De Turkse westkust en haar verrassende achterland

Scroll naar beneden

Wie het over de populaire westkust van Turkije heeft, denkt meteen aan grote luxehotels, volgebouwde stranden, massa’s toeristen en een druk nachtleven. Dat de streek zoveel meer te bieden heeft, blijkt als je eens op verkenning gaat in het groene binnenland.

  • Karen Van Winkel
    Tekst & foto'sKaren Van Winkel

De organische Tuin van Eden

Als we Kusadasi achter ons laten en de bergen intrekken, valt meteen op hoe vruchtbaar de streek is. We zien afwisselend groene valleien vol olijfboomgaarden, hellingen met wijnranken en fruitboomgaarden met rijpe vruchten. Overal hangt de zoete geur van vijgen en de kust lijkt meteen ver weg . We passeren dorpjes waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan en waar de inwoners hun eigen teelt met veel liefde verkopen langs de weg.

We stoppen om een glaasje çay, oftewel Turkse thee, te drinken op een terras onder de bomen in Kirazli-Köy en we ontmoeten er Sedi, de burgemeester. Hij vertelt vol overgave over zijn dorp dat befaamd is voor de kersenteelt. In het voorjaar, als de bloesems rijkelijk bloeien, worden hier tal van festivals georganiseerd om de kers te eren. Helaas valt er in september geen bloesem meer te bespeuren maar niet getreurd, Sedi wil ons zijn andere grote trots laten zien. Hij teelt met groot succes 35 verschillende druivenrassen in zijn ware Tuin van Eden. Een deel van de oogst vindt zijn weg naar organische markten in de buurt of naar wijnhuizen in de vallei. Organisch is hier geen hip modewoord maar een essentieel onderdeel van de Turkse landbouw en als je weet dat 25% van de Turken landbouwers zijn, is dat een belangrijk gegeven. We proeven dan ook lustig van zowat elke soort maar kunnen ook niet weerstaan aan de andere vruchten die Sedi hier kweekt. De granaatappels barsten letterlijk open aan de boom, de kweeperen smeken om in jam omgetoverd te worden en de pruimen smaken heerlijk zoet. Sedi vult nog snel een emmer rijp fruit en duwt die in onze handen, vitaminen verzekerd voor de rest van de trip!

Bayrami, het offerfeest

Terug in het dorp is het een drukte van jewelste, we treffen de bewoners tijdens hun Bayrami, het belangrijkste religieuze feest van het jaar. Hier in de streek duurt het vier volle dagen en alles staat in het teken van dankbaarheid, samenhorigheid en solidariteit. 

Het verhaal in de Koran gaat over Allah die aan Ibrahim vraagt om zijn zoon Ismaël te offeren om zijn trouw en geloof te bewijzen. Op het moment dat Ibrahim zijn zoon met een mes wil doden, verschijnt er een engel die verkondigt dat een ram de plaats van Ismaël mag innemen.

In Turkije wordt tegenwoordig vaak geld gedoneerd aan een goed doel in plaats van een schaap groot te brengen en te slachten, maar hier op het platteland zijn tradities iets om in ere te houden. We zien overal kinderen in chique kleren met zakjes geld en snoep rondlopen, zo worden ze wat omgekocht om extra flink te zijn.  Familieleden die zijn verhuisd, of kinderen die elders studeren… tijdens Bayrami komt iedereen samen in het geboortedorp van de vader. We botsen op geiten en schapen die klaar staan om geslacht te worden en lopen een tuin in waar een schaap net wordt gevild. Eerst wat onwennig en bedeesd maar het blijkt een veel minder bloederig tafereel dan verwacht. Tegen een fotogenieke achtergrond van wijnranken staat de gehele familie te helpen om het beest te slachten en te verdelen. Want daar draait Bayrami om, de opbrengst verdelen onder het eigen gezin, de buren en de armen van het dorp. 

Overal ruik je de geur van houtvuren die worden aangestoken en waarop het vlees meteen wordt gegrild, veelal de taak van de moeder. We voelen ons heel erg welkom als we her en der mogen proeven en bij een andere familie Turkse koffie en baklava gepresenteerd krijgen. Wat een feest, wat een gastvrijheid.

De Turkse gastronomie, een keuken vol smaak

Ik moet eerlijk toegeven dat ik weinig notie had van de Turkse keuken. Ik kende baklava, Turks fruit en Döner kebab en daar hield het zowat op. De Turkse keuken ontdekken in al zijn geuren en kleuren is een echte openbaring en met honger van tafel gaan blijkt al snel onmogelijk. Eigenlijk kan je hier overal goed eten, zelfs het meest simpele restaurantje in het kleinste dorpje serveert je gegarandeerd een bord vol verse groenten, vlees van eigen kweek of zelfgevangen vis.

De gastronomie in deze regio heeft veel behouden van zijn Ottomaanse roots. Die was indertijd zo geavanceerd dat ze maar weinig buitenlandse invloeden kende en dus puur bleef. Typisch is dat er niet te pittig wordt gekruid, ze met veel groenten en vis werken en olijfolie populair is.

