Redactie: Zeno Van Muylders
Een reis naar Australië voelt vanaf het eerste moment als een avontuur. Twee weken lijkt misschien kort om zo’n immens land te ontdekken, maar met een goed uitgestippelde route kunnen we in die tijd verrassend veel beleven. We vertrekken ’s avonds naar Londen en vliegen van daaruit verder naar Sydney. Het is een lange vlucht, maar de uren gaan sneller voorbij dan verwacht. De spanning voor wat ons te wachten staat, maakt het bovendien een stuk gemakkelijker om de lange reis te vergeten. Australië komt steeds dichterbij.
Op dag drie komen we aan in Sydney. Na de lange reis brengen we onze bagage naar onze accommodatie en nemen we even de tijd om te bekomen. Een duik in het zwembad helpt om de jetlag geen kans te geven. Daarna zijn we klaar om zoveel mogelijk van deze bruisende stad te ontdekken.
We genieten van wandelingen in Hyde Park en de Royal Botanic Garden. Op een bordje lezen we ‘Please walk on the grass’. Zalig! Net als de locals zoeken we een plekje in het gras en kijken we naar de voorbijgangers. We genieten van de bloemenpracht en verbazen ons over de vele kaketoes die tussen de bomen rondvliegen.
Vanuit de tuinen krijgen we meteen een uitzicht dat we niet snel zullen vergeten: de Harbour Bridge en het Opera House schitteren boven de haven. De Royal Botanic Garden ligt vlak bij het Opera House en biedt op verschillende plaatsen mooie uitzichten over de haven.
Het Opera House werd ontworpen door de Deense architect Jørn Utzon en opende in 1973. Van veraf is het al indrukwekkend, maar wanneer we dichterbij komen, valt pas echt op hoe bijzonder de architectuur is.
Dan is er natuurlijk nog dat andere icoon van Sydney: de Harbour Bridge. De brug beklimmen is een optie voor wie het avontuur wil opzoeken. Wij zijn echter al tevreden wanneer we erover wandelen en ondertussen het Opera House en de haven bewonderen. Het uitzicht maakt iedere stap de moeite waard.
Het is natuurlijk fijner om dieren in de natuur te zien, maar ook Taronga Zoo in Sydney is bijzonder. Vanuit Circular Quay nemen we de ferry naar de zoo, een korte overtocht die ons meteen een prachtig zicht op de haven geeft. Taronga Zoo ligt aan Sydney Harbour en is nog steeds eenvoudig bereikbaar per ferry vanuit Circular Quay.
Bij de giraffen krijgen we een schitterend zicht op het Opera House en de skyline van Sydney. Even later staan we oog in oog met kangoeroes en koala’s. Het zijn ontmoetingen die ons meteen herinneren aan hoe bijzonder de Australische dierenwereld is.
Een van de dagtrips die ons aangeraden werd, is een bezoek aan de Blue Mountains. We rijden naar Echo Point voor een panoramisch zicht op de bergen, bedekt met eucalyptusbossen en de beroemde Three Sisters. Echo Point is nog steeds een van de bekendste uitzichtpunten van de regio en vormt het vertrekpunt voor verschillende wandelingen.
Tijd om de benen te strekken met een wandeling bij de Giant Stairway. De naam zegt het zelf: de vele trappen maken er een stevige tocht van, maar onderweg worden we voortdurend beloond met indrukwekkende uitzichten.
Daarna zetten we koers naar het schilderachtige dorpje Leura voor een lunch en een kort bezoek. Na de rust van de bergen voelt het bijna vreemd om opnieuw richting de drukte van Sydney te trekken.
Op dag zeven vliegen we richting het hart van Australië. Hoe verder we reizen, hoe meer het landschap verandert. De stad maakt plaats voor eindeloze rode wegen en een horizon die nergens lijkt te stoppen.
Na het bruisende Sydney zijn we klaar voor de Outback en het kamperen. Het is zalig om over de verlaten rode wegen te rijden. Dit is precies het Australië waar we van droomden. En eigenlijk is de realiteit nog beter.
Ik word stilletjes als ik Uluru waarneem, de reusachtige monoliet die midden in de rode woestijn alle aandacht steelt. Plots voelt het alsof alle beelden die we vooraf van Australië hadden, werkelijkheid zijn geworden.
We zijn blij dat we geïnvesteerd hebben in een goed fototoestel wanneer de avond valt. Eindeloos fotograferen we de kleurveranderingen van Uluru terwijl de zon langzaam verdwijnt. Tevreden over onze dag trekken we ons terug in onze tent.
Zelfs ik heb het niet moeilijk om ’s anderendaags vroeg op te staan. De zonsopgang boven Ulu?u is adembenemend. Terwijl de eerste zonnestralen over het landschap trekken, verandert de reusachtige rots opnieuw van kleur.
Na een lekker ontbijt vertrekken we richting Kata Tjuta, de rotsformaties die vroeger ook bekendstonden als de Olgas. Door het vele wandelen van de voorbije dagen voelen we ons in vorm voor de drie uur durende wandeling door de Valley of the Winds. De route brengt ons dwars door de indrukwekkende, koepelvormige rotsformaties.
Een nieuwe dag, een nieuw natuurwonder. In Kings Canyon wandelen we via de Canyon Rim Walk langs de rand van de indrukwekkende kloof. De wandeling van ongeveer zes kilometer brengt ons langs spectaculaire uitzichten en de Garden of Eden, een groene waterpoel die prachtig contrasteert met de rode rotsen van de Outback.
Iedereen heeft het altijd over Uluru, maar ook Kings Canyon zouden we zeker aanraden. Na de wandeling trekken we met onze terreinwagen verder over de onverharde wegen.
De volgende dag rijden we naar Ormiston Gorge in het Tjoritja/West MacDonnell National Park. We wandelen door de kloof, bewonderen de indrukwekkende rotswanden en zoeken daarna verkoeling in het water. Tussen de rotsen spotten we ook enkele wallaby’s, die dankzij hun schutkleur bijna onzichtbaar zijn.
Die avond slapen we in Owen Springs voor het eerst in een swag, letterlijk onder de sterrenhemel. Ver weg van alle lichtvervuiling lijkt die eindeloos. Het is een nacht die ik niet snel zal vergeten.
Totaal uitgerust sta ik de volgende dag op. Het kampeerleven ligt me wel. Vandaag maken we kennis met de cultuur en geschiedenis van de Aboriginalvolkeren. Samen met een gids ontdekken we meer over de omgeving en bekijken we rotsschilderingen. Het bezoek geeft me een beter besef van hoe diep de geschiedenis van Australië teruggaat.
’s Avonds komen we aan in Alice Springs. Eigenlijk vind ik het jammer dat het kamperen erop zit, maar na een lange douche en een nacht in een echt bed ben ik dat snel vergeten.
We bezoeken er de Royal Flying Doctor Service en ontdekken hoe medische hulp wordt geboden aan mensen in de afgelegen gebieden van Australië. Het is indrukwekkend om te zien hoe belangrijk die dienstverlening is in een land met zulke enorme afstanden.
In de namiddag vliegen we naar Cairns. Het rode landschap maakt plaats voor tropisch groen en helderblauw water.
De volgende dag trekken we het water op om te snorkelen. Eerst voelt het wat onwennig, maar al snel vind ik mijn ritme. Onder ons verschijnt een kleurrijke wereld vol vissen en koraal. Mijn favoriet is natuurlijk het clownvisje, oftewel Nemo.
Het hoogtepunt zijn de schildpadden. Rustig zwemmen we een eindje met hen mee, alsof we even deel uitmaken van hun onderwaterwereld.
Na de lunch duiken we opnieuw het water in. De dag erna doen we het rustig aan. We shoppen souvenirs en wandelen langs de esplanade van Cairns. Na zoveel avonturen is het heerlijk om even te vertragen.
Het einde van onze trip nadert, maar we willen nog één keer op avontuur. We trekken naar Daintree National Park, waar dicht regenwoud bijna tot aan de kust reikt.
Het contrast is indrukwekkend: groene bossen, bergen en de blauwe oceaan komen hier samen. We wandelen tussen de enorme bomen, luisteren naar de geluiden van het regenwoud en genieten van de bijzondere omgeving.
Het voelt als een passende afsluiter van een reis waarin de natuur telkens opnieuw de hoofdrol heeft gespeeld.
’s Avonds maken we nog een wandeling door Cairns en praten we na over de bijzondere reis die we achter de rug hebben.
In twee weken zijn we van de metropool Sydney naar het rode hart van Australië en vervolgens naar het tropische noorden gereisd. We wandelden door eucalyptusbossen, stonden stil bij Ulu?u tijdens zonsondergang, sliepen onder een eindeloze sterrenhemel en zwommen tussen kleurrijke vissen en schildpadden.
Van wereldstad naar woestijn en vervolgens naar regenwoud: Australië heeft ons onderweg steeds opnieuw verrast.
De volgende dag vliegen we terug richting Europa. De koffers zitten vol souvenirs, de camera staat vol foto’s en ons hoofd vol herinneringen.
Twee weken waren genoeg om verliefd te worden op dit immense land, maar tegelijk lang genoeg om te beseffen hoeveel er nog te ontdekken valt. Terwijl we Australië achter ons laten, voelt het dan ook niet echt als een afscheid. Eerder als een reden om ooit terug te keren.