De Canadese Rockies in de winter

Scroll naar beneden

Jasper National Park is in de zomermaanden een van de drukst bezochte parken in het westen van Canada. In de winter is het er heerlijk rustig. Ik moest er de wildernis van de Canadese Rockies enkel maar delen met wapitiherten, dikhoornschapen en de stilte.

  • TekstJonathan Vandevoorde

Op tien centimeter dikke banden duw ik de kilometers achter mij weg op het ingesneeuwde wandelpad dat de oevers van de North Saskatchewan River volgt. De zon strijkt haar gouden licht over het parklandschap uit. IJsschotsen drijven op het water. De keurige veranda’s in de villawijk Riverdale zijn gedecoreerd met kransen van kerstrozen en slingers van heesterstruik. Een witte kerst vinden ze hier in Edmonton heel gewoon.

Mijn gehuurde fatbike is echt gemaakt voor dit soort werk. Ik voel de ijskoude lucht door mijn neusgaten stromen. Gisterenmiddag geland na een vlucht van dik acht uur en vanochtend al in het zweet bij min veertien graden: een betere manier om aan het tijdsverschil te wennen bestaat niet. ’s Middags breng ik nog een bezoek aan het vernieuwde Royal Alberta Museum dat mij wegwijs maakt in de geologische en geschiedenis van de provincie. En als rond half vijf de zon ondergaat, floepen tienduizenden kerstlichtjes aan op het plein voor de Legislature, het statige parlementsgebouw van de provincie Alberta. Bij mij gaat het licht dan zo ongeveer uit. Leve de jetlag. Morgen is weer nieuwe een dag en de grote natuur lonkt.

Jasper

Naar Canadese normen ligt Jasper National Park in de Rocky Mountains op slechts een steenworp afstand van de provinciehoofdstad: dik 360 kilometer. So what? Reizen is ontspanning in een land zo groot als een continent. De Yellowhead Highway, de slagader van West-Canada, wordt heel de winter sneeuwvrij gehouden, weer of geen weer. Ik zie de vlakke akkers langzaam veranderen in golvende bossen. Hier en daar verraadt een ja-knikker dat de economie van Alberta het evenveel van de olie als van de land- en bosbouw of het toerisme moet hebben.

Drie uur later rijzen hoge bergen als een gekartelde muur uit de bossen omhoog, badend in de middagzon. Ik heb de front range bereikt, de meest oostelijke bergketen van de Rocky Mountains. Ooit was dit het werkgebied van de legendarische Hudson’s Bay Company. De toen nog Britse onderneming stuurde eind zeventiende eeuw reeds onverschrokken mountain men op avontuur in dit onherbergzame stuk Noord-Amerika om op bever en otter te jagen. Hudson’s Bay domineerde meer dan een eeuw lang de pelshandel met Europa en China.

Railroad town

In mijn king size bed lig ik te woelen. Ik logeer in een luxuezue boshut op het terrein van de Fairmont Jasper Park Lodge. Door de kurkdroge berglucht zit mijn neus dicht en is mijn keel een rasp. In dat vage gebied tussen slaap en wakker denderen in de verte continu goederentreinen af en aan. Jasper was eerst en vooral een railroad town, een onderhoudsdepot langs de Transcanada-spoorlijn. Vroeger werden levensmiddelen, spullen en mensen die beschaving in het verre Westen moesten brengen vooral over het spoor vervoerd. Dorpen ontstonden en economische activiteit ontwikkelde zich langs de rails. Nu brengen kilometerslange treinen steenkool en containers naar de havens van Vancouver en Prince Rupert die als eindbestemming het verre Oosten hebben.

Het is ’s ochtends rond vier uur als ik het weerbericht check op mijn gsm. Min negentien en helder. Ik sta op, trek alle lagen aan die ik meegebracht heb, neem mijn camera en statief mee en stap de windstille koude tegemoet. In het schijnsel van de lantaarns kijkt een vosje mij eerst nieuwsgierig aan en verdwijnt dan tussen de blokhutten. Aan de oever van het bevroren Lake Beauvert is het stikdonker. Ik kijk omhoog. Ik verwacht op deze maanloze nacht duizenden sterren te zien, hoop ook op noorderlicht, maar dit valt tegen. Orion herken ik, de Grote Beer natuurlijk en de Plejaden, het Zevengesternte. Maar geen Melkweg. De verlichting van Jasper Town geeft een deel van de hemel een vage chocolademelkkleur. Vanaf statief maak ik een foto met lange sluiertijd: de gevoelige sensor maakt nevelbanden zichtbaar. Wat is dit? Ik maak nog enkele foto’s, duik een uurtje later terug mijn warme bed in en val in een onrustige slaap.

Food town

“Rook van een aangestoken brand. Met een controlled burn is men dood bos aan het verwijderen.” Zo luidt de verklaring van de heiigheid van afgelopen nacht volgens Estelle Blanchette als ik er haar de volgende dag naar vraag. Estelle neemt me mee op een originele stadswandeling, de Jasper Food Tour, en strooit kwistig met wetenswaardigheden. “Dit is de tweede grootste Dark Sky Preserve ter wereld. Men zegt dat je hier op een heldere, donkere nacht tot vijfhonderdduizend sterren moet kunnen zien. Daarom zijn we onze straatverlichting aan het aanpassen, zodat lantaarns minder licht verstrooien.” Estelle komt oorspronkelijk uit Québec. Ze is in haar prille twenties hier naartoe gelift op zoek naar een baantje, en nooit meer teruggegaan. “Niemand komt eigenlijk uit Jasper”, vertelt ze, “we zijn allemaal pioniers, op zoek naar the outdoors, de natuur. Het leven hier is niet voor iedereen weggelegd, want het ziekenhuis of de middelbare school liggen niet om de hoek.”

Tijdens een soort kroegentocht langs vier restaurants proeven we de lekkerste gerechten en heerlijkste drankjes. In de lokale brouwerij eet ik gehaktbrood van wapitihert, in de pub verderop in de straat een stevige rib van rundsvlees en dan weer een falafel met geitenkaas geserveerd met een bijzondere wijn uit British Columbia. Tegen de tijd dat we beginnen aan Spaanse churros met een rocky twist, zijn we tweeënhalf uur en een half dozijn lokale legenden verder. Passie voor eerlijk eten in dit bergdorp? Estelle weet wel waarom. “De eerste pioniers moesten elkaar helpen en deelden eten met elkaar, vooral ’s winters. Nu nog wordt er elke week een community dinner georganiseerd waarbij vrijwilligers voor anderen koken, zoals voor de tijdelijke seizoenskrachten die hier elke zomer komen werken.”

Die aangestoken brand: waarom is die nodig, wil ik uiteindelijk weten. “Je zult gemerkt hebben dat heel veel lodgepole pines, de dennensoort die hier overal groeit, roestkleurige naalden hebben. Die bomen zijn doodziek. De schuldige is de larve van de dennenkever die onder de schors leeft en de sapstromen afsnijdt, waardoor de boom uiteindelijk afsterft.” Als Estelle zegt dat 75 procent van alle bomen in de vallei aangetast zijn, geeft dat te denken. Het is een lang verhaal over te veel oud hout dat te dicht op elkaar groeit vanwege decennia aan koste-wat-het-kost brandbestrijding, gecombineerd met klimaatverandering. “De natuurlijke afweer van de bomen laat het nu afweten”, lamenteert Estelle. “Het vriest minder lang dan vroeger, waardoor steeds meer larven de winters overleven en dus meer bomen infecteren. Zo ontstaat een enorm brandrisico. De brandweer is momenteel een brandvrije gordel rondom Jasper aan het aanleggen door bomen te kappen en gecontroleerd branden aan te steken. Als ooit het inferno uitbreekt, zal het vuur niet tot bij de huizen kunnen komen.”

Canadese tarwebloem

Hoe erg de aantasting is, wordt echt merkbaar als ik naar het hogergelegen Marmot Basin rijd, het skigebied van Jasper. Vanaf het terras met uitzicht van het skirestaurant zie ik hectaren en hectaren aan roestbruin naaldbos op de berghellingen. En dat gaat allemaal een keer branden, ooit… Ik huiver bij de gedachte.

Skiën in de Rockies: ik heb het altijd een keer willen doen. Canadese poeder is legendarisch. In tegenstelling tot Edmonton heeft het hier echter al twee weken niet meer gesneeuwd. Toch ligt er een laag waar iedereen zorgeloos overheen glijdt. Het is een vreemde gewaarwording. De sneeuw knerpt hier niet en er is geen brok of plaat ijs op de piste te bekennen. Het is alsof ik over een laag bakmeel zweef – absoluut geruisloos, met dank aan het droge klimaat. Nog een verschil met Europa: het blijkt hier te zijn toegestaan om, althans binnen de begrenzingen van het skigebied, buiten de piste te skiën. Tussen de bomen skiën… Dat moet kicken zijn, denk ik, en ik beeld mij coole reclamefilmpjes in van een in slow motion door poeder stuivende atletische skigod – ik – omringd door witte dennen. Ik volg een spoor het bos in. Omdat de sneeuwlaag echter oud is en mijn skitechniek (zacht gezegd) nogal rudimentair, valt het ontwijken van de dicht opeenstaande boomstammen flink tegen. Ik verkramp en ga een paar keer tegen de vlakte. Gelukkig is de toplaag zacht genoeg. En droog.

Icefields Parkway

De volgende ochtend ben ik na weer een onrustige nacht al vroeg op. Vandaag heb ik een shuttlebusje geregeld die me naar Lake Abraham brengt. De chauffeur, Warren, is veertig jaar geleden in Jasper terechtgekomen voor een baantje en nooit meer weggegaan: waar heb ik dat nog gehoord?

We slaan de Icefields Parkway in, een 230 km lang asfaltlint door Jasper en Banff National Parks, het paradepaardje van toeristisch Canada. Toen ik hier laatst was, in de zomer van 2016, reed je in een lange sliert van mobilhomes van uitzichtpunt naar uitzichtpunt. Nu, hartje winter, is er geen mens te bekennen. Enkele wapitiherten sjokken achteloos in de bosrand langs de weg op zoek naar schaars gras. Een kudde dikhoornschapen heeft zijn zinnen gezet op de rivierbedding aan de overkant.

De verlatenheid heeft als een onzichtbare mist de bergwildernis in stilte gehuld. Naarmate we hoger klimmen ligt er meer sneeuw langs de weg. Woeste wolkenpartijen kolken om machtige bergtoppen. Het valt mij ook op dat de bomen weer groen zijn, niet aangetast door de dennenkever. Volgens Warren komt dat doordat we hier op grotere hoogte zijn, waar het dus langer vriest.

 

Jasper National Park grossiert in spectaculaire uitzichten. Warren slaagt er in het busje telkens veilig op een besneeuwde parkeerplaats te loodsen als de toerist in mij weeral wil stoppen voor een foto. Boven op Sunwapta Pass rijdt een sneeuwschuiver ons tegemoet. “Dit is het enige verkeer dat ik graag tegenkom”, lacht hij. “Winterbanden zijn hier voldoende. Het gebeurt, als het een keer flink gesneeuwd heeft ’s nachts, dat de Parkway een ochtend dicht is, maar in de regel is wordt hij continu sneeuwvrij gehouden.”

Het anders zo drukke bezoekerscentrum ter hoogte van het Columbia Icefield ligt op bijna 2.000 meter hoogte en is dicht: Warren en ik staan helemaal alleen in dit arctische landschap. De beroemde gletsjer zelf zit verstopt in een dikke laag wolken. Een ijskoude wind snijdt in mijn handen als ik enkele foto’s maak. Snel weer verder. Enkele kilometers verderop verlaten we de Parkway en rijden we over de David Thompson Highway richting oosten. Meteen klaart het op en verdwijnt de sneeuw. “Regenschaduwgebied”, aldus Warren. “De meeste neerslag komt hier uit het westen. De oostelijke Rockies krijgen daardoor veel minder sneeuw.”

Sneeuwstrand

Tegen het middaguur bereiken we het terrein van een helikopterbedrijfje aan de oever van Lake Abraham. Ik heb een vliegexcursie geboekt over de Rockies. En dan kun je maar beter geen sneeuwbuien hebben, volgens piloot Alex. “Met hevige wind kunnen we vliegen, maar als er mist is of het sneeuwt, wordt het gevaarlijk. Want hier vliegen we nog puur op zicht. Zoals vroeger”, vertelt hij met een vet, Frans accent. Alex is 24 jaar oud en heeft het helikoptervliegen van zijn vader geleerd in de Haute-Savoie, waar hij vandaan komt.

Met deze Savoyard vlieg ik ogenblikken later in een glazen bubbel langs de machtige rotsmassieven die de Rocky Mountains hun naam gegeven hebben. Ik probeer zoveel mogelijk van die uitgestrektheid in mij op te nemen maar toch ook foto’s te maken en te filmen. De indrukken volgen elkaar in razend tempo op. Deze vlucht mag van mij uren duren.

Ik voel de wind aan de heli rukken als we over een bergkam richting een bevroren bergmeertje duiken. We landen op een sneeuwstrandje en snoeren de meegebrachte sneeuwschoenen aan voor een korte wandeling in de diepe, zachte sneeuw van een beboste helling. De wetenschap dat deze plek vele kilometers ver weg van de beschaving verwijderd ligt, maakt dit rondje best bijzonder. En daarna ‘mag ik weer’, de lucht in, blij als een kind op een kermisattractie.

Gedurende de meer dan twee uur durende rit terug naar Jasper zweef ik met mijn gedachten nog over de Rockies. ‘s Avonds kan ik de slaap maar niet vatten. Toch maar weer eruit, de vrieskoude in, naar dat donkere strandje bij Lake Beauvert. Er staat een venijnig windje dat het ijs op het meer doet loeien als een slecht gestemd kerkorgel, een geluid dat natuurijsschaatsers maar al te goed kennen. Ik kijk omhoog. De wind heeft de hemelkoepel schoongeveegd. Ik zie Orion weer, en de Plejaden. En daar, de Melkweg. Zouden dit vijfhonderdduizend sterren zijn? Ik weet het niet, ik denk misschien wel meer.

Ik heb de rest van die nacht geslapen als een roos.

Praktisch

In Edmonton is een bezoek aan het vernieuwde Royal Alberta Museum de moeite waard. Of verken het rivierpark op de fatbike, met of zonder gids: www.revolutioncycle.com. Ook een wedstrijd van ijshockeyteam Edmonton Oilers in het indrukwekkende stadion Rogers Place is een hele belevenis. Het seizoen loopt van oktober tot begin april. www.nhl.com/oilers

In Elk Island National Park, 45 km ten oosten van de stad, kun je bizons spotten en sneeuwschoenen huren. Alles over Edmonton vind je op www.exploreedmonton.com

Edmonton is het ideale vertrekpunt om ’s winters Jasper National Park te bezoeken, want de Yellowhead Highway is altijd open (3,5 uur rijden met een huurauto of via de shuttledienst aan 100 Canadese dollar per persoon).

KLM vliegt ‘s winters rechtstreeks naar Edmonton: www.klm.be.

Voor het boeken van een wintersportreis naar Jasper incl. vlucht, transfer of huurauto, verblijf en meerdaagse skipas is www.sneeuwzekerdeals.be het beste vertrekpunt (vanaf ca. € 899).

Maar Jasper National Park is meer dan skiën. Aanraders: een Jasper Food Tour met Estelle: www.jasperfoodtours.com. Of een helikoptervlucht vanaf Lake Abraham: www.rockiesheli.com). Vervoer vanuit Jasper naar het meer kost extra. Zelf rijden over de Icefields Parkway en Thompson Highway kan ook. www.jasper.travel

Logeertip in Jasper: Fairmont Jasper Park Lodge. Vijf sterren, heerlijke locatie aan Lake Beauvert. ’s Avonds worden er voorstellingen gegeven in het planetarium en kun je door telescopen kijken. Vanaf 150 euro per nacht, via www.fairmont.com.

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • reisreportages over de mooiste vakantiebestemmingen
  • de knapste logeeradressen en lekkerste adresjes
  • tientallen tips voor een vakantie dichtbij of ver weg

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord