hotel een bestemming”, vertelt eigenaar Charles McDiarmid. “Mijn vader Howard werkte hier jarenlang in het lokale ziekenhuis en raakte begeesterd door de regio. Hij investeerde in dit hotel en betrok er meteen de ganse familie bij.” Charles maakt er geen geheim van dat hij veel te danken heeft aan de media. “Elke journalist wou hier zijn, liefst van al in de winter tijdens het stormseizoen. Ze creëerden een sneeuwbaleffect: prachtige reportages met spectaculaire foto’s wakkerden de publieksinteresse aan. En ondertussen zorgden wij voor een mooi product: met kamers waar het bad voor de venster staat en een restaurant waar over gesproken wordt. Dat maakte dat we reeds in 2003 konden verdubbelen in capaciteit, door het toevoegen van een compleet nieuwe vleugel.”

De ‘WickInn’ heeft nog niets van zijn uitstraling verloren, merken we. Gelegen op de punt van een rotsformatie, uitdagend boven de Pacific, blijft het een hotel met een wow-factor. Het hotel gaat onafgebroken de strijd aan met de natuur: golven van acht meter hoog zijn hier geen uitzondering. Toch ziet het er in haar kleedje van duikbootgrijs geschilderd cederhout nog steeds piekfijn uit. “Water is onze achtergrondmuziek”, zal de ober tijdens de lunch toelichten, terwijl we onze keuze maken uit een wijnkaart met duizend referenties.

Drijvende vliegtuigen

Exquise lunches kan je niet beter afronden dan met een uitgebreide strandwandeling. Het doet niet alleen verteren, maar ook inspireren. Wanneer laatnamiddag de wolken ruimen en plots de hemel blauw trekt, de zon doorbreekt en de temperatuur gevoelig stijgt, springen we in de terreinwagen en rijden tot Tofino Air, de lokale taximaatschappij die echter niet met vierwielers werkt, maar met watervliegtuigen. Ja, er is beschikbaarheid en ja, we kunnen meteen inschepen voor een half uurtje scenic flight. Tofino Air opereert een vloot van Havilland Beaver props, ware klassiekers die ondertussen de status van cultureel erfgoed verdienen. Het jonge meisje in de rode t-shirt dat we daarnet papieren zagen rangschikken, blijkt niet de secretaresse te zijn, maar onze pilote: “Hi, I’m Lisa”. We schatten haar 25 en niet groter dan een meter zestig. Maar een kwartier later ondervinden we dat Lisa vliegt als een warm mes door boter. Op een hoogte van amper vijfhonderd voet (zo’n 150 meter) neemt ze ons mee op een half uurtje excursie. “Wedden dat we walvissen zullen zien”, roept ze door de hoofdtelefoon. Lisa weet natuurlijk dat er in zich de u-vormige baai van Flores Island doorgaans dieren ophouden, net zoals je in het Nieuw-Zeelandse Kaikoura ook 95 procent kans hebt op walvissen. Dus haalt Lisa haar slag thuis. We zien er drie, mooi vanuit helikopterhoogte scherp afgetekend in het heldere water. Het doet ons denken aan de slogan van de nationale toeristische dienst enkele jaren geleden: The World Needs More Canada!

Ik zag twee beren voor een foto poseren

Ze smeerden geen broodjes en ze waren met twee. Dit was de kers op de taart van onze rondreis. Op de allerlaatste dag, op weg naar Victoria om daar de ferry op te gaan richting luchthaven van Vancouver, stonden ze daar: twee zwarte beren langs de Kennedy-rivier, in alle rust op zoek naar verse zalm. We geloven onze ogen niet, zo dicht, zo publiek. In geen tijd stoppen ook andere auto's en staan tientallen zich te vergapen. Jawel, dit is Vancouver Island, het echte Canada. Hihihi, hahaha, ‘k stond erbij en ik keek er naar.

Naar Canada reizen, dat betekent keuzes maken. Het land strekt zich immers helemaal uit van de Atlantische Oceaan in het oosten tot de Grote Oceaan in het westen en van de noordgrens van de VS tot de Noordelijke IJszee. Wie van Montreal naar Vancouver vliegt, hangt vijf uur in de lucht.

Zeventig procent van Canada is volledig onbewoond. De dertig miljoen Canadezen wonen bijna allemaal in de buurt van de grens met de Verenigde Staten, in een strook die zich uitstrekt van de oostkust tot aan British Columbia in het westen.

Wat toerisme in Canada betreft kunnen we globaal van drie belangrijke regio’s spreken. In het oosten is dat ‘Maritiem Canada’ met Nova Scotia, Labrador, Newfoundland en de steden Quebec, Montreal, Toronto en Ottawa. In het westen is de groene wildernis van Alberta en British Columbia dé blikvanger, met de Rocky Mountains als rode draad en Vancouver als metropool. Vancouver Island situeert zich ten westen van Vancouver. Voor de echte avonturiers, tenslotte, wacht het noord-centrale Canadese Poolgebied met haar ijsbeerrijke Arctische toendra.

Praktisch

Canada is het tweede grootste land ter wereld en West-Canada, tussen de besneeuwde Rockies en de Stille Ocean, is de droomregio bij uitstek. Wie gek is op ‘scenic drives’ en overweldigende natuur kan hier zijn hartje ophalen.

De Canadese dollar staat lager dan zijn Amerikaanse broer. Dat maakt van Canada een aantrekkelijke reisbestemming. Je hebt enkel een internationaal paspoort en een online ETA-visum nodig. In Vancouver is het negen uur vroeger dan in België.

Erheen

Goodbye reisde met KLM non-stop naar Vancouver. Het is een van de snelste verbindingen vanuit Brussel en onderweg geniet je van een all-in-product. KLM biedt ook ideale vluchturen. Kortom: een aanrader!

Overnachten

De hotelkeuze is uitgebreid. In alle stopplaatsen kan je van eenvoudige motels tot luxe-lodges boeken. Wij reisden met touroperator Wings ‘n Wheels, die voor Goodbye een à la carte programma uitwerkte. Voor meer info kan je terecht bij je eigen reisagent of op www.wnw.be

Autohuur

Wij reden met een 4x4 GMC Terrain, gehuurd bij Alamo in de all-in formule. Ook hierbij kan je reisagent helpen.

Ferry

De Inside Passage-ferryroute tussen Prince Rupert en Port Hardy vaart in het laagseizoen eenmaal per week, met overnachting aan boord. In het hoogseizoen verandert dat naar lange dagtochten, meermaals per week.

Wie vanuit Vancouver naar Vancouver Island reist, kan rekenen op een hoge frequentie aan ferries vanuit Horseshoe Bay. De overtocht duurt pakweg twee uur. Wie op piekmomenten wil varen (weekends), reserveert best!

Beste reistijd

Het klimaat is gematigd en zeer seizoensgebonden.  Wie regen en storm beoogt, reist tussen november en maart. Rijden kan dan wel een opgave worden. Ideaal is de lente (mei) en de Indian Summer (vanaf 15 september). De zomermaanden zijn druk, duur en muggen durven al eens de spelbreker zijn. Maar wanneer je ook reist, het is logisch dat je regenbestendige kleding moet voorzien, evenals outdoorschoeisel. Vancouver Island is geen jasje/dasje-bestemming, maar Gore-Tex-land.

Enkele aanraders

Sonora resort: afgelegen topadres op een eiland waar geen wagens rijden. All-in, doch op zeer hoog niveau. Behoort tot de Relais & Chateaux-keten. Beste adres van de oostelijke fjorden-regio.

Pacific Sands: nieuwste generatie vakantiehuisjes op het strand. Sfeervolle decoratie met stijl. Geen restaurant, maar er is voldoende aanbod in de nabije omgeving.

Black Rock: zeehotel in Ucluelet dat een alternatief wil zijn voor het 35 kilometer verderop gelegen Tofino. Knap, bijna hip hotel.

Long Beach Lodge Resort: actieve surfers en gedistingeerde reizigers zijn de twee bezoekerssegmenten die hier naadloos in mekaar overgaan. Leuke vibe, gezellig en tof restaurant met zicht op zee. Goede prijs/kwaliteit.

Voor wie Vancouver Island wil combineren met een citytripje Vancouver, is het Fairmont Pacific Rim Hotel een aanrader. Topligging, designdecoratie en een fantastisch in-house-restaurant: Oru. Een van de betere stadshotels.

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord