Onbekend en onbemind Bakoe

Scroll naar beneden

De hoofdstad van Azerbeidzjan doet bij weinigen een belletje rinkelen. Of het is bij fans van het Eurovisiesongfestival en Formule 1. De beide disciplines liggen mijlenver van elkaar, maar Bakoe wist zich op die manier toch wat te profileren bij miljoenen tv-kijkers. Niettemin staat toerisme nog in de kinderschoenen hier en dat maakt van Bakoe, en bij uitbreiding het hele land, een ondergewaardeerde bestemming.

  • Goodbye redactie
    Tekst & foto'sGoodbye redactie

Bling bling

Meer dan 150 jaar geleden werd hier voor het eerst op industriële schaal naar olie geboord. Een wereldwijde primeur die ervoor zorgde dat de olievelden in en rond Bakoe haast de hele wereld bevoorraden. Voorspoed, grof geld en bling bling. Het roemrijke verleden als welstellende olieproducent is bijzonder goed zichtbaar in de stad. Al van bij aankomst in de luchthaven is duidelijk dat die rijkdom graag geëtaleerd wordt, vooral dan in de vorm van goud en marmer, liefst in uitgestrekte decors van metershoge plafonds en ellenlange roltapijten.

De olievelden zijn er nog steeds, al is de capaciteit drastisch verminderd. Voeg daar een sterke waardevermindering van de munt aan toe en de inkomstenbron dreigt drooggelegd te worden. Zo’n vaart zal het niet lopen, want de pumpjacks brengen nog steeds aan een hels tempo olie naar het oppervlak. Maar de nieuwe realiteit dwingt de inwoners van het land wel om te ondernemen en om een andere inkomstenbron aan te boren: de toerist.  

Mash-up

Ons paspoort tien keer doorbladerd en drie stempels rijker, staan we op het grote parkeerterrein voor de luchthaven. Half elf ’s avonds en klaar voor een nachtelijke taxirit naar het hotel. De chauffeur spreekt amper Engels en onze kennis van het Azerbeidzjaans of Russisch is onbestaand… het zijn twintig stille minuten, maar zonder twijfel de meest kleurrijke van deze trip. Gebouwen lichten op, van monumentaal klassiek tot glimmend modern. Eén voor één perfect in het licht gezet, van sober strak tot fel flitsend. Iemand heeft hier goed over nagedacht, want haast elk gebouw op onze route lijkt te passen in een naadloos lichtspektakel.

Het contrast is ook de volgende ochtend zichtbaar. Bakoe blijkt een gebalanceerde mash-up te zijn van Parijs en Dubai, met historisch klassieke gebouwen en brede boulevards, maar evenzeer met torenhoge glazen constructies die aan sneltempo worden neergepoot. Eén van die laatste werven is ondertussen een icoon van de stad geworden en bepaalt mee de skyline: de Flame Towers. Van waar je ook een panoramische stadsfoto maakt, de drie reusachtige vlammen maken deel uit van het decor. De torens zijn tweehonderd meter hoog en bestaan uit 70.000 vierkante meter glas dat ’s avonds spectaculair verlicht wordt, afwisselend in de nationale kleuren of als glinsterende vlammen. De vorm van het gebouw verwijst naar de letterlijke vertaling van Azerbeidzjan, namelijk  “het land van de eeuwige vlammen”. Op zich weer een verwijzing naar de oliebronnen waar regelmatig een kleine hoeveelheid gas ontvlamt.

Werelderfgoed

Het glas en beton staan in schril contrast met de schilderachtige oude stad, afgeschermd door een stadsmuur. “Unesco World Heritage”, pronkt een plaatje als we één van de stadspoorten binnenstappen. Langs smalle en kronkelende straatjes lopen we naar het Shirvanshah paleis dat uit de vijftiende eeuw dateert, inclusief een mausoleum, moskee en badhuis. Iets verderop houden we halt aan de Maiden Tower. Voor een adembenemend 360 graden zicht op de oude stad moet je wel een honderdtal treden trotseren, maar het loont de moeite. 

De oude binnenstad is rustig, héél rustig. Met weinig auto’s en weinig toeristen. Maar wél opvallend veel katten. En die worden ontzettend graag gezien door de locals die met regelmaat halt houden om wat kattenvoer of een hapje tevoorschijn te toveren.

In de typische winkeltjes geen commerciële “I love Baku” t-shirts, sjaals of asbakken, maar handgeknoopte tapijten, keramiek en berenmutsen.

Voor nog meer erfgoed, hebben we een rit van anderhalf uur voor de boeg. Weg uit het centrum van Bakoe, voor een panoramische route langs de kustlijn van de Kaspische Zee… Kilometers langs pas aangelegde wegen, maar soms ook een stofferige weg landinwaarts en het laatste stuk hevig hobbelend tussen stenen en aarde. Bestemming: het nationaal park van Gobustan, in de woestijn, centraal in Azerbeidzjan. 

Dit stukje Unesco werelderfgoed telt meer dan zesduizend rotstekeningen. Vele inscripties hebben de 40.000 jaar met moeite doorstaan, maar sommige rotswanden en grotten bevatten duidelijke tekenen van bewoning in de IJstijd. Hogerop heb je een adembenemend uitzicht op de woestijn. Gelukkig is de wind gaan liggen, want anders is het zicht behoorlijk beperkt.

Recht uit zee

Het wordt laat en de avond valt. Op de terugweg van Gobustan naar Bakoe houden we halt langs de Kaspische zee en stappen we op goed geluk een restaurantje binnen. Het water glinstert in de avondzon en we laten de (ook nu weer, weinig taalvaardige) kelner zelf een keuze uit het menu maken. Wat volgt is een stoet aan bordjes. Tapas. Groene groenten, gepekelde ajuin, geitenkaas, tomaatjes, … En als we denken dat de tafel voldoende vol staat, wordt een groot bord met goudbruin gebakken vis aangevoerd. Recht uit de Kaspische zee naast ons, leiden we af uit de gebaren van de kok die er ondertussen bij is komen staan.

Merkwaardige musea

Na het uitgebreid diner van gisteren, houden we het ontbijt ietwat beperkt. Vandaag staan enkele musea op het programma… en om het evenwicht in onze agenda te bewaren, gaan we ook shoppen.

Eerste halte: het Heydar Aliyev Center. Het gebouw was ons al eerder opgevallen, maar dat kan ook moeilijk anders met z’n hypermoderne witte golvende vormen in een grasgroen perk. Het gebouw schreeuwt om ontdekt te worden en daar neem je best even de tijd voor. Genaamd naar de vorige president van Azerbeidzjan - nu staat zijn zoon Ilham Aliyev aan het roer - beslaat het hele complex niet minder dan honderdduizend vierkante meter.

Fans van moderne architectuur dwalen bewonderend door en rond het gebouw. Liefhebbers van kunst hebben dan weer meer oog voor de permanente en tijdelijke tentoonstellingen. Zelfs museumhaters zijn warm te maken voor deze unieke setting.

Evenmin klassiek vormgegeven is het Azerbaijan Carpet Museum. Van buiten ziet het gebouw eruit als een opgerold tapijt, ook nu weer een staaltje van moderne architectuur en knappe uitvoering. Olie, geld, rijkdom, … herinner je? Het tapijtmuseum telt enkele unieke stukken uit de 17de tot 20ste eeuw, maar ook een uitgebreide collectie van keramiek en juwelen die teruggaan tot de Bronstijd.

Shoppen en shaken

Genoeg musea bezocht? Dan lonkt het stadscentrum voor een namiddagje shoppen. Al hebben wij ons beperkt tot window shopping. Bakoe telt veel rijke mensen en dat is heel goed merkbaar in het aanbod van winkels. Wie van onze redactieleden zei ook weer dat we in een “boerengat” zouden arriveren? Niet dus. Naamborden van Louis Vuitton, Hackett, Versace, Prada, Armani, Burberry, … sieren de gevels van monumentale gebouwen en galerijen.

Zonder al te zware schade aan onze kredietkaart en na een deugddoende massage in de spa van ons hotel, keren we ’s avonds terug naar downtown voor een avondje stappen. Een buddha siert de ingang, loungemuziek galmt door de speakers, barmannen schudden met cocktails, … welkom in Buddha Bar. Jawel, net zoals we die kennen in Parijs of in andere metropolen wereldwijd. Bakoe is een wereldstad. Onbekend. Onbemind. Maar mooi in balans.

Praktisch

Wij vlogen van Brussel naar Baku met Turkish Airlines, via een tussenstop in Istanbul. Dat is veruit de snelste en beste verbinding. Je bent 7 uur en 20 minuten onderweg en een ticket kost ongeveer € 600. Meer info via www.turkishairlines.com.

De fonkelnieuwe luchthaven ligt op 25 kilometer van het stadscentrum. Neem je een taxi, wees dan zeker dat je een vergunde taxi neemt, want er staan heel wat “leurders” te wachten op toeristen. Bakoe heeft een metronetwerk en je kan ook gebruik maken van Uber.

Heel wat grote hotelgroepen hebben zich recent in Bakoe gevestigd, zoals Four Seasons, Hilton, Marriott, Holiday Inn, enz. Wij verbleven in het Fairmont Hotel, een vijfsterren luxehotel dat gevestigd is één van de drie Flame Towers. Niet enkel de lobby is majestueus, ook de kamers zijn bovengemiddeld groot en hebben een uniek zicht op de baai of andere delen van de stad. Even groots opgevat, is de ruime ESPA wellness die maar liefst twee verdiepingen telt. Van de “Le Labo” amenities in de badkamer tot het zeer verzorgde ontbijt… grote luxe is hier opvallend betaalbaar, vanaf € 135 per overnachting, via www.fairmont.com/baku. 

Belgische en Nederlandse reizigers hebben een internationaal reispaspoort nodig, evenals een visum om Azerbeidzjan binnen te komen. Meer info via www.diplomatie.belgium.be.

Azerbeidzjan kent een wisselend klimaat, van hete zomers met 40 graden tot strenge winters met dubbele cijfers onder nul en een pak sneeuw. Mede door de ligging aan de Kaspische Zee kan het soms hard waaien in Bakoe. Wij waren er in het voorjaar en konden genieten van zacht en droog lenteweer.

Voor meer info, bezoek de website van de dienst van toerisme via www.azerbaijan.travel.

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord