Corsica : onweerstaanbare schoonheid

Scroll naar beneden

Tikkeltje weerbarstig, soms ongenaakbaar, precies wat je verwacht van een zuiderse bellezza van dit slag. Grillige rotskusten, ruig bergland, natuurwonderen die je met u aanspreekt, paradijselijke stranden en dromerige baaien, oude stadjes met kronkelende straatjes die vaak leiden naar een trots fort op een heuvel en bovenal de fascinerende geschiedenis van dit land en zijn mensen. Een keuze maken uit al het moois dat L’Île de Beauté te bieden heeft, is geen sinecure. Een greep uit enkele highlights.

  • Tekst & foto'sGuy Meus

Bonifacio, moeders mooiste in het zuiden

Pastelkleurige huizen langs de promenade, restaurants, gezellige terrassen, leuke winkels, luxueuze jachten en rondvaartboten. Daarboven, 80 meter hoger, verrijst op een indrukwekkend kalkplateau een machtige citadel en aan de rand van de witte kliffen dreigen hoge huizen elk ogenblik in de afgrond te storten. Naar de bovenstad kun je via de trap of per treintje. Zalig is het door de smalle, kronkelende straten en overwelfde gangen te struinen en bij de vestingmuren stil te worden van de prachtige uitzichten op de spierwitte krijtrotsen. Dool ook wat rond op het hoog gelegen zeemanskerkhof tussen mysterieuze graftombes, mausolea en kapellen met het decor van de eindeloze zee in de diepte. Een aanrader met stip is een minicruise met een speedboat die, kop in de schuimende golven, met een rotvaart door het water klieft. Hij voert je naar donkere grotten en diepe inhammen waar zwart, kolkend water voor spektakel zorgt.

Corte, historische hoofdstad

Voor elke rechtgeaarde Corsicaan is Corte in het bergachtige binnenland het kloppende hart van de natie. Hier was het dat de vader des vaderlands Pasquale Paoli in de tweede helft van de 18de eeuw de zetel van zijn regering installeerde en de stad hoofdstad maakte van een onafhankelijk Corsica met eigen parlement. Die staat bestond amper 14 jaar en al vlug controleerden de Fransen het eiland met steun van de Genuezen. De stad, ook de grootste universiteitsstad van het eiland, bestaat uit een nieuw en een oud gedeelte. Voor een bezoek aan de oude stad met een machtige middeleeuwse citadel moet je een flink stuk klimmen, maar je kunt ook met een treintje naar boven. Je stapt dan uit op de Place Gaffori, genoemd naar de generaal, die in de 18de eeuw zijn stad tegen de Genuezen verdedigde. De kogelgaten in de muur van een café vlak bij zijn standbeeld bewijzen dat hier een flink robbertje gevochten werd. De robuuste vesting met hoge omwallingen en forse torens ligt op een schrale heuveltop en één van de twee hoektorens, ook Nid d’Aigle genoemd, lijkt elk ogenblik van de puistige rots in de afgrond te willen springen.

Bastia, best gezellig

De authentieke sfeer van dit stadje, het tweede grootste van het eiland, snuif je het best op als je je wandeling hoog boven de stad begint. Daar prijkt op een rots de ‘bastiglia’, de oude Genuese ‘vesting’ uit de 14de eeuw die meteen ook de naam van de stad verklaart. Vanaf het voormalige Paleis van de Gouverneurs van Genua met heuse ophaalbrug heb je een viersterrenblik op de benedenstad: de oude haven en de aangemeerde boten, de okerkleurige barokke kerk van St.- Jan-de-Doper met twee klokkentorens en op de wit-gele ferry’s die de passagiershaven in-en uitvaren. De 17de-eeuwse kerk van Sainte-Marie-de-l’Assomption oogt stemmig en een beeld van de Maagd zelf in massief zilver getuigt alvast van de enorme rijkdom die in deze stad in de 17de eeuw aanwezig was. Door de Jardin Romieu met hoge parasoldennen en palmen gaat het trapsgewijs naar beneden langs hoge, zuurstokkleurige herenhuizen. Je wordt meteen ondergedompeld in een mediterraanse sfeer. Onderweg lopen we nog even aan in een paar stemmige Oratoires waar de erg populaire confréries of broederschappen heiligen zoals St.- Rochus of relikwieën van het Heilige Kruis komen vereren. Dan kom je vanzelf op het centrale plein van de stad, de Place St.Nicolas. Dominant aanwezig is het extravagante standbeeld van Napoleon die hier megalomaan als Romeinse keizer wordt uitgebeeld. Aan de zeekant bij een kiosk vindt een markt plaats terwijl de andere kant van het plein tientallen terrasjes zalig soezen in de ochtendzon.

Calvi en L’Ile Rousse

Bij een toertje door de Balagne, die vanwege de vruchtbare bodem ook wel eens ‘tuin van Corsica’ genoemd wordt, waan je je soms in Toscane: een glooiend landschap met wijn- , olijf- en boomgaarden die tegen de hellingen opklimmen. Een leuk plekje om even halt te houden is Sant’ Antonino, een bergdorp dat zich als een luie poes languit uitrekt tegen de beboste helling. Geboren ergens in de middeleeuwen en sindsdien nooit meer verjaard, zo lijkt het wel.

In een café met gelagzaal vlak bij de kerk schenken ze de specialiteit van de streek: een groot glas versgeperst citroensap. Door de Agriates, een desolaat woestijnachtig landschap, gaat het dan naar Calvi, een drukke badplaats. Ook hier kijkt een machtige Genuese vesting met hoge omwallingsmuren weer uit over het stadje en de zee. Paoli, de nationale held, nam het hier samen met 6000 Engelsen op tegen deze stad die de heersers van Genua onvoorwaardelijk trouw bleef. Nu huisvest een deel van de citadel, het voormalige paleis van de Genuese gouverneurs, een kazerne van het Vreemdelingenlegioen. Vergeet ook niet op het citadelplein een kijkje te nemen in het Oratoire de Saint Antoine met enkele laatmiddeleeuwse fresco’s.

De terrassen aan de wandelpromenade langs de kade zitten tjokvol en er wordt vrolijk getaterd en geschranst. Rij nu even verder naar L’Ile Rousse dat bekend is vanwege het geraffineerde spel dat de zon elke avond speelt met de knoestige rotsen: versteende kameleons die verkleuren van oker naar terracotta rood. De bergdorpjes in de buurt zijn echte pareltjes. Voor een enig mooi romaanse kerkje in Pisaanse stijl moet je nog even langs Murato passeren. De sleutel krijg je op het gemeentehuis en een bereidwillige inwoner toont je trots het prachtige interieur. Het is wellicht het meest gefotografeerde kerkje ter wereld.

Rondje Cap Corse vanuit Bastia

Waag het niet een ‘duim’ naar me uit te steken, waarschuwt een reep land net boven Bastia die precies de vorm van genoemd lichaamsdeel aanneemt. De kustweg slingert zich door de dorpen en de uitzichten op bergen en zee zijn prachtig. Even halthouden in Erbalunga is een must. Door een labyrint van smalle steegjes loop je naar de kloeke verdedigingstoren van de Genuezen die 500 jaar op het eiland verbleven.

Als je niet helemaal tot aan de noordpunt van de kaap wilt rijden, sla je in Santa Severa rechtsaf en rij je over de Col Ste Lucie – verplichte stop op de top met uitzicht op een prachtig woud van zeedennen – naar het dorpje Pino. Bij het binnenrijden van het bergdorpje zorgt een rij machtige eucalyptusbomen voor een waardig welkom en in de diepte staan opvallend veel prachtige grafmonumenten en mausolea van voormalige welgestelden van de streek.

Vervolg je de weg, dan kom je in Nonza, een dot van een dorpje. De huizen lijken zich krampachtig vast te klampen aan de heuvel waarop ze gebouwd zijn. Door steile straatjes en over smalle trappen gaat het dan naar de wachttoren die 200 m boven het dorp uitrijst. Het uitzicht is weer weergaloos. Uitpuffen kun je op een bank bij de fontein tegenover een kerk die monsieur le curé babybilletjesrose heeft laten schilderen. Even verder rij je Patrimonio binnen waar uitgestrekte wijnvelden je duidelijk maken dat je in het beste wijnbouwgebied van Corsica bent aanbeland. In vele plaatselijke wijnhuizen kun je de AOC’s degusteren. Voordat je naar Bastia terugrijdt, kun je ook nog even verpozen op een terras in het beeldige dorp Saint Florent dat zich in een brede baai genesteld heeft. Sinds er in de jachthaven nogal wat jachten uit hogere prijsklassen voor anker gaan en er in het stadje nogal wat jetsetterig volk gespot wordt, laat het dorp zich tegenwoordig graag aanspreken met Saint Flo met knipoog naar Saint Trop, ook ooit een eenvoudig vissersdorpje aan de Côte d’Azur.

De Golf van Porto, ongelooflijk mooi

In het haventje van Porto aan de westkust nemen we de boot en genieten drie uur lang van een natuurspektakel zonder weerga. In de verte vang ik een glimp op van bergpieken met besneeuwde kruin boven rozerode rotsformaties terwijl een dartel stel wolken tikkertje speelt in de melkwitte ochtendhemel. We varen langs grillige rotsen die steil en dreigend oprijzen uit het nu eens inktzwarte, dan weer kobaltblauwe water en die, afhankelijk van lichtinval en fratsen van een aarzelende zon, baden in kleuren die gaan van muisgrijs over zalmroze tot golfgrasgroen.

In de diepe inhammen, grotten, spleten en kreken kolkt het water vervaarlijk terwijl onze boot belaagd wordt door een delegatie schrokkerige meeuwen die opdringerig om aas en aandacht komt schreeuwen. De captain manoeuvreert zijn boot behendig tot onder het nest van een visarend op een puntige rotspunt. Rondom ons voeren aalscholvers kamikazerige duikvluchten uit op zoek naar een smakelijk vispannetje voor de kroost. In het dorpje Girolata, dat alleen per boot of te voet bereikbaar is, houden we een half uur halt voor een drankje aan een strandbar met uitzicht op het turkooisblauwe water, de kleurrijke sloepen en de Genuese toren op een heuvel die zich als van oudsher ontfermt over baai en dorp. Deze plek behoort tot het natuurreservaat Scandola – het enige in Europa dat zowel uit land als uit water bestaat – dat tot Wereldnatuurerfgoed van de Unesco werd uitgeroepen.

Al even spectaculair en oogverblindend mooi zijn de Calenques (Calenche in het Corsicaans) van Piana, de roestrode, granieten kliffen die loodrecht oprijzen uit een azuurblauwe zee. De enorme grote gaten in de rotsen, tafoni genoemd, die door erosie van water en wind tot stand gekomen zijn, laten de fantasie de vrije loop en toponiemen als ‘de bisschop, de preekstoel of de kus’ zijn hier vertrouwde begrippen.

Ajaccio, hoofdstad met allure

Vlak aan de haven waar de ferry’s en cruiseschepen aanmeren, is het lawaaierig en druk, maar de ruime Place Foch daarentegen met de vele terrassen en uitzicht op haven en besneeuwde bergtoppen is een oase van rust. In de binnenstad kun je het geboortehuis van Napoleon bezoeken en ook de kathedraal waar ‘de kleine keizer’ gedoopt werd. Vanop de citadel heb je een fraai zicht op de baai en het langgerekte stadsstrand. Van de chique winkelstraat Cours Napoléon met haar statige patriciërshuizen kun je willekeurig een kronkelend straatje naar beneden inslaan. Je bent dan meteen in de Rue Cardinal Fesch waar kunstliefhebbers in het Musée Fesch , het ‘Louvre van Corsica’ kunnen kennismaken met een keur van beroemde schilderijen die de gefortuneerde kardinaal in zijn lange leven verzameld heeft.

Praktisch

Goodbye reisde naar Corsica met touroperator VTB. Meer info over de volledige rondreis met prijzen, hotels en trajecten via www.vtb-reizen.be.

Voor meer informatie kan je ook terecht op de website van de toeristische dienst: www.visit-corsica.com.

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering
  • GRATIS kofferriem

abonneer