De Filipijnen: van feestelijke drukte naar het paradijs

Scroll naar beneden

Vergeleken met trekpleisters als Thailand en Vietnam worden de Filipijnen in Zuidoost-Azië soms wat over het hoofd gezien. Onterecht. Het is een mooi en veelzijdig land waar je zowel dichte jungles, indrukwekkende berglandschappen als parelwitte stranden kan ontdekken. Ook de lokale cultuur is er kleurrijk en verrassend.

  • Jonathan Ramael
    Tekst & foto'sJonathan Ramael

Mijn goedlachse gids in Manila blijkt niemand minder dan Elton John te zijn. Dat is geen grap. De arme man in kwestie gaat door het leven met de naam Elton John Chua. Daarenboven heeft hij naar verluidt een broer die John Lennon heet en twee zussen die Carly Simon en Carole King gedoopt werden. "Mijn ouders zijn van het iets vreemdere type", antwoordt hij als ik hem om het waarom van zijn naam vraag. "Ze zijn gek van muziek, maar ook van alcohol. Die combinatie zorgde voor het gekende resultaat. Ik had trouwens liever John Lennon geheten."

De Circle of Life van m’n vriend Elton John vat ongewild perfect de essentie van de Filipijnse geest samen. Filipino’s zijn muzikaal, vrolijk en gaan geen feestje uit de weg. Dat komt waarschijnlijk nergens meer tot uiting dan tijdens een zinderende nacht in de hoofdstad, waar ik vanmorgen voor het eerst voet zette. De eerste indrukken zijn intens. Manila is een blauwdruk van de typische Aziatische miljoenenstad. Het is er heet, stoffig en op veel plaatsen ontiegelijk druk. Historische sites staan er zij aan zij met glanzende wolkenkrabbers en in hun schaduw krioelt een wespennest aan nauwe snuisterstraatjes vol waslijnen en winkeltjes. Het geheel wordt in leven gehouden door een overbelast wegennet waar een quasi eeuwige filestroom heerst. De verkeersaders van Manila zijn acuut verstopt. Wie van het goede leven houdt moet er immers wat hart- en vaatziekten bijnemen.

Een stad vol actie

Manila is gigantisch – vijftien miljoen inwoners – en bestaat uit verschillende afzonderlijke steden en districten die in elkaar overvloeien. Ondanks de mooie locatie langs de gelijknamige baai valt er op visueel vlak wat minder te ontdekken dan in pakweg Bangkok. Toch is er heel wat te zien. De oude ommuurde stad die er door de Spaanse bezetter werd neergepoot (Intramuros) is mooi en gezellig, en perfect om in een paardenkoets de toerist uit te hangen. Unieker is het uitgestrekte Chinese kerkhof: een echte dodenstad te midden van een hedendaagse metropool, met straatjes en laantjes die langs indrukwekkende mausolea trekken. Vreemd genoeg beschikken veel graven over alle modern comfort: van kristallen luchters en airco tot stromend water en zelfs een toilet. If you got to go, you got to go. Nog vreemder is het noordelijke kerkhof. Hier leven duizenden armen uit pure noodzaak samen met de doden. Graven werden er omgevormd tot geïmproviseerde woningen en winkels. Je ziet er kinderen spelen en moeders hun stoofpotje koken en uit heel wat mausolea klinkt luide muziek. Wie dit kerkhof wil bezoeken doet dit uiteraard best met een lokale gids. Het is een hallucinante maar unieke kijk op de vindingrijkheid van de mens in zijn strijd om te overleven. Absoluut een bezoek waard voor wie het nodige respect kan opbrengen – een bezoek dat zonder twijfel nog lang tot nadenken zal stemmen.

Karaoke galore 

Wat Manila visueel niet in zich heeft, maakt het meer dan goed op andere vlakken. Het is een stad met een pompend hart en een speelse ziel. Als de avond valt lopen de bars en clubs vol en dompelt de Filipijnse hoofdstad zich onder in een nachtleven dat in Azië moeilijk zijn gelijke vindt. Loop om een snel idee te krijgen even een karaokebar binnen. Hier kan je aan den lijve ondervinden hoe de Filipino’s zich compleet in hun nationale sport verliezen – zo goed als elke respectabele Filipijnse familie heeft trouwens een karaokemachine aan de televisie hangen om familiefeesten op te vrolijken. Naast feesten kan je in Manila de laatste jaren ook steeds lekkerder eten, met inventieve en gedurfde restaurants die hier en daar de kop op steken om het hippere publiek aan te trekken. Manila mag dan niet de mooiste stad van Zuidoost-Azië zijn, het is wel een van de leukste.

Betoverende wereld

Mijn droombestemming is echter niet Manila maar kuststadje El Nido, op het eiland Palawan dat op een uur vliegen van de hoofdstad ligt. Eens uit m’n bescheiden propellervliegtuig gestapt kom ik in een andere wereld terecht. Weg drukte, weg lawaai, weg files. Naast de enige landingsbaan van het piepkleine vliegveld graast een buffel dommig in de schaduw van een enkele boom. Het verschil in schaal is bijna choquerend. Volgens velen is de streek rond El Nido veruit de mooiste plek van een op zich al prachtig land. Het stadje dient als uitvalsbasis om de betoverende Bacuit archipel te verkennen: een echt natuurwonder. Het is een doolhof van kleine en grote rotseilanden in de vreemdste vormen, met dramatische kliffen, dichte jungles, mangrovebossen langs de kustlijn en parelwitte, ongerepte stranden die ook nog eens zo goed als verlaten zijn. 

Je zou denken dat een tropisch paradijs van deze grootorde volledig door het massatoerisme overrompeld wordt, maar dat is verbazend genoeg niet het geval. Het centrum van El Nido zelf is gezellig druk, maar op de eilanden is het ongelofelijk rustig. Ik breng enkele dagen door in een resort op een van de eilanden met een aantal luxebungalows op palen in het water, een mooi open restaurant en een zwembad als een spiegel. Achter mijn kamer rijst een met groen overwoekerde rotswand tientallen meters de hoogte in, voor mij is er niets te zien dan de glinsterende zee. Een absoluut plaatje. Telkens ik per boot het eiland nader moet ik me inhouden om niet het deuntje van Jurassic Park te neuriën.

Finding Nemo

Het zogeheten Island hopping is de voornaamste activiteit rond El Nido. Daarvoor spring je ‘s morgens een boot op voor een tocht met stops naar keuze op en rond de verschillende eilanden. Op sommige plekken vind je verborgen lagunes die landinwaarts lopen. Je kan er tussen de steile rotswanden kajakken en achter elke bocht iets nieuws ontdekken. Op een ander eiland kan je door de zee uitgeslepen grotten verkennen, waar de zon in stralen door de gaten in het gewelf breekt en tientallen vogeltjes, die de hoge wanden als nestplaats gebruiken, kwetterend opschrikken bij het minste lawaai. Ook zonnebaden op verlaten stranden hoort er bij. Met een cocktail naar keuze in de hand dommel je in een hangmat tussen twee palmbomen in slaap terwijl de late namiddagzon een kleurenspel in gang zet dat je bijna niet voor mogelijk houdt.

Zelf geniet ik het meest van het snorkelen, een activiteit die in de hele archipel bijna nergens teleurstelt. Als iemand die zelfs op een albinoconventie de bleekste van het gezelschap is, is het strand normalerwijze niet mijn natuurlijke habitat. Zodra ik voor het eerst met een duikbril de zeebodem verken gaat er dan ook een nieuwe wereld voor me open. Op een bepaald moment stopt de kapitein van de catamaran een paar meter voor het strand van een eiland. "Neem hier maar eens een kijkje", zegt hij. Ik spring de boot af en zie onder water een metersdiepe rotswand richting kust oprijzen. De wand is begroeid met koralen waartussen honderden kleine en grotere vissen in caleidoscopische kleuren hun kostje bijeenscharrelen. Ik zie zelfs een pulserende blauwe anemoon met een kwartet feloranje clownvisjes schuilend tussen de tentakels. Je hoeft zelfs niet de boot op om vissen te spotten. Op sommige stranden kan je simpelweg de zee in lopen, je hoofd onder water steken en tientallen kleine, kleurrijke soorten rond je zien dartelen. Het hele land is trouwens een topbestemming voor duikers, met wondermooie snorkelplekken voor beginners als ik, technische duikexcursies in scheepswrakken en ontmoetingen met walvishaaien.

Diner bij kaarslicht

Mijn laatste avond in de Filipijnen breng ik dinerend door op een verder verlaten strand: kaarsen op tafel, zand tussen de tenen en een liveband die romantische klassiekers te berde brengt. Recht over me zit een door het kaarslicht tot Rembrandt omgevormde Turkse godin die ik de dag voordien leerde kennen. Haar donkere kijkers doen meer verdrinkingsgevaar vermoeden dan de zee rondom. In de Filipijnen kan je – zo blijkt nog maar eens – snel je hart verliezen. Hoewel ik slechts een fractie van het land heb gezien, ben ik verkocht. Er valt nog zoveel te ontdekken: de rijstterrassen van Ifugao, de dichte jungles en spookdiertjes van Bohol, de afgelegen Bataneseilanden waar de bevolking nog volgens eeuwenoude tradities leeft en het vulkanische berglandschap van Camiguin. En dan zijn er nog de vrolijke Filipino’s zelf – misschien wel de grootste schat van allemaal. Aan de overkant van de tafel kijkt de Turkse godin me aan over haar glas wijn. Misschien wordt dit wel de perfecte avond op de perfecte plaats op het perfecte moment, ware het niet dat even verder haar beer van een vader me vanuit het duister als een havik in de gaten houdt. Een mens kan in het leven niet alles hebben, maar soms komt het er heel dicht bij.

De Filipijnen praktisch

Goodbye vloog met Emirates via Dubai richting Manila.

Van Manila naar El Nido vlogen we met een klein, tweemotorig propellervliegtuig van Airswift. Inchecken duurde de volle vijf minuten en in de gezellige minilounge kan je van een snack en een drankje genieten terwijl je op je vliegtuig wacht. Onze boarding pass was een houten blokje waarop enkel het stoelnummer vermeld stond, een leuk detail.

Onze reporter Jonathan verbleef in het prachtige, maar prijzige Lagen Island Resort: een klein, maar tiptop luxe resort op een verder volledig verlaten tropisch eiland. Meer info op www.elnidoresorts.com/lagen-island

Wie als Belg voor minder dan 30 dagen de Filipijnen bezoekt, hoeft op voorhand geen visum aan te vragen.

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering
  • GRATIS kofferriem

abonneer