Een spoedcursus Sri Lanka: prachtig, heilig eiland

Scroll naar beneden

Over het gelaat van India rolde een traan die uiteindelijk uitmondde in de Indische Oceaan. Maar die ‘Traan van India’, zoals Sri Lanka vaak omschreven wordt, is er eentje van intens geluk. Letterlijk vertaald betekent Sri Lanka ‘prachtig, heilig eiland’. Een bijzonder accurate vertaling, zo blijkt.

  • Sebastiaan Bedaux
    Tekst & foto'sSebastiaan Bedaux

De avond valt over de westkust van Sri Lanka. De ondergaande zon perst nog eenmaal al haar oranjerode pracht door het bladerdek van exotische palm- en bananenbomen. Nog eenmaal voor mij tenminste. Na een week op het eiland moet ik weer huiswaarts, waar de goede herinneringen aan het magnifieke eiland me nog lang zullen vervullen met heimwee. Ik heb net een spoedcursus Sri Lanka gehad, met bezoekjes aan oude hoofdsteden, excursies naar nationaalparken vol wilde dieren en wandelingen over uitgestrekte zandstranden. Een veertiendaagse rondreis in één week geperst. Het resultaat zijn flinke wallen, vermoeide benen, een verbrande nek en twee SD-kaarten vol foto’s. En een glimlach zo vredig als die van Boeddha zelf. Vooraf had ik van het eiland een ‘India Light’ verwacht, maar dat bleek een tikkeltje oneerbiedig. De Traan heeft immers haar eigen identiteit, met een bijzonder rijke cultuur, een open geest, een vriendelijkere bevolking en een betere levensstandaard. Bovendien straalt Sri Lanka veel meer rust uit dan chaotische grote broer India. Ook daar zal Boeddha wel iets mee te maken hebben…

Slow travel

“Ayubowan. Welcome to Sri Lanka!” Onze gids Sarat en zijn rechterhand Sumudu lachen hun tanden bloot wanneer een stel Belgische journalisten de aankomsthal van de luchthaven in Colombo in schuifelt. “Ayubowan betekent ‘lang leve’, het is onze typische begroeting in het Singalees.” En lang zullen we die dag nog moeten leven, want na een vlucht van zo’n elf uur (met tussenstop in Doha, Qatar) zet ons toeristenbusje meteen koers richting het tempelcomplex van Dambulla. Deze unieke grottempels staan op UNESCO’s Werelderfgoedlijst en zetten onmiddellijk de toon zet van deze reis. De rit van zo’n 130 kilometer brengt ons naar het geografische hart van het eiland en neemt viereneenhalf uur in beslag, ondanks de redelijke staat van de wegen. We sjokken van dorpje tot dorpje en gluren nieuwsgierig naar de bedrijvigheid van de lokale bevolking. Van een snelweg is hier helaas geen sprake. Sterker nog: Sri Lanka heeft er maar eentje, die de internationale luchthaven met het toeristische zuiden verbindt. Het duurt met andere woorden behoorlijk lang om van A naar B te reizen, maar gelukkig heeft ook ‘slow travel’ zijn charme. 

Culturele Driehoek

Dambulla ligt middenin de Culturele Driehoek van Sri Lanka, waarvan de hoeken bestaan uit de drie oude hoofdsteden van het eiland: Anuradhapura, Polonnaruwa en Kandy. De Driehoek is een schatkist aan oude monumenten, koninklijke steden en boeddhistische tempels en is een absolute must voor iedere toerist. Uiteraard blijven sommige vakantiegangers liever twee weken op het strand of aan het resortzwembad liggen, want ook zulke toeristen trekt Sri Lanka aan. “Anuradhapura wordt beschouwd als Sri Lanka’s mooiste en meest heilige religieuze site. Nu is het een ruïne, maar van de derde eeuw voor Christus tot het jaar 993 was het onze hoofdstad. Voor boeddhisten is deze plek zeer belangrijk. Een loot van de Boom der Verlichting, de vijgenboom waaronder Siddharta Gautama (Boeddha) zijn verlichting vond, werd namelijk hierheen gebracht vanuit India. De Bodhiboom in Anuradhapura stamt dus af van de originele Boom der Verlichting. Voor heel veel boeddhisten uit alle uithoeken van de wereld is deze boom een pelgrimstocht waard.”

Jonge monniken

In tegenstelling tot India en Nepal – het vaderland van Boeddha – is Sri Lanka dus een voornamelijk boeddhistische natie. Van de 22 miljoen inwoners is ongeveer 14,5 miljoen (oftewel 70 procent) boeddhistisch. Daarmee staat het in de wereldwijde top vijf van landen met het hoogst aantal aanhangers van het boeddhisme, na China, Thailand, Japan en Myanmar. Boeddha is bovendien alomtegenwoordig in Sri Lanka, en al helemaal in de Culturele Driehoek. Zo staat onderaan de Dambulla Grottempel een gigantisch gouden Boeddhabeeld te mediteren in de zon. Een korte klim naar boven leidt naar de ingang van de Gouden Tempel die met vijf grotten de belangrijkste tempel is van het stadje. Het geheel, met in totaal tachtig grotten, is het best bewaarde tempelcomplex van het land en is bezaaid met veelal jonge monniken in oranje en donkerrode gewaden die de enorme spiritualiteit van deze plek in zich komen opnemen. De eerste grot herbergt een vijftien meter lange liggende Boeddha, de tweede wel 150 grote beelden van de man, maar ook van Hindoeïstische goden als Vishnu en Ganesha. Want het boeddhisme – geen godsdienst, maar een levensvisie – kan het aardig vinden met andere religies. Een babbeltje met twee sympathieke monniken die hier op retraite zijn, slaat de opkomende vermoeidheid tijdelijk uit mijn lijf.

Lotus

Na een verkwikkende nachtrust in een hotel dat haast opgeslorpt wordt door de jungle, zet onze chauffeur ons af in Sigiriya, aan de voet van de immense Lion Rock. Bovenop deze rots hoeven we echter geen leeuwen te verwachten, maar wel een oude ruïnecitadel en een magnifiek vergezicht. Het complex dateert uit de vijfde eeuw en is één van de zeven Sri Lankaanse sites op de Werelderfgoedlijst. De rots is ruim 180 meter hoog en vereist een fikse klim en enkele liters zweet om de top te bereiken. Daar wacht me een aangename verrassing: negen jonge monniken poseren op een rij voor de foto. Niet speciaal voor mij, wel voor die ene monnik met de smartphone. De jongen vertelt me dat hij uit Nepal komt en in de boeddhistische leer is in Kandy, de stad die we ’s anderendaags gaan bezoeken en waar één van de veertig (!) tanden van Boeddha in een kistje ligt om aanbeden te worden. Of die tand ook effectief in dat kistje ligt, is uiteraard een andere vraag. Een waar helaas niemand ons een antwoord op kan bieden.

Ondertussen trekt de groep journalisten verder naar Hiriwadunna, een authentiek dorpje aan de rand van een met lotusbloemen bezaaid meer, waar we geïntroduceerd worden in de lokale cuisine van Sri Lanka. Die lijkt toch wel erg veel op de Indiase keuken, met veel rijst, curry, roti en heel wat vegetarische opties. De befaamde ‘Dehli Belly’ is in Sri Lanka minder gekend, hoewel één van de journalisten er later die week toch in slaagt om zijn behoefte in het wild (lees: in een greppel naast de snelweg) te doen. Maar voordat dat zover is, staat er nog een bezoek aan Polonnaruwa op de agenda. Toen de oude Sri Lankaanse koning in de Middeleeuwen door de Zuid-Indiërs verdreven werden uit Anuradhapura, trok hij naar Polonnaruwa, de tweede hoofdstad van het land. Ook die is nu een ruïnestad aan een meer, met als interessantste plek de Gal Vihara rotstempel. Die herbergt vier kollossale Boeddhabeelden: één staande, één liggende en twee zittende. Een speelparadijs voor apen, zo blijkt.

Dood na selfie

Op het meest zuidelijke punt van de Culturele Driehoek ligt Kandy, na Colombo de tweede stad van Sri Lanka en de laatste hoofdstad van het Singalese koninkrijk voordat het hele eiland in 1815 Brits grondgebied werd. Met haar lange en rijke geschiedenis wordt Kandy ook de culturele hoofdstad van Sri Lanka genoemd. Het is eveneens de thuisbasis van wellicht de meest impressionante boeddhistische tempel van het land, de Tempel van de Tand. Die tand, naar verluidt een hoektand van Boeddha, wordt twee keer per dag uitgebreid gevierd door monniken, gelovigen en toeristen. Het hele spektakel is me iets te druk en vooral te luid, maar de mystieke kracht van de tempel levert wel mooie en mysterieuze plaatjes op. Maar dat doen ook de uitstrekte theeplantages in de buurt van Kandy. Thee is na rubber en specerijen één van de belangrijkste exportproducten van Sri Lanka en komt op het eiland voor in een grote variëteit. Sterker nog: ooit was Sri Lanka ’s werelds grootste exporteur van thee. Dat erfgoed wordt erg mooi zichtbaar tijdens de treinrit van Kandy naar Ella, een klein maar charmant dorpje verstopt tussen de bergtoppen in het zuiden van het land. De conducteur vertelt hoe een Chinese toerist nog niet zo lang geleden uit de trein gevallen is na een poging tot selfie. Het was meteen de Chinees’ laatste wapenfeit. Toch houdt het risico weinigen tegen om uit het deurgat te hangen voor dat ene shot…

Van olifant tot walvis

Op korte afstand van Ella ligt het Udawalawe National Park, waar meteen duidelijk wordt dat Sri Lanka ook het eiland van de olifant is. Door de betere bescherming van het dier is hun populatie de laatste jaren gestaag gegroeid tot ongeveer 5.000, waarvan ongeveer de helft in beschermde gebieden als het Udawalawe National Park leeft. Net als in Afrikaanse wildlifeparken worden ook hier safari’s aangeboden. En lang hoeven we niet te wachten op spektakel. Na een paar minuten in de terreinwagen zien we olifanten die enthousiast modder spuiten. Verderop spotten we kleurrijke ijsvogels en bijeneters, salamanders, badende buffels en krokodillen, rustende ooievaars. Uiteindelijk belanden we in een haast buitenaards landschap waarin een olifant tussen dode boomstammen verfrissing zoekt in het ondiepe water. Een prachtig zicht. Maar dat krijgen we ’s anderendaags ook honderd kilometer zuidelijker, waar de walvissen- en dolfijnenexcursie heel wat toeristen aantrekt. Terwijl twee collega’s de ziel uit hun lijf kotsen op de vier uur durende tocht op zee, maken mijn fototoestel en zoomlens overuren om de staartvin van de blauwe walvis mooi in beeld te krijgen. Missie geslaagd. Van dolfijnen was er hier overigens geen spoor.

Free Willy

Voor het eerst sinds onze aankomst in Sri Lanka zitten we aan de kust, voor de meeste toeristen de voornaamste reden om naar het eiland af te zakken. De zuidkust staat bekend als paradijs voor surfers, terwijl zonnekloppers de stranden en resorts aan de zuidwestkust – tussen Colombo en Galle – verkiezen. Na een kort bezoek aan die laatste stad, de oud-Nederlandse nederzetting, wordt het hoog tijd om uit te puffen in een luxueus resort. De Spaanse hotelketen RIU heeft er in augustus van vorig jaar haar eerste resort in Azië geopend. Dat nieuwe RIU is meteen een belangrijke reden waarom Sri Lanka als winterbestemming in de lift zit bij Belgen. Touroperator TUI, in België de exclusieve partner van de RIU-hotels, ziet zelfs een verdrievoudiging in de verkoop. Alleszins zijn de vijf sterren en het all-inclusive concept van het RIU Sri Lanka een welgekomen luxe voor de aanwezige journalisten. De drie grote zwembaden, het wellnesscentrum, de bars en restaurants nodigen uit tot enkele dagen platte rust. Helaas zijn wij hier niet op vakantie maar op spoedcursus, en moeten (of beter: mogen) wij nog op bootexcursie. Deze keer op het estuarium van de Madu Ganga-rivier, een complex ecosysteem van mangroves en kleine eilandjes waar exotische vogelsoorten, leguanen en apen de plak zwaaien. Eindigen doen we met een trip naar de schildpadbroederij van Kosgoda. Hier worden zieke en verminkte schildpadden opgevangen om aan te sterken. Speciaal voor de gelegenheid mogen wij er eentje die al drie jaar in de broederij leeft, vrijlaten op het strand in het ondergaande zonnetje. Spoedcursus afgelopen. Resultaat: grote onderscheiding voor Sri Lanka!

Zelf gaan?

Goodbye reisde naar Sri Lanka met TUI Vliegvakanties, dat er een privé rondreis met Engelstalige gids/chauffeur aanbiedt. We maakten de combinatie met een verblijf in het gloednieuwe hotel RIU Sri Lanka. Meer info via tui.be en riu.com.

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord