Namibië: de ruwe diamant van zuidelijk Afrika

Scroll naar beneden

Kleipannen, zoutvlaktes, eindeloze woestijnen. Zwartgeblakerde bomen in gebarsten aarde. De hoorns van een betreurde oryx in het koperkleurige zand… In Namibië toont de dood zich van haar meest pittoreske kant. Maar ver weg van die alles verzwelgende duinen krioelt voormalig Zuidwest-Afrika van het leven. Namibië, een bestemming vol contrasten.

  • Sebastiaan Bedaux
    Tekst & foto'sSebastiaan Bedaux

Je bent een Portugese, Nederlandse of Britse kapitein aan het einde van de zestiende eeuw en je hebt nog maar een korte weg af te leggen naar Kaapstad, wanneer die gevreesde zuidwestenwind jouw schip in de problemen brengt. Hoe hard je ook tegen de weersomstandigheden vecht, jij en jouw fregat stranden ergens tussen de Walvisbaai en de bevoorradingspost. Het zal je op dat moment toeristische worst wezen, maar Namibië is een van de twee landen ter wereld met een woestijn die overloopt in de oceaan. Als een omgekeerde infinity pool, een uniek fenomeen. Zover het oog reikt, is er hier dus alleen maar zand (en zee). Geen heuvels, maar gigantische bergen. Maar je geeft de moed niet op. Waarschijnlijk ligt er achter de volgende zandberg wel een groene oase, zo redeneer je. Je hebt het helaas mis en beseft niet dat dit glooiende ‘strand’ zo’n 150 kilometer breed en 500 kilometer lang is. Lokale nomaden noemen het de Namib-woestijn. Je merkt plots andere scheepswrakken op in de verte, die hier ogenschijnlijk al decennia liggen. Collega’s die net zoals jou niet wisten hoe ze aan water konden geraken in dit gortdroge landschap. De moed zakt je in de schoenen, maar lang duurt het gelukkig niet voor de verzengende hitte je de genadeslag geeft. Jouw zeemansgraf wordt er eentje in de eeuwige duinen. Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren… 

Zinkende Land Rover

Het zand onder mijn voeten is verschroeiend heet. Met een camera in de ene en een fles water in de andere hand huppel ik naar de top van de duin. Ik struikel. Over een onverwacht hard stuk… Een bot, is mijn eerste gedachte. Misschien wel een dijbeen. Mijn fantasie slaat op hol. “De hoorn van een oryx”, lacht de chauffeur van de 4x4, die mij en een handvol andere reisjournalisten een korte rondleiding door de grootste zandbak van het land geeft. “Eén van de weinige grote zoogdieren die hier kunnen overleven.” Na een spectaculaire race door de duinen – de dieperik in duikend om daarna over een tweehonderd meter hoge flank gekatapulteerd te worden – heeft Herman zijn terreinwagen op een indrukwekkend uitzichtpunt geparkeerd. “Maak maar snel je foto’s, want mijn auto zakt langzaam in het zand.” Niet mijn probleem, vind ik, want ik wil echt wel even genieten van deze uitzonderlijke omgeving. Zeeën van geel die zeeën van blauw begroeten. Magnifiek! Maar Herman niet gehoorzamen, lijkt ook niet zo snugger. De blanke, Afrikaans sprekende Namibiër is de enige die tussen mij en een gewisse dood in de woestijn staat. Zonder zijn auto en kennis van het land ben ik ten dode opgeschreven. Overgeleverd aan de hitte, de droogte en de hongerige jakhalzen van Sandwich Harbour, in het uiterste noordwesten van het bekende Namib-Naukluft National Park. Klikken en wegwezen dus, voordat het zand Hermans Land Rover opslokt en uitspuugt. “Er wacht jullie trouwens nog een kleine verrassing op de terugweg naar Walvisbaai. Dit is namelijk één van de beste plekken op aarde om flamingo’s te spotten.”

Koud bier, warme maaltijden en Wi-Fi

Sinds we een kleine week geleden in het Afrikaanse land zijn aangekomen, vallen we van de ene verbazing in de andere. Met uitzondering wellicht van hoofdstad Windhoek, dat dan wel de grootste stad van de republiek Namibië is, maar toeristisch gezien bijzonder weinig in de pap te brokken heeft. Landen en wegwezen! Richting Solitaire bijvoorbeeld, een bekende halte op weg naar het nationaal park Namib-Naukluft. Een correctere naam voor dit woestijngehucht had niemand kunnen bedenken. Met minder dan honderd inwoners, een populair tankstation (het enige tussen de toeristische hoogtepunten Sossusvlei en Swakopmund) en in het zand zinkende oldtimers biedt Solitaire een voorsmaakje van de onmetelijke eenzaamheid van de woestijn. Een bevreemdend gevoel. Gelukkig serveert het restaurant koud bier, warme maaltijden en Wi-Fi. “Het restaurant zit goed vol”, merkt onze gids Bruno terecht op. “De laatste maanden hebben steeds meer luchtvaartmaatschappijen Windhoek opgenomen als rechtstreekse bestemming vanuit Europa. Dat levert heel wat extra toeristen op voor Namibië, maar om heel eerlijk te zijn, kan de hotelsector het succes nauwelijks bijbenen. Het toerisme zou hier de laatste jaren met 130 procent per jaar zijn toegenomen, maar het aantal hotelkamers en lodges blijft achterophinken. Het is hier dus vooral een kwestie van op tijd te boeken. Op interessante last minute mogelijkheden moet je hier niet rekenen.”

Te heet voor toerisme

Vanuit Solitaire is het nog een uurtje rijden tot Sesriem, de ingang van het park en het beginpunt (of eindpunt als je 150 kilometer meer naar het westen pootje baadt in de Atlantische Oceaan) van het immense duinenlandschap van Namibië. Samen met het Etosha National Park – voor de liefhebbers van de ‘Big Five’ – en Swakopmund – voor de liefhebbers van een vleugje Duitsland in zuidelijk Afrika – is de Namib-woestijn dé toeristische attractie van Namibië. “Op het programma voor deze middag staan een wandeling door de Sesriem Canyon en een safaritocht over de plains. Morgenvroeg zetten we dan koers richting Deadvlei en Sossusvlei. Om 7 uur gaan de poorten van het nationaalpark open en wij racen dan zo snel mogelijk naar Duin 45. Als het daar al te druk is, rijden we snel verder. Je wil echt niet in Deadvlei zijn op het heetst van de dag.” Maar ook in de schaduwrijke canyon in de late namiddag lopen wij al te puffen en te hijgen. “En dan is het niet eens hoogzomer”, weet Bruno. “In december en januari lopen de temperaturen hier makkelijk op tot 50 graden Celsius. Een voordeel is dan weer dat weinig toeristen je zullen voorgaan op Duin 45 of op Big Daddy. Simpelweg te heet voor toerisme.”

Zicht op de Melkweg

In de Sossusvlei Lodge, een luxueus ‘tentenkamp’ in Sesriem, doen ondertussen zo’n 150 gasten zich te goed aan een stukje springbok, eland, koedoe, struisvogel, zebra of oryx. Wildlife ligt hier op de ‘braai’, niet grazend in het landschap. Voor de meeste dieren is de woestijn te droog, te doods. Wie zich hier aan olifanten of jachtluipaarden verwacht, komt terug van een kale reis. Na het dessert raak ik aan de praat met een Duitser die me attent maakt op de sterrenhemel. Hij blijkt amateurastronoom en beweert dat Namibië één van de beste landen ter wereld is om sterren te spotten. “Je ziet hier heel mooi de Melkweg”, legt hij uit met een laserpennetje, waarmee hij naar het firmament schijnt. “En daar is heel duidelijk het Zuiderkruis te zien. De vier sterren wijzen naar de zuidpool. Het Zuiderkruis heeft met andere woorden heel lang een belangrijke rol gespeeld in scheepvaart. Het is één van de bekendste sterrenbeelden van het zuidelijk Halfrond.” Met mijn mond open staar ik naar boven. Nooit eerder zag ik zoveel sterren bij elkaar. Twee uur lang ben ik met statief en sluitertijdformules in de weer om de lucht boven mijn lodge perfect in beeld te krijgen. Slapen kan later. 

De beklimming van ‘Big Daddy’

Aan het ontbijt de volgende ochtend klink ik al heel wat minder stoer. Uitgeput hijs ik me in een safariwagen. De chauffeur heeft gelukkig langer geslapen en racet als een volwaardige F1-piloot over de asfaltweg (een luxe in grote delen van Namibië) naar Duin 45. Die duin ligt op 45 kilometer van de ingang van het park en is samen met Big Daddy de meest gefotografeerde zandhoop in de Namib-woestijn. “Je wil hier ’s morgens vroeg of ’s avonds laat zijn”, legt de chauffeur uit. “Omdat de zon haar licht dan net op één kant van de duin laat schijnen. Dat levert hele mooie foto’s op.” Het lijnenspel is inderdaad indrukwekkend, haast buitenaards. Honderden duinen baden levenloos in het zonnetje. De ene kant goudgeel, de andere pikzwart. “Hou nog wat plaats over op je SD-kaart voor de Deadvlei”, lacht de chauffeur. Je weet niet wat je ziet!” Maar ik weet wel ongeveer wat ik te zien zal krijgen. Als filmfan kan ik me bepaalde scènes van The Cell (2000) met Jennifer Lopez nog zo voor de geest halen: zwartgeblakerde, dode acaciabomen die uit gebroken, ivoorwitte klei groeien, met oranjeroden duinen op de achtergrond. De skeletten van de bomen zouden 600 tot 700 jaar oud zijn, maar vergaan niet omwille van de droogte. Een Dalí-esk tafereeltje. “Die duin naast de Deadvlei is ‘Big Daddy’, met 325 meter het hoogste exemplaar in het Sossusvlei-gebied. De duin ertegenover is ‘Big Mama’. Begin dus maar te klimmen. Over twee uur zie ik je terug aan de auto. En vergeet zeker je water niet!”

Duitser dan Duitsland

Na een handvol dagen in het zand, wordt het stilaan tijd om de kust van Namibië op te zoeken. Namibië ligt vlak boven Zuid-Afrika, aan de Atlantische kant en heeft een kustlijn van zo’n 1.570 kilometer lang. Interessant weetje: met slechts 2,4 miljoen inwoners staat Namibië in de top drie van dunst bevolkte landen ter wereld. Eigenlijk enkel voorafgegaan door Mongolië. Met bijna 45.000 inwoners is de populaire badplaats Swakopmund dus één van de grootste steden van het land. “Swakopmund is Duitser dan Duitsland”, lacht gids Bruno. “Het was ooit een belangrijke haven, in tijden dat Namibië nog Duits-Zuidwest-Afrika heette. Eind negentiende, begin twintigste eeuw was Namibië een kolonie van Duitsland. Later, na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, nam Zuid-Afrika het bewind over van de Duitsers. Tot de onafhankelijkheid in 1990 heette het land Zuidwest-Afrika. De Duitsers werden al die tijd wel nog getolereerd in Swakopmund. Vandaar de koloniale stijl van het stadscentrum en al die Duitse straatnamen. Duits en Afrikaans zijn trouwens ook lang officiële talen geweest in Namibië. Nu is dat Engels, maar er zijn nog veel inwoners die Duits of Afrikaans spreken.” Een razend interessante citytripbestemming is Swakopmund zeker niet, maar de ontspannen sfeer, de frisse zeewind en de uitmuntende oesters bezorgen de journalisten toch een vakantiegevoel. “Misschien ietwat lugubere informatie, maar Swakopmund was de laatste stad ter wereld waar de verjaardag van Hitler nog werd gevierd. In één van de winkeltjes hier kan je vandaag de dag nog nazi-memorabilia kopen.”

Getrainde pelikanen

Die informatie laten we even bezinken op de boot in het iets zuidelijker gelegen Walvisbaai, die ons dolfijnen en zeeleeuwen belooft. De catamaran is de haven nog niet uit of er landt een pelikaan op het voorsteven, aangetrokken door de geur van verse vis. De toeristen houden hun adem in, vooral wanneer een hongerige zeeleeuw vanuit het zeewater op de boot springt. “Die dieren zijn hierop getraind”, fluistert één van de ‘matrozen’. “We hebben een stuk of acht pelikanen die om de beurt de boten afschuimen op zoek naar voedsel. En het is ook altijd dezelfde zeeleeuw die hier aan boord komt.” En toch ben ik onder de indruk, zeker als ik even later in de verte duizenden zeeleeuwen spot. “Walvisbaai staat bekend om haar wildlife. In bepaalde periodes van het jaar vind je hier ongeveer 200.000 vogels: pelikanen, aalscholvers, flamingo’s, meeuwen, … En we zitten met een gigantische kolonie zeeleeuwen. Een plaag! Ze eten heel de zee leeg.” En blijkbaar jagen ze ook de dolfijnen weg. Een dolfijnensafari zonder dolfijnen… 

Acht wilde honden

Voor de laatste twee dagen van onze spoedcursus Namibië laten we de omgeving van het Namib-Naukluft National Park achter ons en rijden we een viertal uur in noordoostelijke richting. Langzaamaan verandert het landschap en we krijgen voorbij het dorpje Karibib zelfs groene valleien en weelderige bossen voorgeschoteld. Een echte safari ligt in het verschiet. “Veel toeristen denken dat Namibië een typische safaribestemming is, maar dat klopt eigenlijk niet”, aldus Bruno. “Namibië is een land van landschappen. Ongelooflijk indrukwekkende landschappen. Hier beleef je avonturen in de woestijn, schiet je je SD-kaart vol in de Sossusvlei en Deadvlei. Je komt in contact met de San, de bosjesmannen dus, of met Herero’s in hun Duits-koloniale kledij, of met de Himba’s die halfnaakt rondlopen en zichzelf insmeren met rode klei. Én je kan hier op safari, hoewel ervaren safaristen misschien wat op hun honger blijven zitten.” Nog voordat we in het Erindi Private Game Reserve zijn aangekomen, spotten we al een olifant. Eindelijk wildlife! Een half uurtje later, in het omheinde park van 700 vierkante kilometer, stoten we op een groep wilde honden. Safariliefhebbers weten dat de wilde hond één van de meest bedreigde diersoorten op aarde is. In totaal zijn er nog maar pakweg 6.000 over, waarvan er nu acht voor onze wagen liggen. “Er lopen in ons reservaat zo’n 10.000 dieren rond”, vertelt Gerardus-Petrus, onze gids in Erindi. “En we hebben vier van de Big Five: leeuwen, luipaarden, neushoorns en olifanten. Enkel buffels ontbreken nog. Het wordt alleen wat lastig om ze allemaal te spotten. Het heeft de laatste maand bizar veel geregend hier, na een droogte van zes jaar. Dat is heel goed voor ons en voor de dieren, maar het zorgt er eveneens voor dat alle struiken en bomen groen en dik zijn. De dieren kunnen er zich makkelijk achter verschuilen.” Toch levert onze tweede game drive nog haast wat op, namelijk een pijnlijke dood. Veroorzaakt door een agressieve olifant die geen zin heeft in pottenkijkers en recht op onze Land Rover komt afgestormd. Net op tijd schrikt de ranger wakker. “Dat was nipt”, lacht hij. “Een kwestie van leven en dood.”

Praktisch

Wij vlogen met Qatar Airways van Brussel (via Doha) naar Namibië. De Qatarese luchtvaartmaatschappij vliegt twee keer per week tussen Zaventem en Windhoek en drie keer per week in de omgekeerde richting. Totale vluchttijd is zo’n 16 uur en 40 minuten. De gemiddelde prijs in economy schommelt tussen de 750 en 800 euro, in businessclass is de vanafprijs 3.280 euro. Qatar Airways biedt de mogelijkheid om in Doha te stoppen met een gratis Qatar Transit Visa die tot 96 uur geldig is. Info en tickets: www.qatarairways.com.

Wie meer wil weten over Namibië als reisbestemming, kan terecht bij reisbureau Quinoa Travel, gespecialiseerd in op maat gesneden reizen naar unieke bestemmingen. Info: www.quinoa.travel.

De beste reisperiode voor Namibië is april tot november. Er is geen visum vereist om naar Namibië te reizen.

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord