Noordoost-Groenland, het grootste nationaal park ter wereld

Scroll naar beneden

IJsbergen en poolberen, jagershutten en muskusossen, gletsjers en fjorden verbazen reizigers naar noordoost Groenland, één van de meest afgelegen plekken op aarde. 

  • Tekst & foto'sJo Fransen

Met doffe klappen beukt ijs tegen de boeg, alsof Neptunus zelve met scheepskettingen op staal rammelt, echoënd uit de diepzee. Kadoem, kadoem, kkrraaaakk! Op slag ben ik klaarwakker. Neen, ik ontwaak niet uit een nachtmerrie aan boord van de Titanic, naar eigen zeggen onzinkbaar maar uiteindelijk slechts een speelbal van de ijszee. Het is halfdrie, midden in de nacht en net donker. De middernachtzon speelt met mijn biologische klok. Al enkele dagen ben ik aan boord van de MS Fram, een expeditieschip van de bekende Hurtigruten-vloot. We varen zo noordelijk als op deze aardbol menselijkerwijze mogelijk is, flirtend met 80° Noord, 600 zeemijlen van de noordpool. Kadoem, kadoem...

Adrenaline! Drie lagen kleren schiet ik aan en dan rep ik mij naar het voordek. Stapvoets vaart de Fram, tergend traag. In het zoeklicht dat de einder afspeurt, wordt snel duidelijk waarom. IJs, ijs alom. In alle richtingen, zo ver je kan zien. Naar barsten in het wit en open water zoekt de Fram. Naar een plek om voor het eerst aan land te gaan in Noordoost Groenland National Park, het grootste nationaal park ter wereld met een oppervlakte van 972,001 km2 ongeveer 33 keren zo groot als België. Geen kat woont in het gigantische gebied, uitgezonderd het dozijn leden van de Sirius Patrol, de Deense husky-patrouille aan deze rand van de wereld. De kans om hier op een poolbeer te stuiten is oneindig veel groter dan die om een mens te zien. Slechts 500 bezoekers per jaar worden toegelaten tot het gebied, “minder dan het aantal klimmers op Mount Everest”, benadrukt de expeditieleider van de Fram. “We zijn één van de weinige schepen die tijdens de korte poolzomer tussen Spitsbergen en IJsland pendelen via deze desolate kust."

Ijs, ijs baby

Drie dagen geleden vertrokken we uit Spitsbergen bij Ny-Alesund, de meest noordelijk gelegen permanent bewoonde nederzetting op de planeet. In de winter leven er amper dertig mensen in een tiental wetenschappelijke centra van evenveel nationaliteiten. Na de walvisvaarders, de pelsjagers en de mijnbouwers blijven in deze mini-metropool op 1231 km van de Noordpool alleen nog vorsers op post. In de toendra bij de nederzetting priemt een hoge mast, de ankerplaats voor de zeppelin waarmee Roald Amundson via de Noordpool als eerste van Europa naar Noord-Amerika vloog. Waar de ontdekkingsreiziger de lucht in ging, steken we de Groenland Zee over, een dag varen.

Volgens plan zouden we bij Danmarkshaven, gekend voor zijn ijsvrije passage, voor het eerst voet op Groenland zetten. Maar al dagen dwarsboomt uitbundig pakijs onze plannen. Eén knoop per uur deden we vannacht, zo leer ik de volgende ochtend aan het ontbijt. Van de nood maakt de kapitein een deugd. "Zo een gigantische ijsbergen, tot 500 meter lang en hoog als een flatgebouw, zie je hier normaal niet”, weerklinkt in vier talen over de intercom. "Tafelijsbergen zijn eerder typisch voor Antarctica”. Even later gaan de Polar Circle boats te water en varen we met de stevige rubberboten tussen de witte kolossen, een sensationele excursie. Echt avontuurlijk wordt het als later op de middag twee zodiac’s vast komen te zitten in het ijs. Allerbehendigst en in een mum van tijd keert de Fram 180° en duwt met zijn zijpropellers de hindernissen weg. Vanavond hebben die zodiac-passagiers alvast het strafste verhaal.

Groenlandse grond

Bij Myggbukta zetten we voor het eerst voet op Groenlandse grond. In 1931 probeerde Noorwegen deze smalle kuststrook in te palmen, maar de Noren kregen in 1933 ongelijk van het Internationale Gerechtshof in Den Haag. Sindsdien gebruikt de Sirius-patrouille, het dozijn Deense militairen die waken over dit enorme gebied, sporadisch deze historische pelsjagershut. We trekken er op uit voor een tien kilometer lange tocht in de toendra, één gewapend expeditielid op kop, één aan de staart. Vanaf de top van de eerste heuvel is de Fram niet meer dan een rode stip in een witte wildernis, een minuscule kers in een bad van drijfijs en ijsbergen. Zo klein zijn wij, zo weerloos. We spotten poolhazen, witte goedaardige reuzen die geen angst lijken te kennen, en een kwartet oerossen, even nieuwsgierig maar minder aaibaar. “Waarschijnlijk hebben deze dieren nog nooit mensen gezien”, fluistert expeditielid Eva terwijl we ons terugtrekken. “Blijf samen, in een aaneensluitende groep, zodat we groter dan de ossen lijken”. Eva met het geweer op de rechterschouder is de laatste linie. “Muskusossen zijn totaal onvoorspelbaar en van niets bang. Er zijn verhalen bekend hoe ze (in Noorwegen) chargeren tegen een aanstormende trein”.

Het hoogste noorden, het is geen lieflijke wandeling in het park. Bij elke landing van de MS Fram in het poolgebied kamt het tienkoppige expeditieteam de kust uit, op zoek naar poolberen. Pas als de perimeter beer-vrij is en op strategische plekken een gewapend expeditielid op uitkijk staat, mogen de passagiers aan land.

Beer aan bakboord!

Al enkele dagen zien we op voorbijdrijvende ijsplaten talloze berensporen, een kolenschop groot en enkele centimeters diep. Als we dan ook regelmatig robben beginnen te spotten, kan het roofdier niet ver weg zijn. Ginds, een moeder met pup! "Beer aan bakboord", galmt de intercom. Seconden later staan alle passagiers langs de reling, opgewonden als kinderen. Vanaf dek vier zijn we de bevoorrechte getuigen van een scène uit een natuurdocumentaire, een teder tafereel op een voorbijdrijvende ijsschots. Snel schudt de pup zich droog en rolt door de sneeuw, speels als een krolse kat, lief als een teddybeer. Je zou haast vergeten wat een gevaarlijk dier dit is. De crew van de MS Fram haalt opgelucht adem. Een beer langs het schip met alleman veilig aan boord, het ideale scenario. En wat een spektakel! Elke ontmoeting met een poolbeer (er volgen er nog) is telkens weer een hoogtepunt op deze veertiendaagse verkenning van het arctische gebied.

We varen zuidwaarts, op zoek naar een ijsvrije doortocht. Waar we precies voor anker gaan, afhankelijk van de ijskaarten en het weerbericht, heeft weinig belang. Het is een voorrecht deze poolzee te verkennen, schitterend onder een stralende zon. Bij de verkenning van Blomsterbugten ligt het kleine strand er uitnodigend bij. Opgewarmd na de wandeling, speel ik mijn kleren uit en duik in de ijszee. Hoeveel deugd doen hierna de sauna en de buitenjacuzzi aan boord! Twee dagen later pronkt een diploma in mijn kajuit: om de arctische wateren getrotseerd te hebben, op 73°19,8’Noord en bij een watertemperatuur van 4 graden. Eén keer slaap ik in een donszak op het buitendek, waar de crew voor de gelegenheid een tiental bedjes gespreid heeft. Warme choco, een slok rum en een melkweg die oplicht als een diamanten speldenkussen. Slaapwel.

Verre buren

Isfjord, een nauwe fjord met tweeduizend meter hoge loodrechte granietwanden, overweldigt. Rotslagen als tiramisu, in alle grijstinten en roodwaarden, zijn het verbluffende décor voor een parade van torenhoge ijsbergen, spierwitte kathedralen met een transparant blauwe rand. Geen rimpel staat in de fjord, een surrealistische waterspiegel waar elk geluid verstomt. Pure schoonheid in absolute stilte. Evenmin raak ik uitgekeken op Alpefjord, met scherpe pieken tot 2.842 meter en een gigantisch gletsjerfront wel vijf kilometer lang, waar af en toe met veel geraas ijs afkalft. Ja, dan besef je hoe klein je bent.

Ittoqqortoormiit, een gemeente met 430 inwoners aan de rand van het National Park, lijkt na een week in de wildernis wel een metropool: een kerk, een museum, een weerstation en een roedel husky’s in een kennel. Aan houten rekken drogen dierenhuiden en rendierhoofden, voor elk houten huis staan sneeuwscooters te wachten op de winter. Er loopt een gravelweg, enkele honderden meters van de pier tot de helihaven aan de rand van het dorp. Daar begint de wildernis. “Wij verkiezen de winter”, vertelt de agent die onze paspoorten afstempelt, niet uit verplichting maar als toeristisch souvenir. Als Groenland onder een wit tapijt ligt, wordt de wereld voor de sneeuwscooterende dorpelingen heel wat groter. Het is een eindje tot bij de buren: 800 kilometer over land tot Tasiilaq. Of 500 kilometer over zee naar het zuid-oosten, naar IJsland, de koers van de Fram.

Praktisch

Groenland, een autonome provincie van Denemarken, is het grootste eiland ter wereld. Een ijslaag bedekt 80% van de oppervlakte. Langs de kust biedt de toendra een boeiende fauna en flora. De rijke vogelpopulatie telt ruim 200 soorten en er groeien wel 500 plantensoorten, waaronder zelfs vier soorten orchideeën. De ijsbeer, het icoon van het eiland, siert het landswapen. Voor Noordoost-Groenland Nationaal Park moeten
bezoekers -nauwelijks 500 per jaar- toelating krijgen van het Deense Ministerie van Natuur. Als deelnemer van een cruise wordt dit voor je geregeld.

De MS Fram, een schip van ijsklasse 1B (geen ijsbreker) is het paradepaardje van de Hurtigrutenvloot. Het expeditieschip, gebouwd voor de poolgebieden, heeft 134 comfortabele kajuiten, een 70-koppige crew, twee jacuzzi’s, een fitness en een sauna. De keuken is Scandinavisch, uitgezonderd de Filipijnse nacht. Engels en Duits zijn de voertalen aan boord.

Goodbye maakte deze reis met Nordic Info, gespecialiseerd in het Hoge Noorden en de poolgebieden. Meer info via www.nordic.be

Volg ons op Instagram

Volg @goodbyemag voor leuke tips en bloedmooie vakantie hotspots!

volg ons

Abonneer voordelig!

  • 4 magazines
  • GRATIS levering

abonneer

Deze website maakt gebruik van verschillende type cookies. Hier vind je meer informatie. Akkoord