Interessant om te bezoeken is het olijfoliemuseum op 20 minuutjes rijden van Kusadasi. Er wordt duidelijk uitgelegd hoe olijven hier al eeuwenlang geteeld en gebruikt worden in voeding, verlichting (olielampen) en voor schoonheidsrituelen. De olijfolie die je hier koopt, is nog volgens de 2500 jaar oude stone crash-dry press methode geoogst. In het nabijgelegen restaurant eet je voortreffelijk, alles van eigen bodem of kweek en organisch natuurlijk. Probeer eens een versgeperst sapje van zwarte moerbei, apart en tjokvol anti-oxidanten!

Verser-dan-verse vis moet je gaan proeven in het Nationaal Park Millipark, aan een doodlopende weg tussen de locals in het Karina restaurant. De vis op je bord wordt gevangen door plaatselijke vissers en wat smaakt er lekkerder dan die te verorberen met je voetjes in het zand? Weinig, dat kan ik je verzekeren! Alhoewel de calamari ook ongeëvenaard lekker waren en de mezze een absolute must. Een lokaal biertje erbij en het werd stil aan tafel.

Alcohol is hier overal vrij te verkrijgen, in tegenstelling tot andere regio’s in Turkije,  maar wijn is een redelijk nieuw fenomeen. De lokale wijnen die we drinken, zijn nu niet meteen om over naar huis te schrijven maar enkele dappere Turken wagen zich aan gevorderde wijnbouw. Een bezoek aan The Seven Sages Winery, in de heuvels rond Kusadasi, leert dat het bepaald niet evident is om hier druiven in wijn om te toveren. De regering legt allerlei regeltjes op en heft de vreemdste taxen om wijnbouw te ontmoedigen, maar sommigen zetten koppig hun strijd voort. In dit wijnhuis verkiezen ze met een opbrengst van 30.000 flessen per jaar kwaliteit boven kwantiteit. Ze importeerden Franse wijnstokken die het prima doen in de kiezelachtige ondergrond. Ze noemen hun creaties naar 7 filosofen en bieden 1 witte wijn, 1 rosé en 5 rode wijnen aan. Ze smaken voortreffelijk en kunnen gerust concurreren met onze Europese wijnen. Met hun Bias 2011, een blend van cabernet sauvignon, shiraz en merlot, wonnen ze een gouden medaille op het concours Vinalies Internationales in 2014. 

Als je interesse eerder uitgaat naar fruitwijnen, dan moet je zeker Sirince bezoeken. De weg ernaartoe slingert door dalen en valleien vol wijngaarden en fruitbomen en het dorp is schitterend gelegen tegen een bergflank. Het is er meestal over de koppen lopen maar toch hangt hier een authentieke sfeer. Je kan er heerlijk lunchen of dineren in het Artemis restaurant met zijn prachtige binnentuin en zicht op de weelderige flanken. De wijnen waar dit dorp zo gekend voor is, kan je overal proeven en in de winkeltjes die de straten omzomen kan je leuke hebbedingen scoren. Sirince betekent letterlijk “mooi” in het Turks en dat is het minste wat je van dit vruchtbare dorp kan zeggen!

Efeze, een absolute must

Met duizenden archeologische sites verspreid over het land is Turkije een echte schatkamer voor geschiedenisliefhebbers. Efeze is daar een schitterend voorbeeld van: Grieken, Romeinen, Egyptenaren, Joden… ze leefden hier allemaal op één of ander tijdstip in een ver verleden. John Turtle Wood ontdekte de site in 1826 en naar het schijnt is slecht 10 tot 15% opgegraven… er valt dus nog veel te ontdekken!

Unesco voegde Efeze in juni van dit jaar toe aan haar werelderfgoedlijst, wat rijkelijk laat is voor dit mooie stuk wereldgeschiedenis dat beter bewaard is gebleven dan het oude Rome!

Efeze bezoeken is als reizen in de tijd. Je kan je heel erg goed voorstellen hoe het leven er hier uitzag zo’n dikke 2000 jaar geleden in de gloriedagen van de Griekse en Romeinse tijd. Het was een stad die qua pracht en praal, kunst en cultuur, een voorbeeld stelde voor alle andere steden uit die tijd. Indertijd aan de kust gelegen, was het een hele belangrijke havenstad die een vruchtbare vallei controleerde op de route naar het westen, waardoor ze een echt kruispunt vormde tussen beschavingen uit oost en west.  De brede marmeren straten, de imposante gebouwen, de vergaderzalen, het theater, de fonteinen, de terracotta waterleidingen  en de openbare toiletten met stromend water… het zijn allemaal bewijzen van een machtige stad. Het meest indrukwekkend is de Bibliotheek van Celsus, met zijn prachtig gerestaureerde gevel. 

De gids vertelt ons hoe de leeszaal indertijd bekleed was met marmer en dat men twee buitenmuren bouwde met een opening ertussen. Zo kreeg de wind vrij spel en ontstond er een soort ventilatie om de 12.000 perkamentrollen in de nissen te beschermen tegen vocht. De details in de gevel zijn heel goed bewaard gebleven maar helaas hebben een aardbeving en een zware brand de complete inhoud van de bibliotheek verwoest en is er van de perkamenten rollen niets bewaard gebleven. Een goede gids is goud waard en hij wijst je op allerlei symbolen die je anders over het hoofd zou zien, zoals Joodse kandelaars, dokterssymbolen, een bordspel uitgehouwen in marmer… Een leuk wist-je-datje is dat sportmerk Nike hier de inspiratie haalde voor haar logo en bedrijfsnaam. Het prachtige bas-reliëf van de Godin van de Overwinning, Nike, verbergt het logo van het merk in haar golvende kleed. 

Het grote theater dat plaats bood aan meer dan 25.000 toeschouwers is impressionant en deed dienst als concertzaal en theater maar er werd ook genoten van brood en spelen. Bij het verlaten van Efeze, passeer je de obligate toeristenwinkeltjes met prullaria maar zoek liever naar de oude man die vijgen uit eigen tuin verkoopt of naar de man die verse sapjes perst van appelsienen en granaatappels… overheerlijk na de hitte in Efeze!

The House of Virgin Mary

Een paar kilometer verder, ontdekken we nog een boeiende mix van culturen. The House of Virgin Mary is een katholiek én islamitisch heiligdom en alleen daarom al de moeite waard. Moslims zien Jezus als een uit de maagd Maria geboren profeet en dat is de reden waarom ze in de Islam ook wordt gerespecteerd en vereerd.

Volgens de overlevering zou Maria hier gewoond hebben na de kruisiging van Jezus. Het huisje werd in de 19de eeuw heropgebouwd naar een beschrijving van een Duitse non die in een visioen het sterfhuis van Maria had gezien. Verschillende pausen vereerden de plek met een bezoek maar deden nooit uitspraak over het waarheidsgehalte van de overlevering. Desondanks is het een echt bedevaartsoord en lokt het soms meer bezoekers dan Efeze!  

Het huisje is wat onooglijk maar de omgeving is prachtig en de mengelmoes van bezoekers van over de hele wereld is inspirerend. Ze drinken van de heilige bronnen, steken kaarsjes aan en schrijven hun wensen en gebeden neer op alles wat daarvoor kan dienen.  Het is een fascinerend schouwspel om te zien hoe mensen met verschillende achtergronden naast elkaar wensen toevoegen aan de reeds overvolle muur. 

Priëne, een mythische plek

Dit is zeker niet de best bewaarde stad maar toch een aanrader omwille van zijn unieke ligging tegen het Mykale gebergte, zijn vooruitstrevende stadsplanning en de rust. De straten liggen er loodrecht op elkaar wat voor die tijd ongezien was! 

De klim naar boven vergt enige inspanning en goede schoenen maar het uitzicht is adembenemend mooi. Je kan er het theater met de in marmer uitgehouwen vip-stoelen bewonderen, over de agora wandelen om uiteindelijk de tempel van Athena te aanschouwen. Het is een klassiek voorbeeld van de Anatolische-Ionische architectuur en ze werd gebouwd om de godin Athena te eren. Een aardbeving vernielde de tempel en ontelbare, massieve brokstukken liggen over een grote oppervlakte verspreid. Vijf zuilen heeft men terug rechtgezet en ze staan te pronken tegen de dramatische achtergrond van het Mykale gebergte. Deze plek heeft een mytische uitstraling dankzij de chaos en de brokstukken, waardoor je je een klein beetje archeoloog waant en de site in gedachten terug bij elkaar puzzelt.

Turkije heeft mijn hart gestolen en heeft verrassend veel te bieden, zelfs voor de verwende reiziger. Neem dus zeker de moeite om je all-in hotel eens te verlaten en op ontdekking te gaan in het binnenland… je zal verbluft staan over zoveel rijkdom.

Praktisch

Goodbye vloog met Turkish Airlines naar Istanbul en vervolgens naar Izmir. Meer informatie en prijzen op www.turkishairlines.com.

Onze reporter verbleef in het vijfsterrenhotel Korumar De Luxe in Kusadasi. Het resort ligt net buiten de stad met een adembenemend zicht op de zee. Korumar De Luxe zit in het aanbod van Thomas Cook, Sunweb, Jetair, Sunjets, Corendon, ... kortom bij haast elke reisaanbieder.

Aan de meeste hotels kan je officiële taxi’s nemen die rijden aan een vast tarief. Zo betaalden wij voor een transfer naar het oude centrum slechts € 5.

Je reist naar Turkije met je identiteitskaart en een electronisch visum dat je vooraf kan aanvragen via www.evisa.gov.tr.

Ideale reistijd is van april tot oktober. In de zomer moet je rekening houden met temperaturen boven de 30 graden.

Een actueel reisadvies kan je raadplegen via www.diplomatie.be.

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer