Onder zeil in geheim Griekenland

Scroll naar beneden

Van Amorgos to Schinoussa al slow travel’end van het ene onbekende, Griekse eiland naar het andere. Doe het met een luxe catamaran of al hoppend met Griekse ferry’s. In Griekenland kan het allemaal.

  • Debbie Pappyn
    TekstDebbie Pappyn
  • David De Vleesschauwer
    Foto'sDavid De Vleesschauwer

“Jasas! Kalimera!” Kapitein Makis zwaait ons tegemoet vanaf zijn indrukwekkende World’s End die geankerd ligt in een privéhaventje van Athene. Klaar voor een weekje Med met de grootste catamaran van Griekenland? Zeilen of varen, het blijft een van de mooiste manieren om Griekenland te verkennen. Zeker wanneer je Griekse eilandjes wilt ontdekken die geen luchthaven hebben en waar de bomvolle chartervluchten niet welkom zijn. Voor de slow traveller met wat meer budget zijn er elegante zeilboten zoals de World’s End met eigen kapitein en chef. Voor wie meer wil doen met minder, heeft Griekenland een indrukwekkend netwerk van ferry’s en snelle boten die bijna alle eilandjes met elkaar linken. Tijdens eenzelfde trip testen we de twee manieren van varen uit. Conclusie? Stevig of kleiner budget, varen in de Meddraait steevast rond het Grote, Griekse Genieten.  

Zeeën van luxe

Tegen een uitnodiging om een paar dagen aan boord te gaan van een luxueuze catamaran zeg je niet zomaar nee. De World’s End herpositioneert zich vanuit Athene voor een charter die vanuit Kreta vertrekt en neemt ons mee op ontdekking. De catamaran is bijna 10 meter breed en 20 meter lang met vijf slaapkamers en een eigen crew van vijf man. Low profile, high luxury is het motto, want World’s End is ondanks de luxe en ruimte aan boord eerder een zeilboot die er anoniem en sportief uitziet wanneer hij naast de opzichtige en blitse jachtboten in de populaire havens ankert. Neem nu de Saronische Eilanden, onze eerste stop tijdens deze trip. Kiezen tussen Poros, Hydra of Spetses, drie eilandjes die de Griekse jetset en inwoners van Athene ook wel weten te appreciëren. Het zijn niet de traditionele witte dorpjes die je in de Cycladen vooral tegenkomt, maar eerder neoclassicistische gebouwen met veel Venetiaanse invloeden die opvallen. Oude herenhuizen in zachte tinten geschilderd met balkonnetjes en hoge plafonds versieren de kades van de haventjes. Onze favoriet is autovrij Hydra, een eilandje met een zekere aantrekkingskracht. Leonard Cohen en Richard Branson vielen voor Hydra, misschien voor het eiland zelf of een Griekse schone van ginder, het maakt niet veel uit. De schrijver Henry Miller had het dan weer over Poros terwijl John Fowles dan weer iets met Spetses had. In de haventjes ligt de ene glamoureuze jacht naast de andere; hoger, breder, glimmender, met mooiere babes aan boord. Het zijn niet altijd Griekse scheepsmagnaten aan boord maar veelal Russen en Arabieren die hier ook graag ankeren. Onze World’s End is klein en bescheiden in vergelijking met wat hier paradeert in de haventjes.

Verborgen plekjes in de Peloponnese

Om in dromerige fjorden te varen, hoef je niet naar Scandinavië te reizen. Gerakas is een charmant haventje, volgens de locals gelegen in de meest zuidelijke zee-fjord in Europa. Kapitein Makis Andreadis brengt hier zijn gasten vaak om van heerlijke en eenvoudige gerechtjes uit de zee te snoepen in een van de taverna’s vlak aan de kade. Wat verder weg is er een beschermd, moerasachtig gebied met een lagune waar migrerende vogels op weg naar Afrika soms een pitstop maken. Ze verbroederen hier dan even met de lokale vogelsoorten waarvoor menig vogelaar graag naar hier toe reist. Naast hotspot voor trekkende vogels was Gerakas door de eeuwen heen ook een populaire schuilplaats voor piraten en een belangrijke haven tijdens de Byzantijnse en Venetiaanse overheersingen. Wanneer we van boord gaan, is er geen kat te bespeuren (figuurlijk dan, we zijn nog steeds in Griekenland). In het algemeen is de Peloponnese geen al te drukke toeristische bestemming alhoewel het voor de self-drive toerist aan bekendheid inwint.

Kapitein Makis beslist om hier niet te ankeren voor de nacht en zet koers richting levendig Monemvasia, ook wel eens het Gibraltar van het oosten genoemd. In het historische gedeelte van de stad, dat via een brug verbonden is met het vasteland, zijn geen auto’s toegelaten. Nauwe straatjes bezaaid met kinderkopjes, trapjes en verborgen pleintjes. Hoe lager je afdaalt, naar de zee toe, hoe meer vervallen de huizen eruitzien en hoe rustiger het wordt. De meeste bezoekers blijven boven hangen, rond de hoofdstraat met alle winkeltjes en taverna’s. In de 17de eeuw, tijdens het hoogtepunt van Monemvasia, leefden hier zo’n 40.000 mensen, nu zijn het vooral toeristen die hier komen om in een van de middeleeuwse, gerenoveerde studio’s of hotelletjes te overnachten. Veel restaurants hebben terrasjes op hun dak met zicht over kastro (de oude stad) en de zee. To Kanoni, met zicht op het pleintje waar vroeger een kanon stond, is een goed adresje. Despina, de eigenares, woonde voor een lange tijd in België en kent haar weg in ons landje erg goed. Ze spreekt zelfs “Ieper” en “Kortrijk” uit met een West-Vlaams accent. Toen ze jong was, kocht ze samen met haar man dit huis als vakantieplek maar nu runt ze het als restaurant samen met haar zoon die ondertussen voor het chef-vak koos. “Fantastisch, vind je niet?” mijmert ze wanneer ze over Monemvasia en de zee uitkijkt. Ware het niet dat onze World’s End daar beneden op ons ligt te wachten, we zouden hier nog een nachtje blijven hangen. 

Zeilen naar Bali

De volgende ochtend maken we een korte stop langs een van de mooiste stranden van Griekenland. Simos Beach op het eilandje Elafonisos staat altijd in elk lijstje van mooiste, Griekse stranden. Dit eilandje maakt deel uit van de archipel van de Peloponnese en is met bijna 1.000 inwoners het grootste in de collectie. Simos Beach is legendarisch in Griekenland. Tijdens het seizoen ligt de baai vol met zeilboten en jachten, het strand bezaaid met beach babes en Griekse macho’s die door het transparante water baantjes trekken. Nu is het rustig met enkele bootjes die rond dobberen en een enkel koppeltje op het strand. Bootman Nikos duikt in het water met een speeltje dat je op z’n James Bonds voorttrekt en je de indruk geeft dat je als een dolfijn door het water scheert. Na de lunch is het tijd om naar Kreta te varen. “Ik wil er zijn tegen de avond om in Bali te gaan eten”, grijnst kapitein Makis. “Ik vertel niks, je zult wel zien.” Het kustplaatsje Bali, langs de noordkust van Kreta, heeft weinig te zien met het Indonesisch eiland. Alhoewel, er zijn wel enkele jammerlijke gelijkenissen. Wanneer we in de baai ankeren, schaalt er foute zomermuziek over het water en we horen een Franse animator op steroïden de armbandgasten oproepen om te verzamelen aan de bar voor een gezellige drinksessie, liefst met zo weinig mogelijk kleren aan. We stappen vanuit de tender aan land en zijn nog meer verbaasd, zeker wanneer we een ordinair restaurant binnenstappen. De crew ziet onze verbazing en lacht. Blijkbaar kent Nikos, een van de crewgasten, de broer van de eigenaar en is dat de reden van dit bezoek. Taverna Valentino ligt vlak aan het kleine zandstrand van Bali. Om het analfabeten gemakkelijk te maken, bestaat het menu voornamelijk uit onduidelijke foto’s genomen met een cameraatje.

Tot Stelios Zaharakis aan onze tafel verschijnt. Blijkbaar heeft de Zaharakis-familie haar eigen boerderij waar alles vers gekweekt wordt. Wat daarna volgt is een van de beste maaltijden tijdens deze trip. Het hoogtepunt is een gerechtje met lokale slakken, boubouristous, heerlijk klaargemaakt met wat olijfolie en kruiden. Blijkbaar heeft Kreta zoveel slakken, dat ze die exporteren naar Frankrijk. De volgende keer dat je in een Franse bistro heerlijke slakken Bourguinon eet, hebben ze misschien Kretenzische roots. Kapitein Makis vertelt dat Stelios uit het dorpje Zoniana komt, waar elke familie een kast vol geweren heeft en het de reputatie van Cowboy Central meedraagt. Tijdens huwelijken wordt er zoveel in de lucht geschoten, dat er soms na te veel sterke drank al eens van richting gemist wordt en er gewonden of slachtoffers vallen. “Kreta is een andere wereld, met een ander taaltje, andere wetten en regels, plus een andere keuken.” Lacht onze kapitein. Tijdens onze maaltijd en vooral erna worden we bediend met kleine karafjes Tsikoudia, een soort van raki, oftewel een sterkere drank dat aan sneltempo door onze tafelgenoten wordt geconsumeerd. De sfeer zit er goed in en wanneer de rekening komt, betalen we iets van 16 euro per persoon, peanuts voor wat we hier gegeten en gedronken hebben. “Had ik gelijk, of niet?” lacht kapitein Makis. Tuurlijk, O captain, my captain. We zullen je missen wanneer we morgen onze nautische exploratie van Griekenland verderzetten met een doodgewone Flying Cat die ons in twee uur tijd naar Santorini zal brengen. 

Ferry’en naar de Venus van Milo

Met zo een perfect lichaam en zo schaars gekleed, het kan niet anders of je bent ergens op een zonovergoten eiland geboren. De Venus van Milo, momenteel in minder tropische oorden verblijvend in het Louvre te Parijs, werd geschapen op het rustige, Cycladische eiland Milos, het meest westelijke van deze charismatische groep van Griekse eilanden verloren in de Egeïsche Zee. Wij trekken er naar toe vanaf Santorini, zo’n 2,5 uur varen met het Griekse Anek Lines voor nog geen 18 euro per persoon. Laat op de avond komen we toe op een winderige en pikzwarte nacht. Onze F/B Prevelis spuwt enkele auto’s, scooters, dozen met proviand en passagiers uit op de betonnen kade. We worden opgewacht door Antonis Mallis, eigenaar van het toeristisch bedrijfje Travel Me To Milos. Deze jonge Griek had vroeger een succesvolle carrière in Athene maar keerde toch terug naar zijn eiland om hier iets uit te bouwen. Antonis helpt zijn ouders om het mooie en betaalbare En Milos te runnen, een handvol piekfijn verzorgde en comfortabele studio’s met zicht op de baai van Pollonia. Mamma Mallis komt elke morgen al glimlachend met een groot opdienblad vol met ontbijtgerief die ze op de tafel van het terrasje zet. Kalimera! Inbegrepen is een Griekse salade omdat de Mallis ontdekten dat veel European ook graag iets zouts en gezonds in de ochtend hebben. Antonis wil kwaliteitstoerisme op zijn eiland en niet het mainstream toeristisch vertier dat vaak het karakter van een Grieks eiland durft aantasten. Hij neemt ons mee langs historische vestigingen, vervaarlijke kliffen en grotten uitgehouwen door de zee.

Wat verder ligt Sarakiniko Beach, wat eigenlijk geen strand is maar een spectaculair, maanlandschap achtig plekje gecreëerd door wit, vulkanisch gesteente dat fel afsteekt tegen de azuurblauwe Med. In juli en augustus is er hier veel volk maar tijdens het laagseizoen is het rustig en heb je dit Griekse maanlandschap voor jezelf. We trekken verder naar Firopotamos dat niet meer is dan een collectie van Cycladische, witte huisjes en een strand. Het is de eerste keer dat we de syrma zien: huizen speciaal gebouwd door en voor vissers zodat ze hun boot rechtstreeks vanuit de zee in hun garage kunnen parkeren en beschermen tegen stormen en golven. Tegenwoordig zijn er niet zoveel meer in gebruik: sommige van de syrma zijn omgetoverd tot vakantiewoningen, anderen zijn verlaten of dienen als weekendverblijf voor de kleinkinderen van de oude visser.

Stoofpotjes met zicht op zee

Het is eten of gegeten worden op de Griekse eilanden. Er is meer te proeven dan moussaka of een gegrilde sardine. Op Milos is het taverna O! Chamos (wat niet meer wil zeggen dan ‘chaos’) dat ons verrast en bekoort. Irini Psatha runt dit restaurantje met haar familieleden die hun tijd verdelen tussen hier aan de stoof staan net buiten het dorpje Adamas en werken op de boerderij in het binnenland van Milos. Vader Psatha maakt zijn eigen kazen, allemaal van melk van hun driehonderd geiten. Alles was op het menu van O! Chamos staat komt van het land: van de wilde spinazie tot de haan, de geit, het schaap en het konijn. Geen vis of garnaal te bespeuren op de kaart. Overheerlijke boerenkost van het veld, vaak uren traag gegaard in een houtoven. Wij proberen een gerechtje van traag gegaard schaap, ingeduffeld in bakpapier met geitenkaas en verse kruiden. Irini serveert er een bijgerecht van frietjes bij die zwemmen in een felrode, hartige tomatensaus. Aan de overkant van de weg heeft O! Chamos (wat niet meer wil zeggen dan “chaos”) wat strandstoelen vlak aan de rustige baai met transparant water. Heerlijk om na een dosis fuel food onderuit te zakken en een Griekse siësta in te lassen.

Twaalf uur op Naxos

Het was niet de bedoeling om veel tijd op Naxos te verliezen. Onze SeaJet vanuit Milos zou perfect aansluiten op de Express Skopelitis, een kleine, schattige ferry die uitgebaat wordt door de kleinere Cycladen zoals Iraklia, Schinoussa en Dounoussa. Maar de Express Skopelitis zit ergens ver weg in Athene in een droogdok. ‘Out of service’ hangt er op een handgeschreven papiertje in de haven. Er zit niet anders op dan een dag op Naxos wachten tot de Blue Star Naxos, een gigant van een ferry, ons naar Schinoussa zal brengen. “Geen probleem! Ik kom jullie wel ophalen en jullie kunnen een dagje bij mij relaxen op mijn agriturismo”, schrijft de altijd lachende Evangelia van Agriturismo Palatiana. Deze schat van een logeerplek ligt ergens goed verborgen in Galini, een vruchtbare vallei op een tiental minuutjes rijden van Naxos Port. Evangelia nam de zaak over van haar vader toen hij enkele jaren geleden stierf. Zijzelf is architecte maar een combinatie van de crisis in Griekenland en het feit dat ze het levenswerk van haar vader niet wou laten kapot gaan, zorgde ervoor dat ze haar tekentafel inruilde voor een leven hier in het groen. Ze transformeerde de self-cater studio’s in eenvoudige, maar frisse en comfortabele accommodatie te midden van de wulpse natuur van Naxos. Het strand van Amitis ligt op wandelafstand en is beroemd in de Cycladen voor de sterke wind en de stoere windsurfers die hier vaak rondhangen. 

Evangelia laat fruit uit haar boomgaard en wat zoetigheden achter en brengt ons ‘s avonds laat terug naar Naxos Port,a waar we enkele ouzeri uitproberen. In België drink je pinten (en heb je geluk als je er een uitgedroogde pindanoot bij krijgt) en in Griekenland drinken ze ouzo of raki en krijg je er vaak een fijne selectie van mezedes bij. To Steki Tou Valetta is zo een ouzeri waar de doorsnee toerist liever voor bedankt. Het interieur is zo fel verlicht met TL-buislampen dat iedere romantische ziel op congé in snelle pas wegloopt. Op het terrasje zitten er oude Grieken met hun komboloi te spelen, wat tv te kijken en te babbelen. Er hangt wat octopus te drogen en er liggen enkele armen op de grill. Evangelina bestelt een bordje met heerlijke gemarineerde vis, een lokaal type van roggevleugel zwemmend in olijfolie, citroen en look. Wanneer de Blue Star Ferry aan het naderen is, ontdekken we een andere parel aan de haven. “The Jetty” is een houten keet waar er zoveel brommertjes staan dat we eerst denken dat er een of andere mobilettenconventie aan de gang is. Fout, de reden van samenkomst is niet alleen de aankomst of het vertrek van de Blue Star Ferry maar ook de excellent gegrilde octopus en het drukke, gezellige karakter van de keet. De Grieken staan buiten massaal te roken terwijl binnen de grill op volle gang draait, de flesjes ouzo en tsipouro gaan vlot de toog over, er wordt gelachen en gebabbeld tot in de verte de lichtjes van de kolossale ferry naderen. Als een beest slokt hij tien minuten later de helft van de cafégangers op, tot er nieuwe mobiletten arriveren en het feestje gewoon doorgaat.

Schinoussa, onbekend maar zeer bemind

“Schinoussa, zegt u?” Hoe onbekender het Griekse eiland, hoe charmanter. Dit eilandje van acht vierkante kilometer groot en met rond de 250 permanente inwoners maakt deel uit van de kleine, oostelijke Cycladen, zoals Koufonissa, Donoussa en Iraklia. “Jullie zullen ongetwijfeld de enige toeristen zijn op het gehele eiland”, zegt nog een Griek voor we de kolossale Blue Star ferry opstappen. Als waarschuwing voor een eenzaam en wel erg rustig eiland dat nog niet helemaal uit zijn winterslaap ontwaakt is. Nochtans zijn mei, juni, september en oktober de mooiste maanden om naar deze vergeten eilandengroep te reizen. In de lente zijn er de wilde bloemen en groene velden en vanaf september is er de rust en de warme zee om in te zwemmen. Schinoussa mag dan wel verlaten en leeg zijn wanneer wij er zijn, vanaf midden juli tot eind augustus is dit een van de meest favoriete plaatsen voor zeilers en Griekse eigenaars van megajachten. Ze komen hier samen om te ankeren in een van de beschutte baaitjes en aan land te gaan om in de taverna’s te eten, drinken en tot in de late uurtjes feest te vieren. Sommige Griekse scheepsmagnaten hebben hier riante huizen en zorgen voor jobs en werkgelegenheid op een eiland dat anders drie maanden puur van toerisme moet leven. 

Andere scheepsmagnaten die hier graag in de zomer met hun megajachten komen rond dobberen, schenken geld aan de gemeenschap waarmee kerken, paadjes en jeugdcentra gebouwd worden. Zo kan je van het haventje tot in chora - het dorpje bovenop het eiland - via een verlicht, mooi aangelegd padje wandelen. Met dank aan een rijke Griek met een boon voor Schinoussa. Wanneer we laat met de Blue Star Ferry toekomen, merken we snel dat we effectief de enige niet-Griekse toeristen zijn die afstappen. Voor sommige reizigers zou het pure paniek zijn om de enige “vreemden” te zijn op een minuscuul eiland, voor ons is het de beste manier om een plek en zijn inwoners te leren kennen. Elk strand heb je voor jezelf, je kunt bijna een hele dag wandelen zonder iemand anders tegen te komen en als je een ouzo gaat drinken in een van de ouzeri in chora, dan ben je na twee avonden al een van de regulars. In de baai van Mersini, waar we logeren, liggen er enkele vissersbootjes en een houten sloep. Binnen een maand zal het hier vol liggen met chique megajachten en dure zeilboten. We zijn net op tijd.

Een nieuwe hoteltrend: betaalbare designpensionnetjes

We logeren bij Kostas, die taverna Mersini van zijn ouders overnam. Samen met vrouw Ana renoveerde hij het gastenverblijf tot iets nieuws. Wit-beige geschilderde kamer met een royaal, groot bed met luchtig, nieuw linnen, een espressomachine, frigo en een badkamer die terug aangenaam en comfortabel is. Prijskaartje buiten het hoogseizoen: 30 euro per nacht. Zicht van het balkonnetje met tafel en stoeltjes heb je op de baai van Mersini en de tuin van de taverna, een explosie van bougainville en andere geurige kruiden en planten. Wat kan je op Schinoussa nog kopen voor 30 euro, behalve een nachtje in een mooi gestylede kamer? Een avondje serieus Grieks vertier van zo rond aperitieftijd, nog voordat de zon ondergaat, tot ver na middernacht wanneer een serieuze wind over het eiland raast en de hemel pikdonker kleurt. In de ouzeri Nikoletta in Chora staan er enkele blauwe stoelen en tafels buiten, een kater loopt voorbij en miauwt, alsof hij iets aankondigt. Binnenin is het café niet meer dan een ruimte met ouderwetse slaapzolder boven de bar. Oude, vergeelde prenten van ferry’s en inwoners van meerdere generaties geleden sieren de muur. Deze ouzeri is de oudste van het eiland en de dame die vroeger de barmeid was, woont er vlak naast. Nu is ze op leeftijd, altijd in het zwart gekleed en nog steeds met een uitnodigende glimlach op het gezicht, pretoogjes incluis. “Ze was ooit de mooiste van het eiland”, lacht de jonge Mikaela die nu de ouzeri openhoudt. Ze brengt ons toepasselijk een glaasje ouzo terwijl de zon zacht ondergaat en we de enige gasten zijn die buiten zitten.

Mikaela zet de muziek iets luider, binnenin wordt er zachtjes meegezongen, met de voetjes bewogen en er wordt wat meer gebabbeld. De oom van Mikaela stuift binnen met een zak vol octopus die onmiddellijk op een hete grill wordt gegooid. Voor bij de ouzo, samen met wat lokale olijven en kaas. Kostas en Anna van onze Taverna Mersini waaien ook letterlijk en figuurlijk binnen. Ze bestellen karafjes krazi, witte wijn, die al snel aan de andere tafeltjes uitgedeeld worden. Meer krazi volgt. De muziek wordt nog luider gezet. Wanneer nog meer volk binnenkomt, begint het feestje. Manolis, een van de eilandbewoners met de moves en heupbewegingen van John Travolta, springt op de geïmproviseerde dansvloer en sleurt enkele dames mee. De ouzeri is plots gevuld met handgeklap, gezang en op z’n Grieks erg flexibel gedans, ongeacht de leeftijd of nationaliteit. Van de dansvloer gaat het naar dansen op de tafels tot de slaapzolder beklimmen en daar ook een showtje geven. De krazi, het Alfa bier en de raki vloeien rijkelijk, buiten giert de wind en de buurvrouw op leeftijd ligt waarschijnlijk naast de deur mee te dansen in haar bed. Prijskaartje voor dit vertier? Zo’n 30 euro voor de hele avond: om te drinken, eten en feesten met twee. De volgende ochtend is het alweer een pak stiller op Schinoussa. In Griekenland hebben ze ook katers, zeker op godvergeten eilandjes.   

Het eiland van Le Grand Bleu

Eén ding is zeker: in 1088 hadden de priesters op Amorgos oog voor detail. Ze kozen voor hun Panaghia Chozoviotissa-klooster het mooiste plekje op het eiland, langs de noordoostzijde en met zicht op het mooiste, meest azuurblauwe stukje zee. Om er te geraken moet je een twintigtal minuutjes trapjes op wandelen, startend van een kleine parking. Neem een fles water mee, doe het rustig aan en stop nu en dan eens om naar het uitzicht te kijken. Kom hier vroeg op de ochtend of laat in de namiddag om te grote drukte te vermijden. Amorgos is namelijk erg populair bij de Fransen. Reden is niet dit klooster of de specifieke dresscode, maar wel de film Le Grand Bleu die hier voor een groot deel gefilmd werd. Luc Besson en team zochten een eiland met immense blauw water, witte, typische dorpjes en een ruig en karakteristiek landschap. De Fransman nam zelfs de tijd om de filmscènes naast de bestaande locaties op een website samen te brengen. Duidelijk dat de mannen van Le Grand Bleu ook smaak hadden want Amorgos is inderdaad een schat van een eiland, vooral populair bij wandelaars die hier graag komen voor de ontelbare, vaak goed weggestopte wandelpaden die uren door een wilde natuur slingeren. In mei en juni is dit eilandje ideaal voor wie rust en kalmte zoekt maar toch nog wat beweging wil. Het is de perfecte grootte met genoeg animatie dankzij de eilandbewoners en een overzichtelijk aantal toeristen die het gemoedelijk aan doen.

Vergeten cafeetjes

Vanuit Hotel Aegealis krijg je het beste uitzicht op de baai en het haventje van Aegeali. Soms hangt er een spookachtige, ochtendnevel boven dit deel van het eiland, wat de zonsopgangkleuren nog intenser maakt. Daar beneden in het haventje zit de beste taverna in het noorden van Amorgos: To Limani, in een knus, autovrij zijstraatje van de haven. De bediening is misschien niet super of hartelijk naar Griekse normen, maar het eten is echt om duimen en vingers bij af te likken en om steeds naar terug te keren. Een ander schat van een dorpje is Tholaria, net boven de baai van Aegiali, wat hoger gelegen in de bergen. Hier ligt ook een van onze favoriete hotelletjes op het eiland, Plori Suites. Zeker aan te raden voor wie niet echt per se aan het strand wil zitten en dorpjes wel fijn vindt. Het meest charmante aan Tholaria zijn de kafeneio, de Griekse versie van onze Vlaamse duivenmelkerslokalen die ook met uitsterven bedreigd zijn. Het zijn ouderwetse cafeetjes, vaak met kleine supermarktjes bij, waar de bevolking op leeftijd graag samenkomt om te keuvelen, iets te drinken en te relaxen. Vanbinnen zijn deze kafeneio donker en stoffig, met een oude plankenvloer op de grond, kleine raampjes waar de zon door piept en vergeelde foto’s van stoere, besnorde Grieken aan de muren. Meestal worden ze uitgebaat door Griekse dametjes waar niet mee te sollen valt. Ze runnen het cafeetje en het winkeltje simultaan, ze bedienen de mannen die op het terrasje, al zittend en met grote handgebaren, de wereld aan het redden zijn.

Praktisch

We vlogen vanuit Brussel naar Athene en terug via Santorini met Aegean Airlines, lid van Star Alliance. Dat biedt vaak scherpe promoties aan, zowel op Athene als op Santorini. Meer info via www.aegeanair.com

Vanaf Athene, Kreta of de grotere eilanden zoals Santorini zijn er dagelijks ferry’s en snelle Sea Jets naar alle eilanden, variërend van 40 minuten tot 2 uren varen. Sea Cats en catamarans zijn sneller dan de ferry’s maar wij houden van de trage manier van varen, om op het dek van de zon en de vergezichten te genieten. Ferry’s zijn trouwens ook een stuk goedkoper dan de catamarans. Meer info via www.openseas.gr

De beste, meest authentieke eetadressen op de Cycladen vind je via de website van Aegean Cuisine. Let op: die is in het Grieks, dus haal Google Translate er even bij. www.aegeancuisine.gr
 

World’s End catamaran

Zeilen met de World’s End is enkel te boeken via FyLy Yachting, een bekend charterbedrijf uit Athene. Prijzen op aanvraag via www.fyly.gr

De World’s End catamaran volgen doe je op www.facebook.com/Worldsend.cat


Milos

Varen van Santorini naar Milos met Anek Lines die je via web.anek.gr

Travel Me To Milos, voor auto- of scooterhuur en hotelboekingen: www.travelmetomilos.com

En Milo studio’s: vanaf 38 euro voor een dubbele kamer met ontbijt. www.en-milo.gr

In Nefeli Studio’s heb je een dubbele kamer vanaf 65 euro. www.milos-nefelistudios.gr

Armenaki restaurant: www.armenaki.gr

O! Chamos restaurant: www.ohamos-milos.gr


Naxos

Blue Star Ferries vanaf Naxos (of Athene) naar de kleine Cycladen: www.bluestarferries.gr

Agriturismo Palatiana: vanaf 25 euro voor een dubbele kamer. www.palatiana.gr


Schinoussa

Mersini taverna en kamers: vanaf 40 euro per nacht. www.mersini.gr/enoikiazomena-domatia-mersini    


Amorgos

Een betaalbare auto of scooter huren bij FM Rent a Car: www.fm-rentacar.webnode.gr

Aegialis Hotel: een dubbele kamer met ontbijt vanaf 110 euro per nacht.  www.amorgos-aegialis.com

Plori Studio’s: een dubbele kamer vanaf 45 euro per nacht. amorgos-plori.com

Taverna Limani: www.limani.amorgos.net

Taverna Captain Dimos: www.travel-to-amorgos.com

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord