Interview: Britt Van Marsenille vertelt hoe reizen een 'way of life' is

Scroll naar beneden

Je hebt mensen die graag reizen, je hebt mensen die heel graag reizen en je hebt Britt van Marsenille, voor wie reizen niet alleen een ‘way of life’ is maar het leven ‘tout court’. Zo antwoordt ze ook op onze aanvraag voor dit interview: “reizen is leven, dus heel graag!” Voor de locatie stuurt ze ons twee voorstellen door, een hippe koffiebar en het Oud Arsenaal, een café waarvoor het epitheton ‘bruine kroeg’ lijkt te zijn uitgevonden. We laten haar kiezen en zo zitten we op een prille pré-lentedag een lekker ouderwetse filterkoffie te drinken in café ’t Oud Arsenaal. Radio Minerva op de achtergrond en wc-bordjes van over heel de wereld op de deur naar de toiletten.

  • François  Cauliez
    TekstFrançois Cauliez
  • Marc Wallican
    Foto'sMarc Wallican

Geen onrust

Een beetje research had ons al geleerd dat Britt niet van het honkvaste type is. In de loop van het gesprek verwoordt ze het zo: “Ik had eigenlijk diplomatie moeten studeren, niet dat ik daar goed in zou zijn, maar gewoon het idee dat je om de drie-vier jaar op andere plekken kunt wonen. Dat zou ik fantastisch vinden.” Geen nood aan honkvastheid dan, opperen we: “nee, eigenlijk niet. Ik word daar heel vaak op aangesproken, zo van ‘amai, je bent dan zo onrustig’. Maar dat heeft niets met onrust te maken. Ik vind het net heel boeiend. Ik ben de tel kwijt, maar ik denk dat ik ondertussen al twintig keer verhuisd ben. Ik heb nog nooit langer dan twee jaar op een plek gewoond. Dat is geen onrust. Ik vind die manier van leven gewoon ook leuk. Ik ervaar dat helemaal niet als iets negatiefs, alsof je honkvast moet zijn. Ik ben niet verankerd aan België, of Antwerpen, helemaal niet. Ik woon hier graag maar ik weet absoluut niet waar ik over twee jaar zal wonen.”

“Ik heb nog nooit langer dan twee jaar op een plek gewoond. Dat is geen onrust. Ik vind die manier van leven gewoon ook leuk.”

Geen nieuws, goed nieuws

Het blijft vreemd dat iemand voor wie een eigen huis niet het allerhoogste goed is, zich bijna moet verontschuldigen, beamen we allebei. Waarop wij wilden weten waar die reishonger vandaan komt. Britt: “Als kind gingen we met het gezin naar Frankrijk. Dat hebben wij heel veel gedaan, met de auto op weg zoals heel veel Vlaamse gezinnen. Ik herinner me ook mijn reizen met m’n mama alleen, naar Friesland. Onlangs was ik er opnieuw en dat was meteen nostalgie. Nostalgie voelen kan heel aangenaam zijn.”

Haar ouders moeten duidelijk gemerkt hebben dat Britt niet tegen te houden was. En dat beseft ze zelf ook: “Als ik daar nu op terugkijk, is het eigenlijk wel straf wat ik allemaal mocht van mijn ouders. Toen ik dertien was, ben ik bijna twee maanden in Amerika geweest omdat ik daar een vriendinnetje had. Onder begeleiding van een hostess, die een oogje in het zeil houdt, stapte ik dus dat vliegtuig op. En ik was maar dertien! Op mijn zestiende ben ik naar India geweest met een vriend. Dat zijn de reizen die heel veel hebben betekend voor mij, en nog altijd. Je bent heel jong en je doet al die indrukken op. Als ik daar nu op terugkijk – wat ik allemaal mocht van mijn ouders op zo’n jonge leeftijd: dat zijn cadeaus, hé. Je moet weten dat ik van het type ben dat als ik daar ben, dan ben ik ook daar. De gsm bestond toen nog niet. Voor mijn moeder was dat ‘geen nieuws, goed nieuws’. Ze wist natuurlijk wel wanneer ik terugkwam en zij kwam me dan ophalen op de luchthaven met de gedachte ‘ik hoop dat ze uitstapt’. Wat natuurlijk ook wel het geval was. Ik ben een verantwoordelijk meisje (lacht). Maar ik ben mijn ouders daar heel erg dankbaar voor, dat ik op zo jonge leeftijd zoveel vrijheid heb gekregen. Nu, ik denk dat de tijden ook anders waren.”

 

Een stresske

Hoe reist iemand die zo graag reist, welk type reiziger is ze met andere woorden? “De ongeorganiseerde,” zegt ze half verontschuldigend, half lachend. “In mijn vorige job ontwierp ik kleren en moest ik veel reizen. Ik weet nog dat ik halsoverkop alleen naar Shanghai moest en dat ik op de luchthaven plots dacht ‘oei ja, met wat betalen ze hier nu weer?’. Ja, zo’n reiziger ben ik dus. Wat ik wel altijd doe, is de eerste nacht vastleggen. Da’s fijn voor de gemoedsrust, zodat je gewoon rustig naar je bestemming kunt. Maar daarna… heb ik nog nooit iets gepland. Je vindt altijd wel een plek om te slapen. Je praat met mensen en je komt vanzelf wel op leuke plekken terecht. Desnoods zoek je zelf iets op, want het is allemaal ook zo gemakkelijk geworden. Je moet je gsm maar opendoen en de wereld ligt aan je voeten.”

Wie niets plant, kan niet ontgoocheld worden, maar loopt misschien wel het risico om vaker negatieve ervaringen op te doen. Maar zelfs dat schrikt haar niet af. “Soms heb je wel eens een stresske,” lacht ze, “als je nog geen plek gevonden hebt om te slapen. Maar de wereld is groot wat dat betreft. Je vindt dus wel iets en je komt daardoor ook op niet voor de hand liggende plekken. Marokko is bijvoorbeeld een fantastisch land om te reizen. Je huurt een auto en je trekt het Atlasgebergte in. Da’s heel desolaat en heel basic en als het dan valavond begint te worden en er is niet direct een dorp in de buurt, dan denk je wel ‘hier moet ik niet alleen blijven’. Op zo’n momenten kan je wel eens wat stress voelen. Maar dan ineens rijst daar een dorp op, waar de mannelijke plaatselijke bevolking naar een soort van ‘Thuis’ aan het kijken is in een zaaltje. Zij hebben dan wel wat kamers boven, waar de tapis plein overgaat in de muren en het plafond, waar ook geen warm water is en waar ik dan al m’n kleren heb aangedaan om het een beetje warm te krijgen. Ik kan daar van genieten. En dan kom je nadien thuis en kan je met het grootste gemak het bad laten vollopen met warm water en veel schuim. Pure luxe.”

“Ik weet nog dat ik alleen naar Shanghai moest en dat ik op de luchthaven plots dacht ‘oei ja, met wat betalen ze hier nu weer?’”

Samen in de kou

De geneugtes van het alleen reizen zijn haar niet vreemd, al is het intussen wel een tijdje geleden dat ze het deed. “Omdat ik een fantastisch lief heb en hij even graag reist als ik,” vertrouwt ze ons toe, “maar vroeger heb ik dat wel gedaan. Op een gegeven moment was ik het wel beu. En dan kom je er toch achter dat het geluk ook wel in het delen zit. Het is een cliché, maar het is wel waar. En dan is het leuker om samen in de koude kamer in Marokko te liggen dan alleen. Ik ben dus heel blij dat ik het gedaan heb, ook al heb het niet gedaan met de gedachte van ‘ik moet dat kunnen’. Want die mentaliteit heerst soms wel, zo van ‘dan kom je jezelf tegen’. Ik ben mezelf daarin nog nooit tegengekomen. Ik beleef en geniet.”

“Al heeft het ook wel iets,” mijmert ze verder. “Ik vind dat iedereen – of je nu een gezin hebt of niet – verplicht zou moeten worden om één keer om de drie of vijf jaar alleen weg te gaan. Dat doet een mens goed. Al is het dan maar een weekendje Parijs, dat maakt niet uit. Je staat veel meer open om met andere mensen te babbelen. Alhoewel ik ook best wel asociaal ben op mijn reizen, hoor (lacht).”

Wacko Japan

Tijd voor de favorieten. Welke landen hebben het meest indruk op haar gemaakt. “Ik hou erg veel van Japan,” vertelt Britt. “Ik was er voor het eerst voor het werk en intussen trok ik er al vier keer naartoe, ook gewoon voor vakantie. Japan is fantastisch! Ik word er aangetrokken omdat alles er zo anders is, dat is echt wacko. Het is een land van tegengestelden. De Japanners verafgoden de natuur: als de hortensia’s bij die tempel in bloei staan, dan staan ze allemaal duizend-en-een selfies te trekken met een hortensia. Maar anderzijds jagen ze wel op walvissen en haaien. Of je ziet er dierenwinkels waarvan je denkt ‘dat zou bij ons al lang niet meer mogen’. Ze zijn heel beleefd en rustig maar in elke straat vind je een lunapark waar ze zich als zotten kapot tikken op van die gokmachines. Ze zijn heel bedeesd maar na tien uur zijn ze lazarus. Het is dus een land van contrasten en dat is zo schoon, als toerist welteverstaan. Om er te wonen is het een ander verhaal. Het is leuk om er even van te kunnen proeven en ondergedompeld te worden. Je verstaat ook niets. Lost in translation, maar eigenlijk valt het wel mee. Japan is niet moeilijk om te reizen. Iedereen denkt dat wel, maar het is helemaal niet zo. Je vindt er makkelijk je weg. Nu, toen we in volle ochtendspits zo’n bullet train zouden nemen om naar Kyoto te gaan, ben ik wel de avond ervoor als eens gaan kijken hoe ik moest lopen om de metro te nemen. Anders lukt het niet, vrees ik, dan word je vertrappeld.”

Schoon Panama

Wanneer we haar vragen of ze nog topbestemmingen heeft, hoeft ze niet lang na te denken: “Panama,” zegt ze nog half nagenietend. “Ik ben er onlangs een maand geweest, héérlijk.” Niet meteen de meest voor de hand liggende bestemming, vinden we. “Nee en dat merk je heel erg”, moet ze bekennen. “Mijn lief is een halve Panamees, dus hij heeft er veel familie wonen. Panama was heel tof en zo anders. Alles is daar luid en veel en muziek en praten en drinken en eten, altijd, overal, constant. Dat is een tikkeltje anders dan bij ons. Ze lopen daar elkaars deur plat, er is eigenlijk zelfs geen deur. Dat was even wennen en eigenlijk heel aangenaam. Want dan kom je terug en dan bedenk je dat wij zo op onszelf leven en hoe jammer dat dat is. Ik vond Panama heerlijk, maar je moet wel weten waar je moet zijn en ik had natuurlijk de beste gids die je je maar kunt indenken. Als je niet weet welke plekken je moet bezoeken, dan denk ik dat Panama moeilijker reizen is dan Japan. Eenmaal je de juiste plekjes gevonden hebt, is het fantastisch. Wij hadden telkens het strand voor ons alleen. Je hebt een paar toeristische plekken, maar dan nog is dat zoals een verlaten Oostende bij ons. Panama is echt de moeite. Het is een bom aan natuur. Misschien moet ik eens een reisgids maken (lacht). Costa Rica, Colombia, dat kent iedereen, maar Panama valt er zowat tussenuit. Zonde.”

“Volgens mij is reizen het enige wat je meer oplevert dan dat je erin investeert.”

Bijtjes in Tokyo

We dachten hiermee de perfecte afsluiter te hebben voor ons – jawel – verrijkende gesprek. Maar tijdens de fotoshoot in de Antwerpse plantentuin, komt het gesprek als bij toeval op één van haar grote passies: bijen. Britt: “Waar ik ook naartoe ga, ik zoek altijd een lokale imker op. In het midden van Tokyo ben ik een imker gaan bezoeken. En dan sta je op het dak op een zeer hoog gebouw in hartje Tokyo, waar de bijenkasten staan, te praten met die imker en zijn bijtjes te bekijken. In Panama heb ik dat ook gedaan omdat ik heel geïnteresseerd ben in die killer bees. Ik wou weten hoe ze daar mee werken en of hun inheemse bijen dan wel sterk genoeg zijn.” Hoe vind je een imker in hartje Tokyo, willen we nog weten? “Via-via, of in een winkeltje dat honing verkoopt. Dan vraag ik vanwaar dat komt en zo wijzen mensen je de weg. Ik probeer dat altijd te doen omdat het én leuk is om te zien hoe imkers werken in de wereld én omdat je dan direct de echte couleur locale proeft. Het is best wel surrealistisch om in het centrum van Tokyo de bijen en de kasten te zien.” Of er dan overal ter wereld bijen gekweekt worden? “Ja, hoe goed is dat? Er zijn er te weinig, maar gelukkig is er een jonge garde die het weer oppikt. Urban bee keeping is hip. Je vindt ze op de daken in alle grootsteden: Parijs, Londen…” Plaatsen genoeg dus voor Britt om zicht uit te leven met haar twee grote passies, reizen en bijen. 

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord