Interview: Kristien Hemmerechts over de vrijheid van reizen

Scroll naar beneden

Schrijfster Kristien Hemmerechts is vooral gekend voor haar romans, essays en columns. En voor haar reisverhalen, die zowel in kranten als in boekvorm verschenen. Op het achterplat van V. Notities bij een reis naar Vietnam lezen we dat de auteur “ook beseft dat ze niet ontsnapt aan de ‘condition touristique’ : de tegenstrijdige hunker naar avontuur én geborgenheid, naar het exotische én het vertrouwde.” Dat maakte ons nog nieuwsgieriger naar de globetrotter in de auteur.

  • François  Cauliez
    TekstFrançois Cauliez
  • Marc Wallican
    Foto'sMarc Wallican

Plaats van afspraak is het Red Star Line Museum in Antwerpen. Hier vertrokken vanaf 1800 miljoenen Europeanen richting nieuwe wereld, hun hele leven gepakt in enkele koffers. Wanneer wij op de recordknop van onze dictafoon drukken, beseffen we nog niet welke (nieuwe) werelden wij te zien zullen krijgen. Een reis rond de wereld in zo goed als nul vragen. Een intercontinentale stream of consciousness waarbij vragensteller en fotograaf aan de lippen van de auteur hangen.

Reizende Hollanders

We beginnen het gesprek met de vaststelling dat ze best wel al veel gereisd heeft. “Dat klopt”, bekent Kristien. “Al is dat ook relatief. De laatste jaren zijn we een paar keer op reis gegaan met een Nederlandse fotograaf. Die man maakt drie grote reizen op een jaar. We zijn ook een paar keer met Koning Aap op reis gegaan en in de groep zaten dan hoofdzakelijk Nederlanders. Op zo’n momenten merk je dat Nederlanders nog veel meer reizen dan wij. Ik denk ook dat de Nederlanders in hun budgetbeheer een grotere hap van hun budget voor reizen voorzien. Die ene man leeft supersober, woont heel klein, geeft niet veel uit aan andere zaken, maar de centen die hij heeft, gebruikt hij om te reizen. Bij ons heb je dat minder, die gedrevenheid om te reizen. Het is een beetje verleidelijk om daar een historische uitleg aan te geven: in de 17e eeuw waren zij al de wereld aan het verkennen en wij niet.”

Terwijl we van onze koffie nippen, probeert de schrijfster haar reiservaringen chronologisch te ordenen. Beginnen doen we dus bij de kindertijd. “Ik heb altijd al iets met reizen gehad,” vertelt ze. “Heel vroeg al was dat iets wat mij fascineerde. Ik herinner me zelfs dat ik, toen ik 15-16 was, samen met een vriendin naar de Grote Markt in Brussel fietste en zat te kijken naar de trekkers. Het was de tijd van de hippies met de rugzakken en ik zat jaloers te kijken naar die mensen. Af en toe spraken wij Engels onder elkaar om te doen alsof wij ook trekkers waren (lacht). Ik merk ook dat mijn man nu, Bart (nvdr, Bart Castelein, bezieler van het ecologisch-toeristische project De Boot vzw in de Westhoek – www.deboot.be), ook iemand is die veel gereisd heeft en voor wie dat eigenlijk ook altijd een prioriteit is.”

Nationale 7

In het gezin Hemmerechts was het de moeder die het heft in handen nam om een stukje van de wereld te zien. “Helemaal in het begin gingen wij naar De Haan aan zee, in zo’n huis van de mutualiteiten denk ik. Maar m’n moeder was het slechte weer beu en toen zijn we ook naar het buitenland beginnen gaan. Na Lugano en Zwitserland, gingen we naar Spanje met de auto. Nu lijk ik echt wel ‘oma die spreekt’, maar toen was de autoweg nog niet aangelegd en was je drie dagen onderweg. We namen de Nationale 7 langs al die Franse steden. Overnachten deden we in jeugdherbergen. Ik herinner me ook nog de achterbank van de auto. Die was in plastic met van die gaatjes in en als de auto lang in de zon had gestaan, plakten je billen daaraan. Er waren de gevechten met drie op de achterbank, er was nog geen airco en ik was altijd degene die wagenziek werd. Ze moesten dus telkens stoppen voor mij. Zo maakte ik me zeer populair natuurlijk (lacht).”

Na de eerste vliegtuigreis (met school naar Griekenland) en de intrede van de kampeertent in het gezin Hemmerechts (na voor een gesloten deur van de jeugdherberg gestaan te hebben), komen we bij de eerste grote reisavonturen van de jongvolwassen Kristien terecht.

Herkend in Parijs

“Mijn eerste reis was met Steve, mijn eerste echtgenoot, in 1978. In die tijd werd er nog heel veel gelift en dat deden wij dus ook. Voor mij was het een vuurdoop. We zijn toen tot in Valencia geraakt. Het moet in april geweest zijn en ik herinner me dat ik toen erg koud gehad heb. Steve vond ook dat we niet aan mensen mochten gaan vragen of ze ons wilden meenemen, maar dat heb ik toch gedaan. Op de terugreis herinner ik me dat we in Parijs stonden te liften aan de juiste poort richting Brussel. We hadden nog tien Franse frank. Plots stopte er een vrachtwagen en die man zegt ‘jij bent de dochter van Karel Hemmerechts’. Die had met mijn vader in het eerste studiejaar gezeten, maar dat was zo bevreemdend. Ik lijk wel fysiek op mijn vader, maar toch. Nadat hij ons meegenomen had naar een restaurant en voor alles betaald had, heeft hij ons voor de deur van mijn ouders afgezet. Mijn ouders waren zelf op vakantie, maar ik had wel de sleutel. Mijn moeder had 1000 frank op tafel gelegd met een briefje: ‘die zal je wel nodig hebben’. Dat zijn van die dingen die je nooit vergeet.”

Verloren vrijheid

Wegdromend en mijmerend over een vervlogen jeugd, nemen we vervolgens de mythische Magic Bus, die van Londen via Amsterdam tot in Katmandoe reed. “Ik ben zelf nooit tot in Katmandoe geraakt met die Magic Bus, die bijzonder populair was bij de hippies op zoek naar hasj. Wij zijn meegegaan tot in Athene. Je moet weten dat die bus ook niet stopte, er waren twee chauffeurs die elkaar aflosten. Ik weet nog dat ik een blaasontsteking had, ik had zoveel pijn, maar die bus bleef maar rijden. Vanuit Athene zijn we dan al liftend teruggekeerd. Ik denk dikwijls dat dat soort van vrijheid niet meer bestaat. Echt waar, wij sliepen dikwijls buiten. Er waren veel jonge gasten die dat deden en onder lifters was er automatisch een soort solidariteit. We gaven elkaar tips door. Vandaag is er veel meer angst. Onze ouders wisten totaal niet waar wij zaten. We konden geen sms’en of mails sturen.”

Dat betekent echter niet dat er helemaal niet gecommuniceerd werd. “Met Steve heb ik ook zes maanden door Zuid-Amerika rondgetrokken. Het was de tijd van de American Express. Ik gaf dus door wanneer we waar ongeveer zouden zijn en dan schreven mensen brieven die toekwamen op dat American Express kantoor. Dat was toch ongelofelijk. Als ik nu in een vliegtuig zit en ik zie iedereen tot op het laatste moment op zijn smartphone bezig, dan denk ik ‘jongens toch’… Als je vroeger weg was, dan was je ook weg. Ik weet nog dat ik op kerstavond heb proberen te bellen vanuit Guatemala, maar ik weet niet of ik er toen door ben geraakt. Soms vraag ik me af of onze ouders ongerust waren.”

Toeren met tandem

Na het overlijden van haar tweede echtgenoot, dichter Herman de Coninck, leerde Kristien Hemmerechts in 1999 Bart Castelein kennen. Een bedreven reiziger die haar een nieuwe manier van reizen leerde kennen. “Bart heeft altijd veel gereisd met de fiets. Hij heeft in Iran en Irak gezeten, in Turkije, Cyprus, Kenia, Zuid-Afrika… Toen we elkaar leerden kennen, was het dus duidelijk dat de fiets bij de vakanties zou horen. Maar Bart is jonger en sterker dan ik en dus kozen we voor de tandem.”

Na een eerder ontgoochelende ervaring in Cuba, had de schrijfster evenwel de smaak te pakken en volgden nog heel wat tandemavonturen. Een avontuur dat doorgaans al begint op de luchthaven van vertrek – tandem mag niet mee – of de luchthaven van aankomst – tandem is niet mee. Enige plantrekkerij is dus een must. “De laatste keer dat we met de tandem getoerd hebben, was heel leuk. We hebben een trail langs de Saint-Lawrence rivier in Canada afgefietst. Zeer aan te bevelen voor mensen die graag fietsen want Canada is zeer fietsvriendelijk. Je kunt daar zelfs met je fiets de hotelkamer binnen. En ze hebben een trail aangelegd van Toronto tot in Québec, langs het water. Je kan dan met de trein terugkeren. Zeer verrassend.”

Broers in Afrika

Eerder in het gesprek had Kristien het over ongeruste ouders. Maar is ze zelf nooit bang geweest tijdens haar reizen, wilden we weten. “In Kameroen zaten we ooit eens in een raar hotel, ergens in een bled. Plots kwamen er mensen op onze deur bonken en roepen. Ik zou doodgaan van de schrik als Bart niet bij me was, maar hij blijft daar zo rustig onder en dan denk ik ‘oké, niets aan de hand’.

In Afrika proberen ze wel dikwijls te zeggen dat je met iets niet in orde bent. Zo zeiden ze in Kameroen dat we onze fiets niet terug mochten meenemen omdat er van alles niet in orde was. We moesten in zo’n klein kotje gaan praten met le chef. In zo’n geval zegt Bart dan tegen mij  ‘speel maar uw komedie’. En dan ga ik erop af en zeg ik (schakelt over op enthousiast Frans): ‘Mais bonjour, bonnes fêtes, mais comme vous avez un beau pays…’ En dan begin ik een heel verhaal over hoe schoon Kameroen wel is: ‘les gens sont tellement gentils, et on a vu ça, est-ce que vous connaissez? On a rencontré madame Céline, vous connaissez Madame Céline?’ Alsof ze madame Céline zouden kennen. In Afrika moet je babbelen, je moet vriendelijk zijn, je niet defensief opstellen. En de zaak met de fiets was meteen in orde (lacht).

Als ze aan een controlepost moeilijk doen, dan begin ik ook zo’n verhaal. ‘Aaah, mais le papa de mon mari c’est aussi un policier, mais vous êtes des frères.’ In Afrika moet je het altijd over des frères hebben. Dat heb ik ook geleerd: in Afrika moet je nooit zeggen dat je een toerist bent. ‘On est ici pour visiter nos frères, on a nos frères à Conakry. Vous connaissez…’ en dan noem ik de man van de vrouw van onze B&B. ‘Vous êtes des frères…’ en dan is het goed. In Afrika begrijpen ze niet dat je daar bent en daar niemand kent. Maar dat je daar bent ‘pour visiter les frères, les sœurs’, dat begrijpen ze. Je mag geen angst tonen. Er zijn zoveel blanken die, als ze naar Afrika gaan, zich impliciet superieur voelen. Echt respect houdt in dat je iemand als je gelijke behandelt. Het is in Afrika ongelofelijk belangrijk dat je tijd maakt om een praatje te slaan, om elkaar te leren kennen, om telefoonnummers uit te wisselen. Je moet echt de andere als mens erkennen. Voor mij is dat zo cruciaal. Ik herinner me dat we in Madagaskar na een bijzonder zware dag toekwamen in zo’n fluthotelletje en die mevrouw zei ‘vous êtes fatiguée madame’, en ik antwoordde ‘oui, je suis fatiguée’. Ik dacht, dat is zo van mens tot mens. En dan valt het verschil in cultuur en achtergrond weg. Ik denk dat dat de sleutel is.”

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord