Koh Talu: puur natuur op een Thais privé-eiland

Scroll naar beneden

Een eiland zonder toeristen, bestaat het nog in Thailand? Terwijl de beroemde Phi Phi- eilanden kreunen onder de toeristen, zijn er andere plekjes waar het strand net zo wit, het water net zo puur en de natuur net zo weelderig is, maar waar je bij momenten het paradijs helemaal voor jezelf hebt. Welkom op Koh Talu, een authentieke brok Thailand ver weg van de massa.

  • Tine Hemeryck
    Tekst & foto'sTine Hemeryck

Aan de kust van Bang Saphan in het Bang Saphan Noi District, zo’n 270  kilometer ten zuiden van Bangkok, zit ik met een dozijn reizigers aan een ietwat gammele houten pier te wachten op de ferry naar Koh Talu. Het is een van de laatste privé-eilanden van Thailand, een langgerekt stukje paradijs van 234 hectare vol ongerepte stranden, oranje rotsen en wildernis. De begroeide uitstulpingen zorgen ongerept en onwillekeurig voor een kleurenschouwspel tegen de bewolkte hemel. Op één plaats kijk ik recht door de rotsen heen, door een groot gapend gat waar het eiland zijn naam aan dankt (Talu in het Thais betekent ‘doorheen’ en ‘Koh’ betekent eiland). De ferry houdt halt in een van de drie baaien waar het ondiepe, kristalheldere water kalmpjes het poederachtig zand kneedt. Daarachter rijst het donkergroen tropisch regenwoud op, het postkaartje is nu helemaal tot leven gekomen.

Op het hele eiland ligt maar één resort met twee types accommodaties: bungalows en houten strandhutten die uitkijken over de Golf van Thailand. Het Expeditie Robinson-gevoel is er nog groter dan ik had verwacht. Geen boten, geen parasols, geen lawaai. Mijn toevluchtsoord voor de volgende dagen is een van de strandhutten in donker teakhout. De kamer is bescheiden, maar op de ligging, omringd door palmbomen en parelwit zand, zou ik eerlijk gezegd geen prijs durven plakken. Dit is hoe het hele land er ooit uit moet gezien hebben voor de cocktailemmers, happy hours en schommelselfies hun intrede deden.

David tegen Goliath

Koh Talu heeft er lang veel minder paradijselijk uitgezien. In de jaren '80 was de zee rond het eiland een populaire uitvalsbasis om te vissen. Een van de meest succesvolle vissers in de regio was Prida Charoenpak, eigenaar van een vloot van meer dan twintig schepen. Op een goede dag haalde hij meer dan 16.000 euro aan vis en schaaldieren uit de Golf van Thailand en daarbij heiligde het doel alle middelen. Zelfs dynamiet kwam eraan te pas. Prida zag vanop de eerste rij gebeuren hoe de kwetsbare koraalriffen beschadigd werden, het visbestand slonk en het hele ecosysteem op de rand van vernieling stond. Hij hing zijn vissershoed aan de haak en verkocht zijn lucratieve vloot om Koh Talu en de zee errond te redden. Hij legde 1 miljoen euro neer voor het privé-eiland, overtuigde de regering om een gebied van 150.000 rai of 240 vierkante kilometer tot beschermd zeereservaat te verheffen en maakt er sindsdien zijn levensproject van om aan de natuur terug te geven wat hij als visser kapot heeft gemaakt.

Om zijn ecoprojecten te kunnen financieren, bouwde Prida begin jaren '90 een resort op Koh Talu. Er kwamen enkele bungalows, een restaurant met buffetdiners op palen, een kleine strandbar en een massagehut. “We houden het resort bewust kleinschalig, de focus is en zal altijd ecotoerisme blijven. Prida is inmiddels de 70 voorbij, maar nog altijd vecht hij als David tegen Goliath tegen overbevissing, illegale visserij en het gebruik van vistechnieken die grote schade veroorzaken aan het mariene milieu. Zijn jongste zoon, Phao-Pipat, ontfermt zich intussen over het resort. Wie hier logeert, draagt dus een steentje bij aan de ecoprojecten van de familie Charoenpak.

Caleidoscopische onderwaterwereld

Een van de meest bijzondere bezienswaardigheden van Koh Talu ligt onder water: de koraalriffen. Intussen is het al meer dan twintig jaar geleden dat Prida er zijn levenswerk van maakte om de riffen rond het eiland heraan te planten nadat de visserij die grotendeels had vernield, een proces dat honderden jaren zou hebben geduurd als de natuur het op zichzelf had moeten doen. Dagelijks komen duikers en snorkelaars de caleidoscopische onderwaterwereld bewonderen, voornamelijk vanuit Cha-Am en Hua Hin. Enkel wie op het eiland logeert, mag op Koh Talu aan land komen en omdat het gebied rond het eiland beschermd is, mag duiken en snorkelen bovendien maar in twee afgebakende zones. “Wat veel mensen niet beseffen, is dat koralen geen flora zijn, maar fauna”, vertelt Phao-Pipat net voor we de zee opgaan op een drijvend platform. “Het is een verzamelnaam voor miljoenen kleine zeediertjes. Ze hechten zich aan elkaar vast en vormen samen een kolonie die zich voornamelijk voedt met plankton en algen. Door de kalk die door de diertjes wordt afgezet wordt dat uiteindelijk een koraalrif.” Niet enkel verandering van watertemperatuur veroorzaakt stress voor de diertjes, ook vervuiling en menselijk contact kunnen nefast zijn, tijdens het snorkelen bijvoorbeeld. “Raak je koralen aan, ook al is dat per ongeluk met een zwemvlies, dan beschadig je hun slijmlaag en geraken ze overstuur. Meer is niet nodig om tientallen jaren groei ongedaan te maken. Als de stress te lang duurt, sterven de kolonies af."

80.000 nieuwe koralen

Prida begon afgebroken, nog levende stukken rif die aanspoelden op Koh Talu te verbinden met de dode riffen in zee. Wat bleek: langzaamaan begonnen de levende stukjes koraal weer te groeien. Sinds die ontdekking nodigt hij de gasten van zijn resort uit om mee koralen te planten. “Vele handen maken licht werk.” Zodra het drijvend platform op de juiste locatie ligt, komt een duiker boven water met een bijzondere vangst: tientallen stukjes gekweekt koraal. Nu komt het erop aan om de koralen zo snel mogelijk vast te maken aan een PVC-buisje en vervolgens aan een groot grid, dat daarna langzaam naar de bodem van de zee gezonken wordt. “Het PVC is niet giftig, dus het schaadt de koralen en de oceaan niet.” Ik krijg mijn eigen genummerd buisje toegestopt, op het metalen plaatje rond de buis staat het nummer ‘74939’. “De voorbije jaren hebben we tienduizenden nieuwe stukjes koraal aangeplant. Ons doel is om 80.000 stukjes in zee te laten, daarna zien we weer verder.” Terwijl de koralen stuk voor stuk in de buisjes terechtkomen, wordt het grid voortdurend nat gespoten, als een walvis op leven en dood. Elk grid dat in zee verdwijnt, wordt in kaart gebracht om de vorderingen bij te houden. Als mijn stukje koraal overleeft, zal het 10 tot 14 centimeter per jaar groeien tot het na ongeveer drie jaar een deel wordt van een kleine kolonie koralen. De start van een nieuw, volwaardig rif. Na het labeur gaan we ook het water in. Papegaaivissen, koraalvlinders en anemonen zwemmen en masse om ons heen, al heeft onze snorkelinstructeur daar een trucje voor: hij heeft stukjes banaan bij, iets waar de vissen duidelijk verlekkerd op zijn.

Schildpadden vrijlaten

Dat de kwaliteit van het water rond Koh Talu erop vooruit gaat, is te merken aan een nog ander fenomeen: de terugkeer van de schildpadden in 2010. Prida ontdekte een nest met enkele tientallen eieren op ongeveer 500 meter van het resort. Niet veel later startte hij een Sea Turtle Hatchery, in samenwerking met de Thaise Koninklijke Marine. De eieren worden in bescherming genomen en de babyschildpadden komen terecht in grote waterbassins tot ze negen maanden later groot en sterk genoeg zijn om vrijgelaten te worden en de Indische Oceaan te trotseren. “Vroeger zouden de overlevingskansen van een schildpad hier amper 1 op 10 geweest zijn”, vertelt Phao-Pipat. “Karetschildpadden in Thailand worden gedood door roofvogels maar net zo goed door mensen. De kleurrijke schilden met gedetailleerde patronen zijn helaas veel geld waard. Schildpadden die wél tot in zee geraken, sterven vaak van de honger door een gebrek aan voedzame koraalriffen, ze geraken verstikt in de netten van vissers of worden gedood door dynamiet.” Dankzij het ingrijpen van Prida zijn de overlevingskansen van de karetschildpadden op Koh Talu nu 90% in plaats van 10%.

Als gast op Koh Talu mag ik er mee getuige van zijn hoe enkele 9 maanden oude schildpadden hun eerste stapjes in het water zetten. Er wordt me een schildpad toegewezen die ik zelfs een eigen naam mag geven. Ik kies voor Cicero, de Romeinse filosoof wiens woorden  ‘dankbaarheid is de moeder van alle deugden’ van toepassing is voor een kostbaar moment als dit. Cicero wordt gewogen en gechipt zodat haar migratieproces in kaart gebracht kan worden via satelliet. “Als alles goed gaat, komen de vrouwtjesschildpadden hier binnen 15 jaar terug aan wal om zelf eitjes te leggen.” Phao-Pipat belooft contact op te nemen als ‘mijn’ schildpad opnieuw op het eiland wordt gespot. Het moment om dan ook zelf nog een keer naar Koh Talu terug te keren, knipoogt hij.

Inktvis bij tropische stormen

Voor zonsondergang gaan we opnieuw het water op, dit keer om ons avondmaal te strikken: inktvis. De vislijnen zijn amateuristisch, het licht magisch en het water rimpelloos. Terwijl het Koh Talu-team de barbecue in gereedheid brengt, is het wachten tot de eerste inktvis bijt. Stiekem stemt het me vrolijk dat dat nog niet is gebeurd, want het mooiste aan vissen is niet de vangst. Het is de vredige stilte, de nabijheid van de natuur, het verwachtingsvol nietsdoen onder de blote hemel. En dan, net als de aandacht verslapt en we met zijn allen naar een zwerm vleermuizen kijken die voorbij scheert, hebben twee backpackers beet. De pijlinktvissen blijven nog tergend lang in leven eenmaal ze op ons houten dek zijn beland. Hun rugschild wordt verwijderd, hun bloed en inkt afgespoeld en hun lichaam in stukken gesneden. De tentakels krullen zich boven het vuur, de rest van het vlees wordt deels als sashimi geserveerd en deels gegrild.  Weer aan wal zwelt een donkere wolkenhemel op, alsof moeder natuur ons na de feestmaaltijd een lesje wil leren. De kokospalmen buigen in de plotse rukwinden, de lucht is warm en vochtig en boven zee breekt een moessonstorm los. We drinken uit de kokosnoten die in enkele messlagen in tweeën zijn doorkliefd en kijken gebiologeerd naar de zware, warme regendruppels die uit de hemel vallen, met onze tenen nog in het zand. Hoe kan zelfs een storm zo zalig zijn? Zodra de wind is gaan liggen, zijn we zo opgeladen dat een nachtelijke zwempartij nog even aan de orde is.

Takken kappen en afval rapen

De volgende dagen ga ik verder op verkenning op het eiland. Ik heb geruchten gehoord over een mooi uitzichtpunt op een rots, maar zonder begeleiding van een gids geraak ik niet door de dichtbegroeide jungle. Al kappend en hakkend met een machete maakt de man een route voor me vrij. “Het oerwoud beschermt tegen bodemerosie, dus proberen we er zo weinig mogelijk aan te veranderen. Het is onze manier van samenwerken met de natuur.” Op het einde van de zandweg kom ik aan een hoge klif met een spectaculair panorama over Koh Talu en de Golf van Thailand. Terug aan het resort worden de vuilniszakken net uitgedeeld, want het is tijd voor de wekelijkse schoonmaak van de stranden waar ook de schildpadden jaarlijks hun nesten maken. Blikjes, plastic, kapotte visnetten, … afval is hier een dagelijkse realiteit. Recent onderzoek wees uit dat de riffen van Azië en de Stille Oceaan vervuild zijn met zo’n 11,1 miljard plasticpartikels, en dat dat aantal in de volgende zeven jaar met nog eens 40 procent zal stijgen. De nieuwe vijanden voor Prida en zijn zonen zijn niet de vissers, maar de mensen die lak hebben aan de regels die de natuur moeten beschermen. “Niet de buitenlandse toeristen zijn het grote probleem, wel de inheemse Thaise bevolking die de natuur vanzelfsprekend vindt en te weinig bewust gemaakt wordt over afval en conservatie. Ze breken zelfs stukken koralen af als souvenir of om op te hangen. Volgens een oude mythe zou het ophangen van koraal namelijk geluk brengen.” Gelukkig zijn de gasten op Koh Talu genoeg begaan met de natuur om afval mee op te ruimen, hoe miniem die bijdrage ook is als je het grote plaatsje bekijkt. Ik denk aan Cicero, aan de koralen en aan de zovele vissen wiens lot in handen is van mensen als Prida. Ik moet geen twee keer nadenken over welke wens ik doe terwijl mijn Thaise lampion, gemaakt van rijstpapier, de lucht in gaat op mijn laatste avond. Samen met de andere rustzoekers zingen we er een geïmproviseerd liedje bij. ‘Koh Talu, we love you.’ Nu maar hopen dat ook de kleinkinderen en achterkleinkinderen van Prida blijven geloven in de nobele inspanningen die op het eiland gebeuren om de natuur het voor een keer van het toerisme te laten winnen. Het loont, neem dat van deze erkentelijke toeschouwer aan.  

Praktisch

Wie naar Thailand wil heeft vanuit Brussels Airport meerdere mogelijkheden. Thai Airways vliegt meerdere keren per week non-stop van Brussel naar Bangkok. Meer info: www.thaiairways.comwww.taluisland.com en www.visitthailand.com.

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord