Sao Tomé & Principe: op bezoek in een piepklein Afrikaans paradijs

Scroll naar beneden

Ooit al van Sao Tomé & Principe gehoord? Deze reporter ook niet. Maar gezien onbekend onbemind maakt, weerhield dit hem er niet van het vliegtuig op te springen voor een ontdekkingstocht doorheen een van Afrika’s kleinste – en wie weet ook wel mooiste – bestemmingen.

  • Jonathan Ramael
    Tekst & foto'sJonathan Ramael

“Zin om een reportage over Sao Tomé te maken?” “Natuurlijk!” antwoordde ik, om vervolgens snel op te zoeken waar het land precies lag. Het gebeurt me niet vaak meer dat ik helemaal niets over een potentiële bestemming weet, maar nu stond ik toch even te kijken. En gezien ik waarschijnlijk niet de enige zal zijn, volgt hier meteen een korte introductie. Sao Tomé en Principe zijn twee eilandjes die ter hoogte van Gabon op zo’n 250 km van de Afrikaanse westkust liggen. Samen vormen ze – op de meet geklopt door de Seychellen – het tweede kleinste land van Afrika. Sao Tomé is met een oppervlakte van 850 km2 en iets minder dan 200.000 inwoners het grootste en dichtstbevolkte eiland van de twee. Principe is minder dan 150 km2 groot en moet het met nauwelijks 6.000 inwoners stellen. Het geheel werd in de 15e eeuw – toen nog onbewoond – gekoloniseerd door Portugal en werd pas in 1975 weer onafhankelijk verklaard. Hierdoor is Portugees er de voertaal. De Portugezen lijken ook de enige Europeanen te zijn die de eilanden weten liggen. Enkel TAP Air Portugal biedt vluchten aan, inclusief extra tussenstop in Ghana. Daardoor duurt de reis vrij lang.

Wie niet terugdeinst voor de vlucht krijgt er echter – zo zegt toch de enige specifieke reisgids over Sao Tomé die ik op de kop kon tikken – veel voor terug. De eilanden worden bijna volledig door ongerept regenwoud bedekt en de biodiversiteit is er enorm. De palmbomen groeien er tot op de vele uitgestrekte stranden, waarop je vaak de enige buitenlander zal zijn. Massatoerisme bestaat hier niet. Je kan er zeeschildpadden spotten, bultruggen zien jongen en heerlijk duiken. Daarenboven is Sao Tomé een van de vriendelijkste en veiligste landen van Afrika (op een klein geïsoleerd eiland loop je als crimineel niet ver weg natuurlijk). Daardoor is het voor minder ervaren reizigers ideaal als introductie tot het continent. Kortom: Sao Tomé is een quasi volstrekt onbekende bestemming en zou wel eens een erg spectaculaire verrassing kunnen blijken. Ik ben alvast gepakt, gezakt en benieuwd.

Het centrum van alles

Vandaag was ik heel even het letterlijke middelpunt van de wereld. Tenminste, dat dacht ik. Op Ilhéu das Rolas, een mooi eilandje onder het zuidelijkste punt van Sao Tomé, kruist de evenaar de nulmeridiaan. De Portugezen hebben er jaren geleden – op een idyllische plek die uitkijkt over de baai – een mijlpaal neergezet en er een tegelmozaïek in de vorm van een wereldkaart rond gelegd. Pas nadat ik er trots m’n obligate selfie had gemaakt, wist m’n gids me te vertellen dat de landmeter zich destijds van plek vergist had. Het daadwerkelijke middelpunt van de planeet ligt een paar honderd meter verder in het sjofele dorpje aan de voet van de heuvel. Omdat niemand zin had de hele zooi opnieuw af te breken en te verplaatsen, besloot men het dan maar zo te laten. Maar die leuke foto heb ik alvast.

Wie er ook eentje wil maken dient, net zoals ik, eerst het hele hoofdeiland van noord naar zuid te doorkruisen, om dan in Porto Alegre een boot te boeken. Zo’n rit laat heel wat indrukken na. Sao Tomé is wild, groen en vulkanisch van oorsprong. De imposante, door gestolde lava gevormde piek van de Cão Grande die als een stenen naald uit de jungle priemt, is van dit laatste het meest indrukwekkende bewijs. Sao Tomé is ook arm. Om dat te beseffen hoef je niet lang rond te rijden. De meeste mensen buiten de hoofdstad wonen in schamele houten huisjes langs de kant van de weg en doen hun was in de rivier. Kinderen zijn alomtegenwoordig – meer dan 40% van de bevolking is jonger dan 15 – en zullen vaak spontaan contact met je zoeken. Meestal zijn dit leuke gesprekjes, maar een aantal van hen heeft geleerd om bij toeristen om snoep te bedelen. Niet aan toegeven, want in een land met op veel plaatsen evenveel eenhoorns als tandartsen (geen) is dat nefast. Naar verluidt gooien sommige toeristen zelfs handenvol snoep uit het openstaande raam van hun wagen, enkel en alleen om een foto van rennende Afrikaanse kindjes te kunnen nemen. Wees geen absolute idioot en probeer dat soort toestanden te laten. Los van de problemen die er zijn blijft Sao Tomé een pracht van een eiland, en Principe zou nog een stuk mooier moeten zijn.

Welkom in Jurassic Park

Een mens kan op drie manieren op Principe raken. 1. Zwemmen, wat niet aan te raden valt. 2. Een van de dagelijkse ferry’s nemen (traag en oncomfortabel). 3. Een half uurtje vliegen vanuit Sao Tomé in een propellertoestel, om vervolgens te landen in een van ’s werelds kleinste commerciële luchthaventjes. Het eiland ziet er fantastisch uit. Toen ik het vanop het vliegtuig voor het eerst uit de ochtendmist zag opdoemen, werd ik spontaan overvallen door de onweerstaanbare drang om het deuntje van Jurassic Park te neuriën. Die drang werd er niet minder op toen we vervolgens per jeep over allerlei kleine zandwegen door het oerwoud richting hotel reden. Roça Sundy – een van de weinige echte boetiekhotels ter plaatse – is relatief nieuw en gelegen in een oud koloniaal plantagegebouw (klein weetje: het is hier dat Arthur Eddington de relativiteitstheorie van Einstein bewees tijdens een zonsverduistering in 1919). De plantage zelf is nog steeds in gebruik en stelt samen met het hotel zowat het hele plaatselijke dorp tewerk. Sao Tomé en Principe stonden jarenlang bekend als de chocolade-eilanden, en ook vandaag de dag worden er nog topproducten gemaakt. Wie een bezoek wil plegen aan de bron van al dit lekkers, dient eerst een uur door de jungle te ploeteren. De cacao- en koffiebomen worden immers aangeplant onder het al bestaande bladerdak van hogere bomen. Zo wordt de omgeving zo min mogelijk aangetast. Het regenwoud zit boordevol leven. Overal klinkt gekwetter en hier en daar spotten we kleurrijke vogels. Gids André laat me onderweg allerlei wilde planten zien en proeven: van erg zoete naar drop smakende vruchten en natuurlijke pepers tot een varenblad waarmee je – verpulverd en natgemaakt – je auto kan wassen. Alles lijkt hier in overvloed te groeien. Heel wat mensen halen dan ook het gros van hun dagelijkse kost rechtstreeks uit het bos. De plantage zelf ligt op de top van een heuvel die een prachtuitzicht biedt over een groot deel van het eiland. Ik kijk uit over één uitgestrekt, grillig groen deken, waarop van enige bewoning nauwelijks sprake lijkt. Later op de dag besluit ik naast het hotel een biertje te drinken in het enige café van het dorp, dat ook dienst doet als kruidenier en op zaterdag zelfs als plaatselijke disco. Met de voeten omhoog en met de laatste stralen van de ondergaande zon op m’n gezicht, strek ik me op het terras nog eens uit. Het leven kan soms simpel zijn.

Wie het kleine niet eert

Het leven op Principe is een les in kleinschaligheid. Santo Antonio is er de hoofdstad, maar bestaat uit niet meer dan een paar honderd huisjes langs weerszijden van een lui stromende rivier. De rest van de inwoners woont verspreid over het eiland in nog veel kleinere dorpjes. Men lijkt er hier over het algemeen veel beter aan toe dan op Sao Tomé. Armoede is er nog steeds, maar de meeste mensen wonen in bescheiden maar kleurrijke en schijnbaar goed onderhouden huisjes, en de jungle bevredigt de meeste basisnoden. Het is hier ook erg netjes. Buiten hier en daar in Santo Antonio valt er bijna nergens afval te bespeuren, en in elk dorp staan gekleurde sorteervuilnisbakken die plichtsbewust gebruikt worden. Later op de dag raak ik aan de praat met een dorpeling die me in z’n living uitnodigt. Pimpa is een aimabele man van 66 die ondertussen aan z’n twaalfde kind bij z’n derde vrouw toe is. Hij teelt al meer dan twintig jaar ananassen, die hij aan het hele eiland verkoopt. Zijn houten huisje ziet er langs buiten ietwat basic uit, maar binnen wachten me verschillende kamers, natuurstenen vloeren, een gezellig salon en een nieuwe tv. De man woont zonder te beseffen in een bungalow waar je in de Ardennen geld voor zou neertellen.

’s Avonds arriveer ik in het mooist gelegen hotel van Principe. Het Bom Bom Island Resort bestaat uit een aantal luxe-chalets die langs een strand om van weg te dromen liggen. Het restaurant ligt op een apart eiland, en valt enkel te bereiken via een 300 meter lange houten brug waarop de golven breken. Wanneer ik na het avondeten de brug weer oversteek wordt m’n weg verlicht door een van de meest fenomenale sterrenhemels die ik ooit heb mogen zien. Het soort waarvoor je spontaan in het holst van de nacht op het strand blijft liggen. Wie het tragisch overbelichte België gewend is weet niet wat hij ziet. Genoeg naar de sterren gekeken, wandel ik vijf meter verder naar m’n kamer die op de zee uitkijkt. De volgende drie dagen zal ik, in een hemelbed gelegen, door het geluid van de branding in slaap worden gewiegd. Dichter bij het paradijs ben ik nog niet vaak geweest. 

Kwetsbare natuur

Principe is een van de beste plekken ter wereld om migrerende zeeschildpadden te zien nestelen. Het plan was dan ook om tijdens m’n laatste nacht op het eiland een van de broedplaatsen te bezoeken. Een plots en vervelend tropisch onweer stak hier helaas een stokje voor. Toch zou ik uiteindelijk een schildpad te zien krijgen, zij het niet bepaald op de ideale manier. ’s Ochtends na het ontbijt bleek een jong exemplaar op het strand aangespoeld te zijn. Het arme beest werd ondersteboven en volledig uitgeput gevonden, en iemand van het hotel hield het koel en vochtig in afwachting van de bioloog. Die wist me later op de dag te vertellen dat het dier was gestorven, en dat hij tijdens de autopsie een stuk plastiek van 30 cm in z’n maag had gevonden.  Zelfs in een schijnbaar onaangeroerde uithoek als Principe is de nefaste invloed van de mens nooit ver weg.  

De laatste dag van de reis bracht me terug tot op Sao Tomé. Na wat kuieren langs de stoffige marktjes van de hoofdstad reed ik opnieuw naar het zuiden. Ik zou er lunchen in waarschijnlijk de enige locatie op het eiland die kan wedijveren met de Europese sterrenzaken. Roça São João is een erg bijzondere plek. Gelegen in een prachtig oud herenhuis op een heuvel, doet het zowel dienst als restaurant, als ecolodge en als lokale kunstgalerij. Het pand is het droomproject van João Carlos Silva, een aimabele man van middelbare leeftijd die zowel in Portugal als in West-Afrika doorbrak als televisiekok. João Carlos staat vandaag zelf in voor de lunch en maakt er een hele show van. Alle borden worden in een open keuken en met de hulp van een half dorp aan souschefs met veel zwier klaargemaakt. Niet minder dan twaalf gangen staan ons te wachten: kleine, minimalistische gerechtjes vol verse lokale ingrediënten en kruiden. Het hele eiland lijkt op m’n bord te liggen en alles is om duimen en vingers bij af te likken.

Volledig voldaan lig ik op het door een frisse bries verkoelde terras nog even na te genieten. Van het heerlijke eten natuurlijk, maar vooral van de reis op zich. Reizen naar Sao Tomé & Principe was voor mij een stap in het onbekende. Een bezoek is, door de beperkte connectiviteit en de concurrentie van een aantal meer gekende Afrikaanse landen, misschien niet vanzelfsprekend. De return is echter enorm. Het is een unieke bestemming die met weinig te vergelijken valt: een ongerept Afrikaans eiland vol bijna Caraïbisch aanvoelende flair. Perfect voor wie even echt tot rust wil komen.

Praktisch 

De reis werd mogelijk gemaakt door Destination Green: een Belgische touroperator die volledige reispakketten naar Sao Tomé & Principe aanbiedt. Voor meer informatie, check de website: www.destinationgreen.be.

Goodbye verbleef in de volgende hotels:

Omali Lodge (Sao Tomé): www.omalilodge.com

Roça Sundy (Principe): www.hotelrocasundy.com

Bom Bom Island Resort (Principe): www.bombomprincipe.com

Praia Sundy (Principe) werd ook bezocht. Dit luxueuze vijfsterrenresort was nog in aanbouw, maar werd ondertussen geopend. www.sundyprincipe.com

Deze hotels en een deel van de plantages worden uitgebaat door HBD, een concern dat zowel instaat voor de bescherming van de plaatselijke natuur als voor de ontwikkeling van de lokale economie. Principe werd door Unesco erkend als een te beschermen biotoop. Alle ontwikkelingen op het eiland dienen hier dan ook mee in overeenstemming te zijn.

Erheen

Goodbye vloog met TAP Air Portugal vanuit Zaventem naar Sao Tomé en maakte tussenstops in Lissabon en Accra (Ghana). www.flytap.com

Wie als Belg naar Sao Tomé trekt dient op voorhand geen visum aan te vragen voor een verblijf korter dan 15 dagen. Wat je wel absoluut moet meebrengen is je gele koortsboekje. Wie op veilig wil spelen brengt best ook malariapillen en heel wat muggenspray mee, want gestoken word je (vooral in het regenseizoen).

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord