Taiwan: het mistige hart van Azië

Scroll naar beneden

Traditie + technologie = Taiwan. Een simpel rekensommetje vat de ziel van het eiland uitstekend samen. Maar de Republiek China, zoals Taiwan officieel heet, biedt nog meer toeristische wiskunde: natuur in het kwadraat, culinaire algoritmes en een zeer hoog vriendelijkheidsquotiënt bij de bevolking.

  • Sebastiaan Bedaux
    Tekst & foto'sSebastiaan Bedaux

‘Taiwan – The Heart of Asia’. De slogan die het ministerie van Toerisme bedacht om het eiland in de toeristische verf te zetten, is alomtegenwoordig op de internationale luchthaven Taiwan Taoyuan. Zelfs met een vlucht van zo’n twaalf uur (rechtstreeks vanuit Amsterdam) in de benen lijkt me dat een boude slagzin. Als ik voor een lichaamsdeel had moeten kiezen – puur geografisch gezien dan – zou het de onderbuik van China zijn geworden. Of de alvleesklier, want die vorm heeft het eiland ongeveer. Maar een hart straalt nu eenmaal meer daadkracht uit, meer dynamiek en warmte. En meer openheid. Eigenschappen waar Taiwanezen zich graag mee vereenzelvigen, zo blijkt later, en die al meteen gebundeld zijn in de begroeting van onze gids Lin Lin. “N? h?o,” lacht het kleine vrouwtje met de opvallend roze wintermuts. Het is 22 graden Celsius, maar warm vindt Lin Lin het allerminst. Bovendien doet haar muts dienst als gidsenparaplu: effectief tegen de regen en handig als herkenningspunt. “Noem mij trouwens maar Christina, dat is mijn Engelse naam.” Het is in Taiwan de gewoonte om al op jonge leeftijd voor een Engelse naam te kiezen, al geldt dat niet voor onze chauffeur Xiao Wei die door de vier aanwezige journalisten al snel John Wayne gedoopt wordt. Spreken kan hij niet, of toch niet in het Engels. Rijden gelukkig wel. En we hebben heel wat kilometers voor de boeg.

Stevige paraplu vereist

Met een oppervlakte van zo’n 36.000 vierkante kilometer is Taiwan maar een provincie of twee groter dan België. Beeld u een extra Limburg en Antwerpen in, maar dan nog dichter bevolkt, met gigantische bergen, bedekt met jungle en wel vijftig E313’s. Het totale inwonersaantal is ronduit indrukwekkend: 23,5 miljoen. Twee keer zoveel inwoners als België en dat op een eiland met een weinig bevolkte bergkam die Taiwan in een oost- en een westkant splitst. In het noorden ligt Taipei, de hoofdstad van het eiland en met 2,7 miljoen inwoners ook de grootste stad. In het uiterste zuiden ligt een nationaalpark, één van de tien in Taiwan. Waarmee Taiwan België (slechts één nationaalpark, Nationaal Park Hoge Kempen) op natuurvlak belachelijk maakt. Toch is het niet al feeststemming in Taiwan: de gemiddelde regenval bedraagt er 2.500 millimeter per jaar, in Vlaanderen ligt dat rond de 800 millimeter. Een stevige paraplu is met andere woorden geen overbodige luxe. “Taiwan heeft een tropisch moessonklimaat met warme en zeer vochtige zomers en korte, milde winters”, legt Christina uit. “In het voorjaar krijgt het noordoosten de meeste regen te verteren, dankzij de noordoostmoesson. In het zuiden van het land is de invloed van de moesson minder, maar tijdens de zomermaanden komen over heel het eiland wel cyclonen voor.” Ook aardbevingen zijn schering en inslag, zo mogen we zelf ondervinden op dag 5. Gelukkig gaf de schaal van Richter slechts 2,4 aan. Toch werden we vakkundig uit bed getrild in het midden van de nacht. Maar vele malen erger – vanuit fotografisch standpunt toch – is de hardnekkige bewolking, die indrukwekkende vergezichten volledig verpest. “Taiwan is een heel mooi eiland. Het is alleen soms moeilijk te zien achter al die mist en wolken.”

Japanse invloed

Officieel wordt Taiwan maar door een handvol landen als aparte natie erkend. Voor de Chinezen is en blijft Formosa, zoals Taiwan vroeger heette, de opstandige provincie die deel blijft uitmaken van de Volksrepubliek China. Om de soevereiniteit van Taiwan de kop in te drukken, verbiedt China andere landen om zowel Taiwan als China als aparte staten te aanzien. Er moet met andere woorden gekozen worden: China als handelspartner voor het hoofd stoten of Taiwan als deel van het grotere geheel bekijken. Ook België koos voor dat laatste en ziet het eiland niet als land. Het zal de gemiddelde (Europese) toerist in Taiwan spreekwoordelijke worst wezen. Een gigantisch voordeel is dat je geen visum nodig hebt om naar ‘het hart van Azië’ te reizen. “Taiwan is lang een Japanse kolonie geweest, tot aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Daarom voelt Taiwan nu soms aan als een mix van China en Japan. In vergelijking met Chinezen zijn wij bijvoorbeeld veel beleefder. Dat is die Japanse invloed. Ook was het ooit gekoloniseerd door de Nederlanders en door de Portugezen, die het eiland ‘Ilha Formosa’ noemden, wat zoveel betekent als ‘Prachtig Eiland’.” De Portugezen moeten het dan ongetwijfeld over de oostkant van Taiwan gehad hebben, want het geïndustrialiseerde westen is erg lelijk. Waar Taipei nog een zeer aangename mix van traditionele tempels, moderne hoogbouw, brede waterwegen en een indrukwekkend wegennet etaleert, valt de reis door het westen visueel flink tegen. Toch kunnen we er niet omheen omdat het Lampionnenfestival – één van de drie grote feesten in Taiwan – georganiseerd wordt in de onooglijke regio Yunlin. En laten we nu net hier zijn voor dat Lampionnenfestival… “Elk jaar vindt het grote festival plaats in een andere provincie, om het toerisme daar wat aan te zwengelen. Maar in elke stad en in elk dorp wordt het festival gevierd op een eigen manier. Zo is het in het noordelijke dorpje Pingxi de traditie om papieren wensballonnen de lucht in te sturen. Elders gaat het festival dan weer gepaard met veel vuurwerk. Hier in Yunlin zijn het allemaal zijden figuurtjes die mooi verlicht worden.” Met mooi verlicht bedoelt Christina ongetwijfeld overdreven kitscherig, maar indrukwekkend is het wel: 1 miljoen Taiwanezen die staan te gapen naar duizenden fel verlichte figuurtjes, veelal in de vorm van een haan, wegens het Chinese jaar van de Haan. 

Een gordijn van nevel en mist

Dat het Lampionnenfestival een gigantisch commercieel succes is, blijkt ook uit het feit dat er in de wijde omgeving van Yunlin geen hotelkamer meer te vinden is in die periode (half februari). Uiteindelijk worden wij enkele tientallen kilometers verder ondergebracht in het hotel van het Janfusun Fancyworld-pretpark, een soort Las Vegas-resort voor Taiwanese kinderen met Wicky de Viking-obsessie. Zelfs in Taiwan valt niet aan de commerciële klauwen van Studio 100 te ontsnappen. Terwijl het hoogste reuzenrad van het eiland haar eerste meters maakt, zitten wij al lang weer in ons busje, ditmaal richting de bergen. Eindelijk krijgen we nog eens wat van dat bekende Taiwanese natuurschoon onder ogen, al is het hier – de Alishan National Scenic Area – vooral ‘man-made’, met uitgestrekte groene flanken vol theestruiken. “Taiwan staat bekend om haar zeer geurige Oolong- en Pouchongtheeën van uitstekende kwaliteit. Thee is alomtegenwoordig, als favoriete drankje tijdens en na het eten, als verkoopwaar in winkeltjes en dus ook als uitzicht in de natuur.” Het moet gezegd: het groene theelandschap maakt een diepe indruk. En verdwijnt een half uurtje later weer achter een gordijn van nevel en mist. Via een weg met zesendertig haarspeldbochten duiken we het wolkendek door om enkele tientallen meters lager een nieuwe laag wolken te ontdekken. Het typische Taiwanese weer gooit duidelijk roet in het eten. Even later staan we aan het bekende Sun Moon Lake, een prachtig meer met water in jadekleur en een must op iedere toeristische rondreis door Taiwan. De ongelooflijke schoonheid moet ik er echter bij verzinnen. “Al die mist… Dat kan gebeuren in Taiwan. Maar geloof me: het is heel mooi.” We geloven je, Christina!

Stinky tofu

Heel mooi – en dat kunnen we dit keer met eigen ogen zien – is het ook in het noordoosten. In Jiufen, het op kliffen gebouwde traditionele dorpje met uitzicht op zee (kortom: het Cinque Terre van Taiwan), worden we wel nog op een lichte regenbui getrakteerd, maar krijgen we toch al een voorsmaakje van de oostkust van het eiland: wild, groen en vol laguneblauwe baaien. In de smalle en steile steegjes van Jiufen ruikt alles naar eten, de ene keer bijzonder lekker, de andere keer wansmakelijk vies. “Dat is de stinky tofu die je ruikt. Een delicatesse hier in Taiwan. De geur komt door de fermentatie van de tofu. Maar vertrouw me: het ruikt straffer dan het smaakt.” Ik vertrouw Christina niet helemaal, zeker niet na de lunch van een dag eerder waarbij ik kennismaakte met die andere delicatesse, het duizendjarig ei. “Dat is gekookt in paardenpis”, lachte ze. Om daarna te beweren dat dat maar een grapje was. Het ei is bovendien geen duizend jaar oud, maar wel honderd dagen. Het is gefermenteerd in houtskool en kalk en is daarom zwart geworden. Ze vergat wijselijk te zeggen dat het om een eendenei ging. Dat gezegd zijnde: het eten in Taiwan is van een goddelijke kwaliteit. Uiteten lijkt zelfs de nationale sport. “De meeste mensen koken zelf niet. In iedere stad en elk dorp vind je zoveel eettentjes en restaurants dat zelf koken echt niet nodig is.” In één bepaalde soep kwam ik nog wel eendenpoten (letterlijk de voeten van de eend) tegen, de rest van de Taiwanese keuken bestaat uit gestoomde dumplings, gefrituurde kip, rijstnoedels, gekaramelliseerde groenten, verse soepen, gestoofd varkensvlees, … Alles vers en voor je ogen klaargemaakt, in bepaalde gevallen zelfs door een legertje biologen – eigenlijk koks in haast steriele outfits – die zich professioneel buigen over hun ‘xiaolongbao’, oftewel lokale dimsum.

10.000 tempels

De populairste toeristische attractie van het land is de Taroko-kloof en het bijbehorende nationaalpark in het oosten van Taiwan. Hoge bergen, marmerrotsen en diepe valleien begroeid met tropisch regenwoud wisselen elkaar hier af, om uiteindelijk een sierlijke duik te maken in het azuurblauwe water van de Stille Oceaan. Het is een absolute must op elke toeristische route in Taiwan. Behalve op die van ons, zo blijkt. Dat het er adembenemend mooi is, heb ik namelijk enkel van horen zeggen. “Natuurpracht is niet het thema van deze reis”, legt gids Christina met een uitgestreken gezicht uit. Want dat thema was het Lampionnenfestival. Maar het had even goed ook de tempels van Taiwan kunnen zijn. Het kleine eiland herbergt namelijk niet minder dan 10.000 geregistreerde tempels, de meeste boeddhistisch of taoïstisch van aard. In die tempels komt de wiskundige formule van Taiwan (= traditie + technologie) mooi tot uiting. Terwijl de ene helft van de bezoekers zich aan een rist schaamteloze selfies waagt, bidt de andere helft devoot tot Boeddha of Confucius onder het genot van geurige wierookdampen, vaak in lange witte gewaden. Het is haast komisch om te zien hoe traditie en technologie hier hand in hand gaan. En elkaar moeiteloos afwisselen. 

Betelnotenverslaving

Om de vier journalisten (drie uit Frankrijk, eentje uit België) toch tegemoet te komen, heeft Christina de aan betelnoten verslaafde chauffeur overtuigd om ons naar het Yangmingshan National Park te rijden. Betelnoten zijn zaden van de betelpalm die door schaars geklede dames in koterijen langs de autosnelweg verkocht worden. De noot is geliefd om zijn opwekkende werking. En als we het gebruik van onze chauffeur in rekening brengen, moet hij zowat de meest opgewekte man van Taiwan zijn. Een nadeel is wellicht dat zijn tanden het haast allemaal opgegeven hebben, een bekende bijwerking van deze legale high. Zijn mondhygiëne interfereert gelukkig niet met onze natuurplannen. Maar opnieuw zit het weer niet mee. Yangmingshan ligt net buiten Taipei en staat bekend om haar wandelpaden, verkwikkende hotsprings en zwavelgeur afkomstig van de onderliggende vulkaan. Maar in de regen en onder de wolken houdt lang hiken ook geen steek. Dan maar opnieuw naar het restaurant!

Speelgoedhengels

Met nog één dagje Taipei op de agenda komt de zon eindelijk piepen. Het maakt een wereld van verschil voor het gemoed. De interessante metropool baadt in het zonnetje en wij maken van de gelegenheid gebruik om de laatste curiositeiten van het land te ontdekken. Zoals ‘urban shrimp fishing’, een populaire hobby waarbij Taiwanezen aan de rand van een groot binnenbad gaan zitten om met speelgoedhengels op grote garnalen te vissen. Om de buit daarna ter plekke te barbecueën. “Ik zei het toch: Taiwanezen zijn gek op eten!”

Praktisch

Zowel China Airlines als KLM vliegen rechtstreeks vanuit Amsterdam naar Taipei, de hoofdstad van Taiwan. De vliegtijd bedraagt zo’n twaalf uur. 
Belgische reizigers hebben geen visum nodig voor Taiwan.

De lokale munt is de Taiwanese Dollar (1 euro = 33 TWD).

Taiwan heeft een subtropisch klimaat in het noorden en een tropisch klimaat in het zuiden. Het eiland kent een zeer nat tyfoonseizoen tussen juli en september. De beste reisperiodes zijn oktober tot november en maart tot mei.

Het Lampionnenfestival is één van de drie belangrijkste feesten in Taiwan en wordt elk jaar georganiseerd op de eerste volle maannacht van het nieuwe jaar. Het festival duurt tegenwoordig negen dagen.

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord