Op roadtrip door het Naheland

Scroll naar beneden

Op een paar uur rijden van België ligt het Naheland: een streek van wijn, wellness en natuur die bij Duitse toeristen populair is maar in het buitenland wat onder de radar is gebleven. Een authentieke, nog onontgonnen dichtbij-bestemming is altijd een leuke ontdekking. Daarom besloten we dat het hoog tijd werd om eens een kijkje te gaan nemen.

  • Jonathan Ramael
    Tekst & foto'sJonathan Ramael

Reizen naar Duitsland doe ik het liefst met de wagen, zeker als ik maar net de grens over moet zijn. De bagage kan gewoon de koffer in, luchthavenstress is onbestaande en eens terplekke kan ik lekker doorrijden. Luid meebrullend Rammstein door de speakers knallen (instant taalbad), een blits zonnebrilletje opzetten en als een pre-comateuze Schumacher plankgas gevend over de Autobahn scheuren: wat is er mooier in dit leven? Het Duitse gebrek aan zinnige snelheidslimieten – mijn trouwe Mazda II klokte af op 177 km/u – zorgt er voor dat ik 3,5 uur na mijn vertrek in Antwerpen al ter plaatse ben. Het Naheland is een mooie regio die zich in Rheinland-Pfalz langs de gelijknamige rivier uitstrekt. Het is een streek van het goede leven, waar buren elkaar nog kennen en de melkboer nog aan de deur komt. Qua uitzicht doet het wat aan de Ardennen denken: een glooiend landschap vol valleien waarin kleine dorpjes zich verschuilen, met daarrond rotsige, beboste heuvels die uitnodigen tot wandelingen en trektochten. Het grootste verschil met de Ardennen is dat hier erg veel wijn wordt verbouwd. Meer dan 150 wijnboeren vestigden zich hier en de meesten verkopen enkel lokaal. Riesling is de populairste druif, maar ook rode wijnen worden hier geteeld. Ook cultureel is het een gevarieerde bestemming. Daarom heb ik mezelf een verlengd weekend gegeven voor een intensieve rondrit langs de voornaamste trekpleisters. Moet lukken, toch? 

Frisse zeelucht in het binnenland

Bad Kreuznach is de eerste halte op mijn pad. Met vijftigduizend inwoners is het de grootste stad van het Naheland, en het voornaamste vertrekpunt voor de verkenning ervan. Ik krijg er een rondleiding van Michael, die me meeneemt voor een wandeling met zijn hond. Michael komt uit Mainz, maar verliet de grootstad op zoek naar de rust en de natuur die hij hier uiteindelijk vond. "Een hele verademing", noemt hij het, en dat mag je letterlijk nemen. Bad Kreuznach is een belangrijke bestemming voor medisch- en wellnesstoerisme. Een deel van de stad werd er zelfs specifiek voor gebouwd. Hier rond het statige Kurhaushotel, vind je nog prachtige oude spa-tuinen waar je je piepende longen weer van de nodige zuurstof kan voorzien. Ook de indrukwekkende Gradierwerken – metershoge muren van hout en takkenbossen waardoor men water laat sijpelen om zout te winnen – maken deel uit van dit verleden. Door de wind verdampt heel wat van dat water en ontstaat er nevel met dezelfde kwaliteiten als een frisse zeebries. Het zout ontgint men al lang niet meer – in strijd met de nieuwe EU-regels – maar het briesje is nog steeds nuttig. Ook vandaag zie je nog altijd een aantal steunende oude besjes voor de takkenmuur van de zeelucht en het zonnetje genieten – dit op zo’n vijfhonderd kilometer van de dichtstbijzijnde kust.

Ook de oude binnenstad is de moeite waard. De meest gefotografeerde plek is een 13e-eeuwse brug waarop een aantal historische huizen rechtstreeks op de pijlers werden gebouwd. De holtes in het steenwerk doen dienst als kelder. Verder in het centrum vind je gezellige pleintjes omringd door oude Fachwerkhausen: de typische Duitse huizen met het raster van houten balken in de gevel. De hele stad wordt omgeven door wijngaarden en bossen, waardoor een netwerk van wandelpaden loopt. Wegens te weinig tijd en te lui voor een trektocht, kies ik voor een korte wandeling tot aan het dichtstbijzijnde uitkijkpunt op de stad. Onderweg komt Michael een trio Syriërs tegen. Vluchtelingen die hier een tijd geleden neerstreken en waartegen hij elke week schaakt. "Want het schaakspel kent maar één taal", zegt hij. Er bestaan nog aangename mensen op de wereld.

Een heilige en een pornobed

De late namiddag van mijn eerste dag gebruik ik om de geschiedenis in te duiken. Na een korte rit vanuit Bad Kreuznach kom ik aan bij de ruïne van het middeleeuwse klooster van Disibodenberg. De restanten van het complex zitten verstopt onder een bos op een strategisch gelegen heuvel van waarop je de wijde omgeving in de gaten kan houden. In de schemering net voor sluitingstijd, met niemand anders in de buurt, baadt de site in een ietwat griezelig sfeertje. Van de meeste gebouwen blijven enkel de fundamenten over, maar een paar van de grotere staan – zij het zonder dak – nog zo goed als recht. Het klooster verwierf doorheen de jaren vooral faam als de woonplaats van een lokale heilige waarvan de gids het onbegrijpelijk vond dat ik er als domme heidense hond nog nooit van had gehoord. Dit ondanks zes jaar Jezuïetenonderwijs waarbij ik – toegegeven – tijdens de godsdienstles voornamelijk uit het raam zat te staren. Hildebrand van Bingen leefde hier in de 12e-eeuw, en ze deed dat niet onopgemerkt. Ze was een feminist avant la lettre en kreeg naar eigen zeggen visioenen van God zelve – je zal het maar meemaken. Ze gebruikte haar status als ziener vervolgens om het sociale en politieke onrecht van haar tijd aan te klagen. Dat ze als middeleeuwse vrouw in direct contact stond met zowel de paus als de plaatselijke machtshebbers was niet vanzelfsprekend. Rond haar persoon werd in Naheland een heel pelgrimspad uitgestippeld, dat de belangrijkste plaatsen uit haar leven verbindt. ‘Holy shit dat is saai’, zou je kunnen denken, ware het niet dat die plekjes toevallig een aantal van de leukste dorpen en stadjes uit de streek zijn. Vijf weesgegroetjes en trek snel die wandelschoenen nog eens aan.

Omdat ik af en toe ook slapen moet werd voor mij – vip die ik ben – een B&B geboekt in het piepkleine Langelonsheim. Gezien de streek en de grootte van het gehucht verwachtte ik me aan een traditioneel kamertje vol kantwerk en gezellige Duitse Grundlichkeit. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik de sleutel in handen kreeg en binnenstapte in een loft groter dan mijn eigen appartement, vol designmeubels en stoffen, een gigantisch ligbad en een kingsize bed tegen een lederen wand dat niet zou misstaan in de love crib van een P.I.M.P. als Snoop Dogg. Later vernam ik dat eigenares Ulrike Wachter een interieurarchitect is die alle gordijnen, lakens en tapijten in haar pand zelf ontwerpt, en haar drie kamers gebruikt als uithangbord voor haar creativiteit. Nagenietend van een lekker en modern diner in een lokaal restaurant, duik ik tevreden, voldaan en ‘drop it like it’s hot’ neuriënd onder de lakens. Klaar om morgen in de wijn te vliegen.

Drinken voor het goede doel

Bij het ochtendgloren heb ik een afspraak op de wijngaard van St. Meinhard, waar dezelfde familie al vijf generaties wijn verbouwt. Ook nu is de hele bende – van grootouders tot kleinkinderen – al druk in de weer. Vandaag worden de laatste druiven van het seizoen geplukt. Met de hand, dat spreekt voor zich. Buiten mijzelf zijn er nog een aantal andere extra gasten aan het werk: een paar overenthousiaste kleuters die er een onderlinge wedstrijd van maken om ter eerst hun emmertje vol te plukken. Ze zijn hier niet zomaar. Een deel van de oogst wordt gebruikt om een wijn te maken waarvan de opbrengst zal dienen om onderzoek rond kinderkanker te ondersteunen. De kinderen zijn overlevers die hun strijd tegen de ziekte voorlopig gewonnen hebben, en nu zelf hun steentje bijdragen. Ook ik steek – zij het als traagste van het pak – de handen even uit de mouwen. Tegen de middag wordt m’n goedbedoelde arbeid beloond met een geïmproviseerde lunch. Schotels vol worsten, paté en kazen worden aangerukt en op een lange tafel tussen de wijntakken uitgestald – allemaal lokaal gemaakt. Het eten wordt doorgespoeld met een paar flessen witte wijn uit de oogst van vorig jaar. Een spontane picknick op een zonovergoten wijngaard in een betoverend landschap: veel beter dan dit wordt het niet.

Een geslepen stad

De namiddag breng ik door in Idar-Oberstein: een klein stadje dat pittoresk over een paar heuvels ligt uitgespreid. Het beste uitzicht heb je er vanaf de zogenaamde Felsenkirche: een kerkje dat zestig meter hoog tegen een loodrechte rotswand werd aangebouwd omdat men vroeger lachte met dingen als functionaliteit. Om er te raken dien je een steil pad langs de daken te volgen dat eindigt met een tunnel die dwars door de rots werd geboord. Ik vraag me af hoeveel volk hier ’s zondags in de mis zit. Meer nog dan om het uitzicht, staat Idar-Oberstein bekend om zijn edelstenen. Driehonderd jaar geleden werd hier agaat gevonden – de mijn valt nog steeds te bezoeken – waardoor een gemeenschap van steenslijpers en juwelenmakers ontstond. De voorraad is ondertussen al lang uitgeput, maar de ambachtslui zijn er nog steeds, en werken nu met stenen uit het buitenland. Een van hen is Tanja Falkenhayner, die me thuis ontvangt. Van opleiding is ze goudsmid, maar ze maakt al jaren allerlei moderne juwelen uit steen en metaal. "Het is de traagheid van het werk die me aanspreekt", zegt ze. "Het voelt aan als mediteren, als een soort vakantie voor de geest. Tijdens het maken van een juweel krijg ik constant nieuwe ideeën en door de traagheid van het hele proces kan ik die bijna altijd onmiddellijk uitwerken." Wie geïnteresseerd is in de stenen van Idar-Oberstein kan buiten de mijn heel wat interessante musea bezoeken. Vooral het industriële museum van Jakob Bengel, waar men vroeger art-decojuwelen produceerde en waar alle machines nog werken, is de moeite waard.

Woodstock in Bokrijk

Het is aanschuiven op de geïmproviseerde parking van het Rheinland-Pfälzisches Freilichtmuseum – wat een naam – in Bad Sobernheim. Uiteindelijk word ik naar een parkeerplaats geleid op een wei die op tien minuten lopen van de ingang ligt. Het lijkt Rock Werchter wel. In dit mooie, bosrijke openluchtmuseum werden vanaf de jaren zeventig een heleboel elders afgebroken historische huizen en werkplaatsen steen voor steen weer opgebouwd. Hierdoor ontstond een plaatselijk Bokrijk waar je het boerenleven van weleer in geuren en kleuren kan herbeleven. Leuke plek om eens te bezoeken, maar niet bepaald een locatie die je associeert met een groot evenement dat parkeerfiles doet ontstaan. Toch is het zo, want vandaag vindt het jaarlijkse Museumsfest plaats, en komen mensen vanuit de hele streek aanrijden om de festiviteiten te ondergaan. Her en der spelen volksbandjes muziek, tientallen kraampjes verkopen lokale producten en kunst, touwvlechters, smeden en bezemmakers doen omringd door enthousiaste kinderen verloren gewaande beroepen herleven, kermiskraampjes, draaimolens en eettenten vullen de leegtes tussen de verschillende sites op en her en der worden met het nodige lawaai de eerste halve liters van de dag geledigd. Ik ben getuige van een oer-Duits volksfeest waarop ik waarschijnlijk een van de enige buitenlanders ben. Met een curryworst – hier is dat een versneden braadworst met ketchup en currypoeder – en een bakje Duitse frieten in de hand zet ik me op het gras en kijk ik het allemaal nog een laatste keer aan alvorens straks weer huiswaarts te keren.

Het Museumsfest is een weerspiegeling van het Naheland zelf: volks, gastvrij, authentiek en pretentieloos. Duitsland moet het als bestemming bij Belgische toeristen vaak afleggen tegen populairdere landen als Frankrijk en Spanje – zelfs als het over autoreizen gaat. Toch valt hier enorm veel te ontdekken, en elke streek voelt anders aan. Op slechts een uur of twee verder rijden dan onze eigen Ardennen vind je hier in een min of meer vergelijkbaar landschap een volstrekt andere cultuur, met een eigen keuken, een eigen historiek en schitterende wijnen. Je hoeft niet elke keer de halve wereld rond te vliegen om een unieke ervaring te beleven. Verlies de buurlanden niet uit het oog, ook Duitsland niet.

PRAKTISCH

Erheen

Goodbye reed met de wagen naar Duitsland. Zonder al te veel file duurt dat vanuit Antwerpen of Brussel minder dan vier uur. Snel afgeleide chauffeurs nemen best hier en daar even pauze. Vergeet niet op de snelheidslimiet te letten eens je weer door Nederland of België rijdt.

Slapen

Goodbye overnachtte in het mooie Jugendstil-Hof in Langenlonsheim, een design B&B met drie kamers en een uitgebreid ontbijt. www.jugendstil-hof.de

Nuttige websites

Info over de hele regio via www.naheland.net
voor de wijnliefhebbers: www.weinland-nahe.de
Kreuznach: www.bad-kreuznach-tourist.de
Bad Sobernheim: www.bad-sobernheim.de

Check ook www.stadt-meisenheim.de voor informatie over Meisenheim, een omwald middeleeuws stadje waar nog heel wat architecturaal erfgoed te bekijken valt.

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord