Berner Oberland: Swiss Spass

Scroll naar beneden

In het Berner Oberland hoef je niet noodzakelijk op lange latten om van de winter te genieten. Zowel Lenk als het mondaine Gstaad bieden tonnen pret en lekkers voor het hele gezin.

  • Toni De Coninck
    Tekst & foto'sToni De Coninck

In het station van Zürich is een klein opstootje aan de gang.

"Weet u op welk perron de intercity naar Bern vertrekt?"

- "Spoor 1. Dit perron."

"Maar hij staat nog niet aangekondigd."

- "Er komt eerst een andere regionale trein aan. Bern heeft twee minuten vertraging."

Geroezemoes. Gestommel. Mensen kijken achteloos op hun polshorloge en vergelijken het met het emblematische exemplaar dat bovenaan de spooroverkapping hangt. Werkelijk, de trein die een halve minuut geleden het station had moeten binnenrijden, is er nog niet. Een mevrouw in kekke faux fur schudt het hoofd: "Het gaat achteruit met de Zwitserse spoorwegen."

De intercity vertrekt uiteindelijk met volle drie-en-een-halve minuut vertraging naar de Zwitserse hoofdstad, een euvel dat wordt goedgemaakt door een hete kop thee en het landschap dat steeds glooiender en witter wordt. In Bern wissel ik van trein. De Lötschberger Express oogt ruim en licht, met schier panoramische ramen, zo groot en open dat ik gedurende driekwart uur door het decor van een stomme film in zwart en wit lijk te glijden. Sommige haltes zijn ‘Auf Verlangen’, waarna de expresstrein enkele seconden in een onooglijk gehucht stopt. Het is heerlijk reizen zo, vind ik. Een wonderlijke manier om een landschap tot je te nemen en het je eigen te maken. De SBB heeft van treinreizen een doel gemaakt, eerder dan een middel om op je bestemming te geraken. Het spoor in Zwitserland heeft een iconisch imago, en is een onmiskenbaar onderdeel van de toeristische beleving.

Hippe Heidi

Na enkele minuten wandelen in Zweisimmen word ik zélf een onderdeel van de toeristische beleving. Jas en schoeisel zijn sinds de vroege ochtend afgestemd op Belgisch winterweer, en niet op een Zwitserse min tien en een pak verse sneeuw. Aan de voet van de Hamilton Lodge gaat eerst mijn reiskoffer aan de haal, waarna ik uiteindelijk ook zelf onderuit ga. Ik moet aan de stomme film van daarnet denken, en aan Stan Laurel die meteen na de tuimelperte de jas zou worden uitgeveegd door Oliver Hardy.

"Heeft u zich niet bezeerd?"

- "Een beurse bips. Meer is het niet."

Jacqueline Wegink, de Nederlandse gastvrouw, bekijkt het plaatje met enige deemoed.

"U heeft natuurlijk niet de passende schoenen aan. Daar hadden we moeten aan denken. U moet straks maar even in de warme douche. En daarna een borrel."

De Hamilton Lodge is één en al Nederlandse gezelligheid. Maar ook Zwitserse flair. En een likje Scandinavisch minimalisme. Het geheel is design, maar met een koebel en een knipoog. Strakke structuren in beton, warm hout, elegante schaapsvelletjes. Als ik het raam van de kamer in de nok van het gebouw open, is al wat ik hoor het ritmische geknars van de kabelbaan. 

"Hip en Heidi", zal Jacqueline later tijdens het aperitief vertellen, "dát is de stijl die we willen uitstralen. Toen ik in 2003 ernstig ziek werd, beslisten we naar Zwitserland te verhuizen en het risico te nemen een hotel te openen. Ik had een drukke baan in communicatie en reclame. In het begin werden we niet zo goed aanvaard door de lokale bevolking. Er wonen maar zo’n honderd mensen op de Belalp boven Zweisimmen, en die vonden het geen denderend idee dat ‘die Hollanders het hier eens goed door elkaar zouden komen schudden.’ Nou, dat was natuurlijk de bedoeling niet. We wilden de Zwitsers bij ons verhaal betrekken. Dat heeft een paar jaar geduurd."

Wat is het allergrootste voordeel van de Hamilton Lodge? "Dit is toch voornamelijk een winterbestemming. De Lodge is een ski-in ski-out hotel. Je kunt letterlijk vanuit de lobby naar beneden skiën en weer terugkeren met de kabellift."

Dat moet dan maar zonder beurse bips, neem ik aan. Hippe Heidi biedt ongetwijfeld ook een beetje houvast.

Op een laag pitje

Het heeft die nacht nog méér gesneeuwd. De korte afdaling naar het kabelstation is een calvarietocht, waarbij ik verschillende keren kniediep in het rulle pak zak. Mijn koffer moet worden nagebracht per skiscooter. Claudia von Siebenthal wacht me in het dal op met een kamerbrede glimlach en een voorverwarmd Volvozitje. "Ik wou erg graag met u een sneeuwschoenwandeling maken en fondue eten op de alp, maar dat zit er in deze omstandigheden helaas niet in. Vindt u het goed als we eerst even de kaasmakerij bezoeken?"

Gstaad en de omliggende dorpen waaronder Zweisimmen zetten zich op de kaart als fondueland. Nogal wat restaurants strijden er om de eer de beste fondue op de kaart te hebben, en sinds kort springen ook de kaasbedrijven zélf op de kar. Op de alp boven Schönried staan twee buitenproportionele fonduepotten, waaraan je met in totaal acht personen kunt tafelen. Het fonduepakket wordt in een vilten rugzak geleverd, met gaspit, kaas, brood, aardappelen. Het is een ideaal tijdverdrijf op mooie winterdagen, maar vandaag – vindt ook Claudia – is het daarvoor echt te koud. "Het is min veertien. We moeten in beweging blijven. Straks even wandelen naar de Rellerli, en daarna kunnen we in de buurt fondue gaan eten."

De wandeling naar de Rellerli duurt uiteindelijk twee uur, een tocht door een verstilde sprookjeswereld met hoge, besneeuwde sparren en veehutten in verweerd hout. Claudia heeft een slede meegebracht waarop ze een deel van het parcours kirrend van de pret aflegt. De gids heeft gelijk: we hebben het warm in de winterzon. En opnieuw koud als we in de schaduw van het dal belanden. De fondue brengt soelaas: een dampende pot geluk met de zoete geur van kirsch, een bord piepers, hompjes brood en fijne plakjes bündnerfleisch. Daarbij komt een glas fendant. Er zijn naar verluidt twee types fondue-eters: zij die liefst aardappelen in de kaas soppen, en broodliefhebbers. Ik hoor tot de laatste soort. De prikker met zuurdesembrood naar de bodem van de ketel duwen, daar een paar rondjes draaien tot er enkele laagjes kaas rond het kruim zitten en dan in één haal opnieuw naar boven tot je een mooie crème bekomt.

De Indiase brug

Gstaad – lees: Gstoaoad (het Zwitsers lijkt heel soms een beetje op het Antwerps) – is mondain tot in de kleinste vezels. Dat is een mooi verhaal, maar het klopt niet volledig. Natuurlijk vind je in het Palace Hotel, hoog boven de dorpskern, vooral vermogende Aziaten en Russen, maar het Saanenland waartoe Gstaad behoort, profileert zich sterk als familiebestemming. Claudia: "Je hebt welgeteld één winkelstraat waar je inderdaad alle merken vindt die mensen doorgaans met Gstaad associëren: Vuitton, Rolex, Prada. Maar niemand verplicht je om in een duur hotel te verblijven. We hebben hier net zo goed kleine Bed & Breakfasts en vakantiewoningen." Een koetsier voert ons luid klepperend door de dorpskern en brengt ons tot aan het Alpina, een vijfsterrenhotel waarvoor je door een tunnel moet met diepgevroren sculpturen. Toch een klein beetje Disney, dat Gstaad? Claudia lacht. "Dat maken de buitenlanders er graag van. Voor ons is het nog altijd datzelfde dorpje met landbouwers en ambachtslui. Maar om je een idee te geven: na een Bollywoodfilm met een beroemde dansscène aan een brugje in Gstaad, zagen we het aantal Indiase gasten exponentieel toenemen. Terwijl het toch maar een gewoon ijzeren brugje is. Historisch nut nul. Het is maar waar je wil zijn om erbij te horen."

Vredevol Lenk

Ik droom die nacht in mijn hotel in Lenk van reusachtige fonduepotten die tot leven komen, en Indiase goeroe’s die een zonnedans uitvoeren rond de ketel met pruttelende kaas. Maar als ik wakker word, is al wat ik ruik ovengebakken brood, en roerei, en koffie die uit een toestel van een bekend Zwitsers merk komt gedruppeld. Ach, wat is de Lenk Lodge een hotel naar mijn hart! Een tiental kamers, waarvan de meeste met badkamer. Slim design, maar vooral veel passie en liefde voor schoonheid en esthetiek. En gezelligheid. Als het geen Zwitsers hotel was, ik zou zweren dat de Denen er voor iets tussen zaten. In de lounge kun je op elk moment van de dag terecht voor gratis espresso of thee, fris bergwater, appels. Bij het haardvuur, in een luilekkere zetel, tijdschriften en boeken in de buurt.

Ik proef die ochtend van de lokale ham in beenhouwerij Tschanz, bezoek de kaasmakerij van Walter Treuthardt en de Simmentaler brouwerij, waar Tristan Mathys me van de puike brouwsels laat proeven. Ik lunch in het Lenkerhof, nog zo’n grande dame onder de Zwitserse hotels, waar Maxime Hops me wat kamers en de spa toont, en zeer uitzonderlijk ook de wijnkelder waar ik stiekem hoop een tijdje opgesloten te blijven. Met Matthias Werren van de Lenk Bergbahnen daal ik af van de Betelberg en drink thee in een berghut. En met de hupse Laura Occhipinti van Lenk-Simmental Tourismus beklim ik de Metschstand met een panoramische blik op de Wildstrubel, Lenks huisberg. Lenk is een andere wereld dan Gstaad, niet noodzakelijk goedkoper, maar zeker een stuk meer Zwitsers. Of zoals Maxime van het Lenkerhof het samenvat: "In Gstaad is de luxe uitgesproken. Russische oligarchen vragen om hun auto netjes in het zicht te parkeren. Hier hebben we vooral Zwitserse mensen met geld. En die vragen om de wagen zo snel mogelijk in de garage te zetten, zodat hun aanwezigheid verder niemand opvalt of stoort." Niemand opvallen of storen. Het lijkt in de grondwet van Zwitserland te staan. Andante ma non troppo. Hard werken en rustig genieten. Sinds kort ook met drie-en-een-halve minuut vertraging. Het is goed zo, ik heb er vrede mee. 

Praktisch

Gstaad-Saanenland en Lenk-Simmental bevinden zich in het Berner Oberland, het deeltje Alpen dat je vanuit de Zwitserse hoofdstad Bern bereikt. Gstaad is goed 8 uur rijden vanuit Brussel via Luxemburg, Straatsburg en Basel, of alternatief via Keulen, Karlsruhe en Basel. Vliegen kan naar Basel, Zürich of Genève, waarna het openbaar vervoer je geruisloos verder naar de bestemming brengt. Het Swiss Travel System is een van de beste manieren van openbaar vervoer ter wereld. Meer info: www.swisstravelsystem.com.

Zwitserland luidt een dure bestemming te zijn, en dat is helaas ook de waarheid. Zwitsers verdienen doorgaans een stuk meer dan hun Europese evenknie, en het leven is er bijgevolg ook minder goedkoop. Dat merk je zeker in hotels en restaurants. Het heeft geen zin om om die hete brij heen te draaien. In de plaats krijg je natuurlijk de allerhoogste levenskwaliteit terug, ook op vakantie.

Wij verbleven in twee bijzondere hotels: het uitermate gezellige Hamilton Lodge in Zweisimmen (Nederlandse uitbaters) en het knusse Lenk Lodge in Lenk. Meer info en reserveringen: www.hamiltonlodge.ch en www.lenk-lodge.ch. Absolute aanraders!

Meer toeristische info over de bestemmingen:

www.gstaad.ch
www.lenk-simmental.ch
www.madeinbern.com
www.myswitzerland.com

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord